Door Erik Wackers, die hieronder zijn dissertatie samenvat.
Samengevatte dissertatie:
- Wackers, EME, The limited effect of redesigning healthcare delivery models on costs: a study of real-world cases in the Netherlands, Radboud Universiteit, 2025
Nieuwe mogelijkheden voor zorgaanbieders
In de afgelopen twintig jaar zijn twee wijzigingen in het zorgstelsel fundamenteel geweest voor hoe een groot deel van de zorg momenteel geleverd wordt: de overgang naar de Zorgverzekeringswet (Zvw) in 2006 en de introductie van de Wet langdurige zorg (Wlz) in 2015. Voor zorgaanbieders ontstonden nieuwe mogelijkheden om binnen het stelsel van gereguleerde marktwerking op zoek te gaan naar innovatieve manieren van organisatie en bekostiging. Voorbeelden zijn experimenten met populatiebekostiging, waarbij de organisatie van zorg over verschillende organisaties beter afgestemd wordt, en de opkomst van kleinschalige woonzorgvormen in de ouderenzorg, waar organisaties een alternatief bieden voor het verpleeghuis. Vaak hebben deze initiatieven als ultiem doel om de kwaliteit te verhogen en tegelijkertijd de kosten te verlagen. Hoe effectief deze hervormingen geweest zijn in de beheersing van de zorgkosten blijft echter nog onduidelijk. In dit proefschrift is een aantal casussen onderzocht, waarbij het effect op de zorgkosten centraal staat.
Passende zorg en zelfredzaamheid
Dit overzicht van het proefschrift gaat specifiek in op twee narratieven die geleid hebben tot organisatiehervormingen. Het eerste narratief is de focus op zinnige of passende zorg. Dit wordt nog steeds als een vernieuwend concept gepresenteerd, terwijl een eerder artikel in deze nieuwsbrief aantoonde dat de inspanningen op dit gebied al minimaal drie decennia een rol spelen in het zorgbeleid (Companje, 2022). De veronderstelling vanuit beleidsperspectief is dat hierdoor de kwaliteit van zorg alleen maar zal toenemen, terwijl de kosten afnemen door het stoppen met niet-passende zorg.
Het tweede narratief is de verschuiving van het collectief naar het individu in de langdurige zorg. Met name sinds de hervorming van de Wet langdurige zorg (Wlz) in 2015, wordt vanuit het beleid ingezet op zelfredzaamheid van individuen (Maarse & Jeurissen, 2016). De beleidstheorie veronderstelt hierbij dat de druk op de formele langdurige zorg afneemt.
Deze samenvatting gaat in op een aantal resultaten van het onderzoek. Een volledig overzicht van onderzoeksmethoden en resultaten is te vinden in het proefschrift zelf (Wackers, 2025). Twee hoofdstukken uit het proefschrift gaan over deze thema’s en worden hier uitgelicht: de opkomst van kleinschalige woonzorgvormen in de langdurige zorg en passende zorg in ziekenhuizen. Vervolgens komen de implicaties van deze onderzoeken aan bod in relatie tot het Coalitieakkoord 2026-2030 van de nieuwe coalitie D66, VVD & CDA.
Het effect van kleinschalige woonzorgvormen op de kosten
Traditioneel wordt de ouderenzorg in Nederland veelal in grootschalige verpleeghuizen georganiseerd. Na de introductie van de Wet langdurige zorg kwamen kleinschalige woonzorgvormen op in Nederland (Bos et al. 2020). In deze woonzorgvormen kunnen hulpbehoevende ouderen langer thuis wonen – in lijn met het beleid – terwijl er mogelijkheden zijn tot centraal inkopen van zorg. Op de meeste van deze locaties wordt de zorg geleverd in een Modulair Pakket Thuis (MPT) of Volledig Pakket Thuis (VPT). Er vindt een gedeeltelijke verschuiving plaats van zorg in het verpleeghuis, waar een verblijf en medische zorg gecombineerd aangeboden worden, naar de thuissituatie. In dit onderzoek werd gekeken of deze kleinschalige woonzorgvormen ook daadwerkelijk leiden tot lagere zorgkosten.
Uit deze studie blijkt dat er geen significante verschillen zijn in zorgkosten voor ouderen in een verpleeghuis of kleinschalige woonzorgvorm (Wackers et al. 2025). In deze analyse is rekening gehouden met selectie-effecten: het is bijvoorbeeld bekend dat individuen met een hogere sociaaleconomische status, die veelal een lagere ziektelast hebben, vaker kiezen voor een kleinschalige woonzorgvorm. Dit resultaat kan erop wijzen dat eventuele efficiëntiewinsten door thuiszorg geclusterd aan te bieden in de langdurige zorg niet resulteren in kostenbesparingen voor het zorgsysteem. Bovendien zet dit mogelijk de solidariteit in de langdurige zorg onder druk: naarmate welvarende ouderen vaker kiezen voor kleinschalige woonzorgvormen als alternatief voor het verpleeghuis, dan dragen zij minder bij aan het collectieve systeem door de lagere eigen bijdrage die van toepassing is.
In dit onderzoek werd uitsluitend gekeken naar het effect op de zorgkosten. De overheid rekent op besparingen door een verschuiving van huisvestingskosten van publiek naar privaat. In een vervolgonderzoek kunnen de gevolgen van het beleid op de totale kosten op de zorg en wonen, zowel publiek als privaat, onderzocht worden.
Het effect van passende zorg in ziekenhuizen op de kosten
In deze studie zijn twee ziekenhuizen, Bernhoven en het Beatrixziekenhuis, onderzocht die de organisatie veranderd hebben richting passende zorg, met als doel de kwaliteit te verhogen en de kosten te verlagen (Wackers et al. 2023). Belangrijke veranderingen waren de bekostiging, die veranderde van een jaarlijkse onderhandelcyclus met zorgverzekeraars naar meerjarige aanneemsommen, en een nadrukkelijkere samenwerking met eerstelijnsorganisaties in de regio. Beide ziekenhuizen betrokken zorgverleners en zorgverzekeraars nadrukkelijk in het vormgeven van de nieuwe strategie. Het onderzoek richtte zich op de effecten van deze strategie op de kosten en kwaliteit van zorg.
In beide ziekenhuizen daalde het ziekenhuisvolume, zowel in het aantal behandelde patiënten als de opnameduur, relatief ten opzichte van andere ziekenhuizen. Bovendien waren de totale zorgkosten iets lager in vergelijking met controleziekenhuizen. De kwaliteit bleef vergelijkbaar gedurende de interventieperiode, op basis van openbare indicatoren. Uit interviews bleek dat een selectie van zorgverleners de indruk had dat de organisatie wel meer gericht was op het leveren van kwalitatief goede (passende) zorg.
Hoewel de programma’s positief geëvalueerd zijn, kleeft er een aantal risico’s aan deze strategieën. In de praktijk blijkt het verminderen van het geleverde zorgvolume in het ziekenhuis sneller te verlopen dan de afbouw van vaste kosten, zoals personeelskosten. Daardoor ontstaat een situatie waarin de ziekenhuizen te maken hebben met relatief weinig productie ten opzichte van de kostenbasis. Dit brengt de organisatie in een financieel kwetsbare positie, en dat kwam bij Bernhoven tot uiting (Alebeek, 2022). Het ziekenhuis staat hierbij in een kwetsbare positie ten opzichte van zorgverzekeraars, aangezien besparingen op volumedalingen al ingeboekt zijn, terwijl de kostenbesparingen aan de kant van het ziekenhuis nog moeten volgen.
Vervolgonderzoek zou zich om deze reden kunnen richten op de haalbaarheid van een strategie gericht op passende zorg op de lange termijn en welke voorwaarden daarvoor vereist zijn.
Coalitieakkoord over de curatieve en langdurige zorg
De coalitie zet voor de komende kabinetsperiode wederom in op passende zorg en zelfredzaamheid. Op beide fronten zijn stevige besparingen ingeboekt (Coalitieakkoord 2026-2030).
In de doorrekening van het Centraal Planbureau (CPB) wordt de maatregel passende zorg geïnterpreteerd als ‘een intentie om een bestuurlijk akkoord af te sluiten, met een generiek macrobeheersingsinstrument als stok achter de deur’ ( ACPB, Analyse Coalitieakkoord 2026-2030). Dit is om meerdere redenen opvallend.
Vanuit de politiek gezien is doelmatigheid een relatief pijnloze belofte: besparingen zonder in te boeten aan kwaliteit. In de praktijk is dat niet gegarandeerd, blijkt ook uit dit proefschrift. Hoewel bestuurlijke akkoorden in het verleden effectief geweest zijn in het beheersen van de zorgkosten (Jeurissen & Maarse, 2021), is niet zeker dat dit ook zal leiden tot passende zorg. Het Centraal Planbureau waarschuwt hier dan ook voor in de hierboven genoemde analyse. Het bureau stelt over de voorgenomen bezuinigingen in de curatieve en de langdurige zorg: ‘Budgetkortingen leiden niet automatisch tot een verbetering van doelmatigheid en kunnen daarom leiden tot minder zorg en/of kwaliteitsverlies’. In het onderzoek naar de twee ziekenhuizen waren daarnaast aanwijzingen dat het opleggen van passende zorg averechts kan werken. De betrokkenen gaven aan dat de kracht van beide programma’s zat in het lokaal betrekken van zorgprofessionals en dat dit moeilijk via beleid afgedwongen kan worden.
Daarnaast is het opvallend dat ook het macrobeheersinstrument (mbi) in deze context genoemd wordt. Dit instrument kan een overschrijding van het totale budget van een sector achteraf terugvorderen bij zorgaanbieders. Eerder werd in ESB betoogd dat de inzet hiervan te generiek is, en juist de perverse prikkel kan hebben om de omzet te vergroten (Van der Geest et al. 2017). Niet bepaald in lijn met het doel van passende zorg.
In de langdurige zorg wordt de verschuiving van het collectief naar het individu neergezet als een maatregel in het belang van de zorgbehoevende: door in te zetten op langer thuis wonen (reablement) kan de oudere beter regie houden en minder afhankelijk zijn van zorg. In de praktijk wordt hierdoor een deel van de last verschoven van formele naar informele zorg door mantelzorgers. Besparingen worden ingeboekt, maar de feitelijke zorgvraag blijft hoog. De kostenbesparingen worden weliswaar bereikt door een voortzetting van het beleid waarin de woonlasten voor een deel naar particulieren verschoven worden, maar het onderzoek uit dit proefschrift liet zien dat de solidariteit op het zorgdeel onder druk kan komen te staan. Eerder onderzoek naar langer thuis wonen liet een soortgelijk beeld zien (Bakx et al. 2020).
Kortom
In het proefschrift zijn verschillende casussen onderzocht waarin zorgaanbieders op een andere manier georganiseerd worden, soms als gevolg van beleidswijzigingen op macroniveau. Voor bijna alle casussen, en de twee besproken studies in het bijzonder, geldt dat de besparingen op het niveau van het zorgsysteem onzeker zijn. Hiervoor zijn verschillende verklaringen denkbaar. Ten eerste gaat het vaak om complexe interventies, met meerdere componenten, in complexe omgevingen. Daardoor zijn de effecten moeilijk toe te schrijven aan de interventie. Ten tweede vertalen besparingen op het niveau van zorgaanbieders zich niet automatisch in kostenbesparingen op systeemniveau, door een complex speelveld van betrokken actoren. Andersom kan gelden: besparingen die door de coalitie nu mogelijk geboekt worden in de curatieve en langdurige zorg, kunnen zich wel vertalen in ander gedrag door zorgaanbieders. Het is de vraag in hoeverre dat zal leiden tot passende zorg.
Over de auteur
Erik Wackers studeerde bestuurskunde en werkt als postdoc bij IQ health, onderdeel van het Radboudumc. Daarnaast schrijft hij als freelance onderzoeksjournalist over de zorg. Contact opnemen kan via erik.wackers@radboudumc.nl.
Zoektermen voor het internet:
Erik Wackers, langdurige zorg, passende zorg kosten, kleinschalige woonzorgvormen ouderen, effectiviteit zorgstelsel hervormingen, beheersing zorgkosten Nederland, dissertatie zorginnovatie 2025, effect modulair pakket thuis, marktwerking in de zorg, kostenbesparing ziekenhuiszorg, zorgbeleid coalitieakkoord 2026, Radboud Universiteit
