Door Frank Backx en Maarten Koornneef.

Nederland kent meer fietsen dan inwoners (24 versus 18 miljoen) en is daarmee onbetwist fietsland nummer 1 ter wereld. Nederland staat ook bovenaan als het gaat om het gemiddelde percentage verplaatsingen per fiets ten opzichte van alle verplaatsingen1. Ongeveer 70% van de afstanden op Nederlands grondgebied ging per auto, als passagier of bestuurder. Bijna 13% legden we af in het openbaar vervoer, ongeveer 10% op de fiets en de rest te voet (≈4%) of met overige vervoerwijzen (≈4%).

Het aandeel van de e-bike in de afgelegde afstand groeide de afgelopen jaren sterk: van 6%, van de totale afstand die we fietsten in 2013, tot 38% in 2023 (Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid)2.

Zorgen over bewegingsarmoede en veiligheid

Artsen maken zich steeds meer zorgen over de toenemende bewegingsarmoede van de jeugd, i.h.b. de groep 12-17-jarigen. Deze groep rijdt steeds meer op een e-bike/ fatbike en verbruikt mede daardoor steeds minder calorieën3. Over deze ongunstige ontwikkeling sprak de beroepsgroep van sportartsen (Vereniging voor Sportgeneeskunde, VSG) en kinderartsen hun ernstige zorgen uit, want lichaamsbeweging, als essentieel onderdeel van een gezonde leefstijl, verdient structureel meer aandacht. De VSG en Jeugdartsen Nederland dringen aan om fysieke inactiviteit tegen te gaan door o.a. de beeldschermtijd strenger te bewaken. Jeugdarts Vasanthi Iyer promoveerde recent op overmatige beeldschermtijd, hetgeen leidt tot aanzienlijke toename van myopie (bijziendheid) bij de jeugd4. Om dit tegen te gaan is de 20-20-2-regel ontwikkeld, waarbij de laatstgenoemde 2 slaat op dagelijks minstens 2 uur buiten spelen, incl. fietsen. Dit vraagt om gedragsverandering met behulp van de ouders, maar ook om bijvoorbeeld meer speelruimte voor de jeugd5.

Bron: Oogfonds (De 20-20-2 regel: Bescherm je ogen tegen bijziendheid – Oogfonds).

Een ander zorgelijk aspect is de drukte op de fietspaden, waarvoor de actiegroep ‘’Geef het fietspad terug’’ speciale aandacht vraagt6. De verschillende snelheden zorgen voor onveilige situaties. Door de hogere snelheid van de e-bike/ fatbike en de vaak beperkte rijervaring van jonge bestuurders ontstaan meer risico’s op ongelukken. Ook ergernis over het fietsgedrag van e-bikegebruikers krijgt veel aandacht in de sociale media, waarbij het vooral gaat om de fatbike. Acht op de tien Nederlanders vindt de fatbike een gevaarlijk vervoersmiddel7. Zo ontstaat de e-bike paradox: een vervoermiddel dat fietsen moet stimuleren, heeft onbedoeld negatieve gevolgen voor de gezondheid en veiligheid van de fietspadgebruikers8.

Maatschappelijke waarde en voordelen van fietsen

Twee op de drie Nederlanders fietst minimaal één keer per week. Zonder te fietsen zou het percentage 18-64-jarigen dat in 2021 voldeed aan de Beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad9 dalen van 48% tot onder de 40%. Voor de leeftijdsgroep 12-17-jarigen zou het, bij het stoppen met fietsen, gaan om een daling van 36% naar onder de 20%10. Daaruit blijkt dat fietsen een belangrijke bijdrage levert aan onze ‘’dagelijkse portie bewegen’’. Voor kinderen reiken de voordelen verder, anders gezegd: (kunnen) fietsen vergroot hun gevoel van zelfstandigheid, versterkt sociale contacten in de buurt en geeft ontspanning11,12.

Naast voordelen voor het individu zorgt fietsen, vergeleken met bijvoorbeeld de auto, voor minder uitstoot van broeikasgassen, minder geluidsoverlast en minder verkeersdrukte13. Aldus is fietsen een schone manier van vervoer en doet het de luchtvervuiling dalen⁷. Zo draagt fietsen bij aan meer dan tien Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties, gericht op o.a. gezondheid, klimaat, gelijkheid en welvaart14.

Fietsstimulering

Alhoewel fietsen substantieel bijdraagt aan de noodzakelijke hoeveelheid lichaamsbeweging, die de Gezondheidsraad aanbeveelt9, is er toch ruimte voor verbetering, want slechts een derde van alle verplaatsingen tot 7,5 kilometer geschiedt met de fiets. Nog steeds gebruikt een derde de auto bij deze verplaatsingen. Andere ongunstige ontwikkelingen voor de volksgezondheid zijn:

  • Schoolkinderen die met auto of bakfiets naar school gebracht worden in plaats van zelf te fietsen8;
  • Omschakeling van niet-elektrische fietsen naar rijden op de e-bike/ fatbike15; zoals zichtbaar op een schoolplein (zie foto).
  • Verdere verspreiding van e-bike/ fatbike naar steeds jongere kinderen en
  • De opkomst van de e-step16.
Bron: De Telegraaf

Om fietsen (en lopen) te stimuleren heeft de WereldGezondheidsOrganisatie WHO de toolkit ‘Promoting walking and cycling’ ontwikkeld17. Beleidsmakers op nationaal, regionaal en lokaal niveau vinden in de toolkit zeven beleidsrichtingen die bijdragen aan een effectief en integraal fietsbeleid:

Bron; WHO, 2025
  1. Integreer fietsen in alle relevante beleidsdomeinen, zoals gezondheid, mobiliteit, onderwijs, sport, duurzaamheid en inclusie.
  2. Zorg voor veilige en verbonden fietsroutes: fietsinfrastructuur moet aansluiten bij dagelijkse bestemmingen zoals scholen en supermarkten.
  3. Ontwerp inclusieve en veilige straten voor iedereen: houd rekening met kinderen, ouderen en mensen met een beperking.
  4. Verbeter het verkeersgedrag van weggebruikers: handhaaf snelheidslimieten, pak afleiding en rijden onder invloed aan, en bevorder veilig gedrag bij alle weggebruikers.
  5. Bescherm en geef prioriteit aan fietsen: zorg voor veilige en aantrekkelijke plekken om te fietsen. Denk aan autoluwe zones en voldoende fietspaden.
  6. Maak het eenvoudig om de fiets te combineren met bijvoorbeeld het OV of een deelauto.
  7. Stimuleer en beloon fietsen actief: gebruik lokale evenementen, beloningssystemen, en school- en werk-gerelateerde programma’s.

Met de opkomst van de elektrische fiets is het fietslandschap drastisch veranderd: mensen kunnen sneller en met minder inspanning fietsen. In 2022 gebruikte 29% van de Nederlanders van 12 jaar en ouder een e-bike. Onder 65-plussers was dat zelfs ruim de helft (52%)18. Deze trend wordt alleen maar duidelijker, om maar te zwijgen over de opkomst van de fatbike, waarover helaas nog geen exacte cijfers beschikbaar zijn.

Uit recent onderzoek blijkt dat elektrisch fietsen met ondersteuning, op een in Italië populaire gewone e-bike (geen fatbike!), maar liefst 69% minder vermogen van de fietser vraagt dan fietsen zonder ondersteuning19. Deze laatste ontwikkeling bedreigt onze gezonde fietscultuur in Nederland en zorgt voor reductie van het lichamelijke energieverbruik, leidend tot een vergrote kans op overgewicht, m.n. bij de jeugd.

Fietsen is gezond

Fietsen is een onderdeel van het Nationale Preventieakkoord waarbij fietsen een manier is om lichaamsbeweging in de (beroeps)bevolking te stimuleren. Artsen en andere zorgverleners kunnen hier een positieve bijdrage aan leveren door de fiets in hun behandelkamer bespreekbaar te maken. In het bijzonder voor patiënten met een chronische ziekte geldt: Fietsen op Recept20. Dit is gebaseerd op voldoende wetenschappelijke evidentie aangaande de positieve invloed van fietsen op talrijke chronische aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten en de effecten op risicofactoren als hypertensie, diabetes en obesitas. Ook bestaan er bewezen positieve effecten van regelmatig fietsen bij patiënten met artrose, met kanker en met Parkinson, mede door het feit dat fietsen een laagdrempelige en simpele activiteit is, die je overal en altijd kunt uitvoeren. Vooral op oudere leeftijd kan de e-bike nog veel beweegplezier en gezondheid teweegbrengen21.

Hoe groter de afgelegde fietsafstand, hoe hoger de ervaren gezondheid. Ook mensen met obesitas voelen zich gezonder als ze meer fietsen. Voorts geeft de internationale literatuur overduidelijk aan dat fietsen bovendien positieve effecten teweegbrengt op andere gezondheidsaspecten, zoals ziektelast en levensverwachting22,23,24.

Nadelen van fietsen: Fietsongevallen

De keerzijde van fietsen wordt voornamelijk gevormd door fietsongevallen. In 2025 belandden bijna 81.000 fietsers op de Spoedeisende Hulp (SEH) in Nederland. Dit was een stijging van 9% ten opzichte van 2024 en het hoogste aantal in tien jaar tijd. Het aantal fietsgewonden vormt ongeveer 66% van alle verkeersslachtoffers op de SEH. Het aantal slachtoffers blijkt relatief het grootst in de leeftijdscategorie 12-17 jaar. Het aantal ongevallen met een e-bike is voor deze leeftijdsgroep in vijf jaar tijd bijna verzesvoudigd25.

E-bikers blijken daarnaast een grotere kans te hebben op aanzienlijk letsel (MAIS2+) en een ziekenhuisopname dan niet-elektrisch rijdende fietsers. Ook hebben e-bikers significant vaker hersenletsel dan degenen op een conventionele fiets. Voor e-bikers die met aanzienlijk letsel de SEH-afdeling bezochten is sprake van een significante stijging (92%) over de periode 2020-2024. Het aantal hersenletsels steeg maar liefst met 86%26.

Bron: VeiligheidNL, 2025

Een Meetweek op alle SEH-afdelingen in Nederland toonde aan dat fatbikers, die na een ongeval met letsel op de SEH terecht kwamen, relatief vaker werden opgenomen in het ziekenhuis voor verdere behandeling27. Naast de gewonde fatbikers die de SEH bezochten, waren ook talrijke medeweggebruikers aangereden door een fatbike.

Fietsdoden

Een fietsongeval kan nare gevolgen hebben, maar het kan zelfs dodelijk zijn. In 2025 vielen er in Nederland 759 verkeersdoden te betreuren. De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) rapporteert al zes jaar achtereen dat meer fietsers (281; 37%) dan inzittenden van personenauto’s (228; 30%) omkwamen in het verkeer28,29. De meeste doden in het verkeer vallen onder ouderen. Gezien het hoge aantal fietsgewonden en fietsdoden is preventie van fietsongevallen bijzonder essentieel.

Preventie

De stijging in het aantal ernstige fietsslachtoffers wordt vooral veroorzaakt door verkeersdrukte, een vergrijzende bevolking en het toenemende fietsgebruik onder ouderen, mede door de opkomst van de e-bike. Dus primaire preventie zou de hoogste prioriteit moeten krijgen, bestaande uit passend fietsgedrag, fietssnelheden tot 20 (pilot in Houten) of 25 km/u en een optimale infrastructuur, zoals brede en liefst vrij liggende fietspaden alsmede 30km-zones bij gemengd verkeer. Om de schade als gevolg van een fietsongeluk te beperken (secundaire preventie) kan de fietshelm een evidente bijdrage leveren30.

Een helmverplichting blijft voor velen een te grote aantasting van de persoonlijke vrijheid31, ondanks het feit dat bij een ongeval fietsers met helm 60% minder kans hebben op ernstig hoofdletsel, en 70% minder kans op dodelijk hoofd-/hersenletsel, vergeleken met fietsers zonder helm. Een adequate fietshelm, goed gepositioneerd op het hoofd, kan veel hersenschade beperken20.

In de eerdergenoemde Meetweek op alle SEH’s in Nederland bleek dat slechts drie procent van de verongelukte fatbikers en zes procent van de gewonde e-bikers een fietshelm droeg27. Dus nog veel werk aan de winkel.

Toekomstverwachting

  1. Actieve mobiliteit door middel van wandelen en fietsen wordt eveneens door de WHO gepromoot, niet alleen voor de fysieke maar ook voor de mentale gezondheid32. Zij spreken over een win-win situatie voor gezondheid en duurzaamheid.
  2. Uit verkennend onderzoek blijkt dat een groot deel van de Nederlandse gemeenten probeert fietsen onder hun inwoners te stimuleren. Het merendeel richt zich daarbij op ouderen. Maar het is ook belangrijk om de komende decennia extra aandacht te richten op jonge kinderen en jongeren. Zij fietsen minder, en bij 15-17-jarigen zorgt dit ervoor dat minder jongeren zullen voldoen aan de beweegrichtlijnen9,33. Vroege ervaringen met fietsen, zoals leren fietsen en zelfstandig naar school fietsen, leggen de basis voor blijvend fietsgebruik op latere leeftijd.

Het KiM verwacht dat het fietsgebruik (gemeten in de totaal per fiets en e-bike afgelegde afstand) in 2030 weliswaar 8% hoger zal liggen dan in 2023, maar dat het gebruik van de elektrische fiets in die periode naar verwachting verder toeneemt met ongeveer 40%, waardoor bijna 50% van alle fietskilometers ‘elektrisch’ worden afgelegd. Het gebruik van de gewone fiets neemt in diezelfde periode naar verwachting met 11% af5. Die laatste ontwikkeling baart ons zorgen.

Het aantal verkeersdoden en ernstig (en matig) verkeersgewonden in 2040 zal vooral stijgen onder fietsers en ouderen, zowel in ongevallen met als zonder betrokkenheid van een motorvoertuig5.

Dus is preventie daadwerkelijk nodig om het gevaarlijke aspect van gezond fietsen tegen te gaan. Belangrijke leidraad hierbij is het Meerjarenplan Fietsveiligheid 2025-2029 van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met 10 concrete acties34 (zie tabel 1).

Tabel 1. Bron: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2025

Samenvattend

Een e-bike is gezonder dan niet-fietsen, maar minder intensief dan op een gewone fiets.

Als we onze gezonde fietscultuur geen geweld willen aandoen, dan moeten we bedreigingen inzien en daarop actie(s) ondernemen. De e-bike is een prachtig en populair transportmiddel, maar het kent ook nadelen, die ongunstig kunnen doorwerken op de volksgezondheid. Daarom ter afronding tabel 2, die de lastige e-bike-paradox weergeeft.

Gezondheids-parameterE-bikeConventionele fiets
Fitheid opbouwenMatige inspanning;
hartslag minder hoog oplopend
Hogere inspanning;
betere cardiotraining
HartslagzoneLicht tot matige zone;                       
goed voor dagelijkse beweging
Matige tot hoge zone;
beter voor fitheidsverbetering
CalorieverbruikLager;
ca 30% minder
Hoger;
intensiever
ZweetproductieMinder zweten;
prettig voor woon-werk
Meer zweten;
intensiever                      
GewrichtsbelastingMinder belasting;
gunstig bij heup- en knieklachten
Meer belasting;
kan gewrichtspijntjes oproepen
OngevalsrisicoHoog;
door hogere snelheid
Laag;
door lagere snelheid
Consistent fietsenMeer ritten, langere afstanden;
mensen pakken vaker de fiets
Afhankelijk van motivatie;
drempel hoger bij tegenwind/ heuvels
Tabel 2: Gezondheidsverschillen tussen de e-bike en de conventionele fiets

Over de auteurs

Frank Backx is sportarts, em. hoogleraar sportgeneeskunde UMC Utrecht, oud-voorzitter Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG), vice-voorzitter VSG- Expertpanel Fietsen & Gezondheid en lid van Artsen voor Veilig Fietsen. Email: info@backxbone.nl

Maarten Koornneef, MPH, is sportarts n.p., voormalig directeur VSG en voorzitter VSG-Expertpanel Fietsen & Gezondheid. Email: koorn235@planet.nl

Referenties

  1. Goel R, Goodman A, Aldred R, Nakamura R, Tatah L, Garcia LMT, Woodcock J.. Cycling behaviour in 17 countries across 6 continents: levels of cycling, who cycles, for what purpose, and how far? Transport Reviews, 2022; 42(1), 58–81. https://doi.org/10.1080/01441647.2021.1915898
  2. Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM). Kerncijfers Mobiliteit 2024. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2024.
  3. Rijs K, Blokstra A, Duijvestijn M, Berg S van den. Voor- en nadelen van de elektrische fiets. Bilthoven; RIVM, 2026 (KN-2025-0120).
  4. Iyer V. The right to sight; public health insights (thesis). Groningen, 2026.
  5. Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM). Mobiliteitsbeeld 2025, p 7. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2025.
  6. Actiegroep ‘’Geef het Fietspad Terug’’. www.fietspadterug.nl
  7. Veilig Verkeer Nederland. Onderzoek Veilig Verkeer Nederland: brede steun voor nieuwe regelgeving rondom fatbikes. Amersfoort; VVN, 2024. https://vvn.nl/nieuws/onderzoek-veilig-verkeer-nederland-brede-steun-voor-nieuwe-regelgeving-rondom-fatbikes
  8. Westerbroek M.  Fietsstimulering in de praktijk. Wat gemeenten al doen en wat er nodig is. Utrecht; Mulier Instituut, 2025.
  9. Gezondheidsraad. Beweegrichtlijnen 2017. Den Haag; Gezondheidsraad, 2017
  10. Schurink-van ‘t Klooster M. et al. Beweeggedrag in 2021. Door verschillende groepen in de Nederlandse bevolking. Bilthoven; RIVM, 2022 (rapport 2022-0133).
  11. Ramanathan S, O’Brien C, Faulkner G, & Stone M. Happiness in motion: Emotions, well‐being, and active school travel. Journal of School Health, 2014;84(8), 516–523. https://doi.org/10.1111/josh.12172
  12. Craats I van de, Berg P van den, Kemperman A, & Waygood EOD. Children’s school travel and wellbeing in the Netherlands. In Elsevier eBooks 2019; pp. 317–338. https://doi.org/10.1016/b978-0-12-814694-1.00017-8
  13. Logan G, Somers C, Baker G, Connell H, Gray S, Kelly P et al. Benefits, risks, barriers, and facilitators to cycling: a narrative review. Frontiers in Sports and Active Living, 2023; 5. https://doi.org/10.3389/fspor.2023.1168357
  14. United Nations. Sustainable Development Goals & Cycling – United Nations Western Europe. United Nations Western Europe, 2020. https://unric.org/en/sustainable-development-goals-cycling/
  15. Wilderink L, Derikx D, Vrieswijk S., Westerbroek S, Singh A. Fiets je mee? Inzicht in fietsen naar de basisschool en welke factoren hiermee samenhangen. Utrecht; Mulier Instituut, 2026.
  16. Slootmans F. Elektrische steps & Verkeersveiligheid. Brussel; Vias Institute, 2022
  17. World Health Organisation. Promoting walking and cycling: a toolkit of policy options. Geneve; WHO, 2025. https://iris.who.int/server/api/core/bitstreams/a66e049b-c6b3-497f-b315-d17787b80210/content
  18. Deemter S van, Wendel-Vos W, & Hollander E de. Elektrisch fietsen in Nederland. Bilthoven; RIVM, 2022. https://www.rivm.nl/documenten/factsheetelektrisch-fietsen-in-nederland
  19. Bonardi A, Negro F, & Iannetta D.  Characterizing intensity of Ebiking in the context of the exercise intensity domains framework. Journal of Transport & Health, 2025; 43, 102064. https://doi.org/10.1016/j.jth.2025.102064
  20. Backx FJG, Aries M, Frenzel T. Fietsen is gezond, maar wel met een helm op. Medisch Contact 2024; 21: 18-20.
  21. Backx FJG, Schurink-van ’t Klooster T, Wendel-Vos W.  Fietsen en chronische ziekten. Sport & Geneeskunde 2023; 56 (1): 16-23.
  22. Haas M de. Het verband tussen gezondheid en actief reizen. Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), 2021.
  23. Wendel-Vos W, Schurink-van ’t Klooster T, Backx FJG. Fietsgedrag en ervaren gezondheid. Sport & Geneeskunde 2023; 56 (1): 10-15.
  24. Blaauwen TM den, Oude Mulders J, Wijlhuizen GJ. Sociaaldemografische en gezondheidskenmerken van fietsers uit de Lifelines-cohortstudie 2014-2023. Den Haag; SWOV, 2025 (R-2025-12).
  25. VeiligheidNL, Trends in fietsslachtoffers; de rol van e-bikes in 2020-2024. Amsterdam, 2025.
  26. Krul I, Veldhuis S & Bregman A. Ongevallen met (niet-)elektrische fietsen: actuele inzichten en trends Risicogroepen, oorzaken en gevolgen op basis van SEH-bezoeken 2020-2024. Amsterdam; VeiligheidNL, 2025. https://www.veiligheid.nl/sites/default/files/2025-08/def_rapport_ongevallen_met_niet-elektrische_fietsen_2024_13_aug_2025.pdf
  27. VeiligheidNL. Meetweek Fietsongevallen op alle SEH’s; oktober 2024. Bijna honderd fatbikers op spoedeisende hulp in één week tijd | VeiligheidNL
  28. Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeerveiligheid (SWOV). De Staat van de Fietsveiligheid 2025. Den Haag; SWOV, 2025.
  29. Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeerveiligheid (SWOV). Verkeersdoden in Nederland. Den Haag, SWOV, april 2026.
  30. Uijtdewilligen T. Boele-Vos MJ, Bos NM, Weijermars WAM. Feiten over de fietshelm. Den Haag; SWOV, 2025.
  31. Toebes BDat maak ik zelf wel uit; reflecties over gezondheid, vrijheid en recht. Boom 2026.
  32. World Health Organisation. Promoting mental health through cycling and walking: a win-win approach for health and sustainability. Geneve; WHO, 2026.
  33. Kroesen M & Moleman ML. Nederlanders in beweging: trends in het gebruik van de fiets, elektrische fiets en lopen. Paper presented at 52e Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk 2025, Groningen, 2025.
  34. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Meerjarenplan Fietsveiligheid 2025-2029. Den Haag, 10 juli 2025

Zoektermen voor het internet:   

Frank Backx, Maarten Koornneef, Preventie, E bike paradox volksgezondheid fietspad, fatbike ongevallen spoedeisende hulp 2025, Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid fietsen 2030, myopie jeugd beeldschermtijd 20-20-2 regel, SWOV verkeersdoden fietsers ouderen 2025, Meerjarenplan Fietsveiligheid Infrastructuur en Waterstaat, Vereniging voor Sportgeneeskunde bewegingsarmoede fatbike, hersenletsel e-bike incidentie VeiligheidNL, Fietsen op Recept chronische ziekten, WHO toolkit promoting walking and cycling 2025.