Door Erik Buskens.
Inleiding
Op 5 februari 2026 zonden de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport, Judith Zs.C.M. Tielen en staatssecretaris Participatie en Integratie, J.N.J. Nobel de voortgangsbrief aanpak Gezondheid in alle Beleidsdomeinen (GiaB) aan de Tweede Kamer. Het is zeker niet voor het eerst dat hier aandacht voor is gevraagd, en ook deze brief zal niet de laatste keer zijn. De maatschappelijke opgaven zijn er intussen niet geringer op geworden. Bestaansonzekerheid, energieonzekerheid, onveilige (werk)omgeving, huisvesting, eenzaamheid, wantrouwen, desinformatie, social media, voedselomgeving, nicotine, enz. enz. hebben blijvend negatieve invloeden die niet los van elkaar gezien of opgelost kunnen worden. Werkelijk inzetten op GiAB vergt een heel wezenlijk verandering van bestuur en (her)verdelen van budgetten en verantwoordelijkheden. Met deze brief geeft de overheid aan eerste stappen te willen zetten met pilots, samenwerking en enkele gerichte programma’s. Echter van een echte systematische aanpak waarbij gezondheid in alle beleid en dus voor alle ministeries verplicht wordt meegenomen is voorlopig nog geen sprake. Wat mogen we dan wel verwachten van de voornemens? Hieronder wordt kort stilgestaan bij een aantal beleidsthema’s. En dat zijn er nog maar zes.
1. Samenwerking en signalering armoede
Een goede stap is dat gezondheid gekoppeld wordt aan bestaanszekerheid. Zo worden zorgverleners voortaan geacht geldproblemen te signaleren. De idee is dat schulden en armoede herkend kunnen worden en dat mensen actief doorverwezen worden naar hulp (sociaal domein). Of huisartsen, verloskundigen en apotheken daarvoor toegerust zijn en tijd voor hebben is weer een andere vraag. Dit impliceert nauwe samenwerking en afstemming tussen zorg en het sociaal domein en vergt investeren in de relatie en data(infrastructuur). Het is een ontwikkeling die al gaande is en kansrijk lijkt.
2. Meervoudige problematiek
Voor gezinnen en individuen waarbij bestaanszekerheid niet de enige uitdaging is, dat wil zeggen als naast armoede ook zorgtaken op de schouders rusten en werkeloosheid en/of huisvesting bijkomende uitdagingen vormen is het minder duidelijk wat er zou moeten gebeuren. De eerste lijn kan het startpunt zijn maar evengoed kan dat bij andere instanties zijn. De vereiste samenwerking is niet wezenlijk anders maar de eventuele oplossing ingewikkelder. Wat voorgesteld wordt is dan ook minder concreet uitgewerkt. Hier liggen wel duidelijke aanknopingspunten met de zogenaamde “Kansrijke Start” (eerste 1000 dagen kind), waarbij met name jonge moeders (en vaders) met uitdagingen op meerdere levensterreinen deze makkelijk door kunnen geven aan hun kinderen en een directe bedreiging voor een gezonde ontwikkeling vormen.
3. Sociale agenda ministeries en gemeenten
Zoals in de kamerbrief aangegeven is het de bedoeling dit jaar (2026) een Sociale Agenda op te stellen waarin de samenwerking tussen ministeries en gemeenten geborgd zou moeten worden. Hoe dit alles met een minderheidskabinet dat over alles zal moeten onderhandelen, en een gemeentelijk landschap gedomineerd door “lokale partijen” met deels populistische agenda’s zou moeten werken is ongewis. Harde maatregelen zijn er niet, en nu bijvoorbeeld het doorzetten van een werkelijk harde maatregel als de spreidingswet al heel veel stof doet opwaaien is het de vraag in hoeverre dit zal afleiden van een sociale agenda.
4. Signalering gezonde leefomgeving
Een andere belangrijke opgave ligt bij het garanderen van een gezonde leefomgeving. Dat is al jarenlang een netelige kwestie. De geluidsoverlast en uitstoot van vliegtuigen, en hoe dit de gezondheid van mensen in de omgeving van Schiphol negatief heeft beïnvloed heeft beleidsmatig altijd het onderspit gedolven ten opzichte van de zogenaamde economische belangen. Bij Tata in IJmuiden en Wijk aan Zee, spelen vergelijkbare vraagstukken ook al decennia en nu na veel en lang aandringen heeft men schoorvoetend een pilot gestart. Van daadwerkelijk verankerd beleid waarbij effecten op gezondheid, vermeld in een Gezondheidseffectrapportage (GER) daadwerkelijk worden onderzocht, in plaats van hanteren van bepaalde uitstootnormen is nog steeds geen sprake.
5. Klimaat en gezondheid
Een ander misschien nog wel ingewikkelder vraagstuk betreft klimaat en gezondheid. Er bestaat weliswaar een nationaal hitteplan maar dat vraagt veel alertheid van de burger en dito verantwoordelijkheid. De verantwoordelijkheid voor de inrichting van openbare ruimten in steden met groen en water, en mogelijkheden om bij hevige buien het water veilig te bergen, krijgt meer aandacht maar je zou kunnen stellen dat het rijk(elijk) laat is. Bovendien heeft de burger hier zelf maar zeer beperkt invloed op en is beleid afhankelijk van lokale politici en bestuurders, die eerst hun formatie zullen moeten afronden. Veel partijen lijken klimaat en groen in steden weliswaar belangrijk te vinden maar (wettelijke) kaders zijn er evenmin, en al naar gelang de verkiezingsuitslag en onderhandelingen over meer populistische vraagstukken is het de vraag wat gerealiseerd kan worden. De schaduw die het groen zal brengen is uiteraard ook goed ter voorkoming van huidkanker. Weren (bijvoorbeeld onder de bomen), keren (met kleding en smeren waar geen bedekking zit zijn goede adviezen en richtlijnen, maar er is geen verplichting of toezicht op de hoeveelheid zonnestraling waaraan kinderen blootgesteld worden op scholen, noch voor werknemers die veel buiten werken. Helmen zijn op bouwplaatsen inmiddels wel verplicht, en dat is niet voor niets. Een voorbeeld om te volgen wellicht.
6. Preventie en belemmeringen
Goede voornemens genoeg. Ook om van zorg meer naar preventie over te gaan, maar het is vooralsnog (weliswaar gebudgetteerde) toekomstmuziek die nog concreet zal moeten worden uitgewerkt. Het zou mooi zijn als men bij het uitwerken de recente suggesties van van Rijn en Velzel in Zorgvisie serieus zou nemen en langs die lijnen zorgmiddelen gaat inzetten voor preventieve doelstellingen. Minder dan 1% van het zorgbudget zou volgens hen al een heel belangrijke stap zijn. Feitelijk is dus een investeringsmodel nodig voor preventie. Daarover wordt nagedacht. De overheid wil kunnen plannen en berekenen wat preventie uiteindelijk gaat opleveren. Gaat het zorgkosten besparen, levert het meer productieve jaren en daarmee inkomstenbelasting op, meer mantelzorg, weerbaardere en innovatievere burgers? Er is een richtlijn voor passend bewijs van preventie opgesteld die deze terechte vragen moet helpen beantwoorden. Je zou dergelijke vragen echter evenzeer aan het gehele systeem van zorg moeten stellen. In dat domein wordt veelal genoegen genomen met de stand van wetenschap en praktijk. Dat heeft ertoe geleid dat een flink deel van de zorg een sterke evidence base mist, maar desondanks vergoed wordt. Innovaties langs de lat van doelmatigheid leggen en ook het huidige pakket erlangs leggen zou ook in termen van personele inzet genoeg ruimte moeten kunnen scheppen om preventie uit te voeren en te vergoeden. En niet te vergeten er onderzoek naar te doen. Dat laatste gaat binnenkort zij het op bescheiden schaal van start met ZonMw subsidies. Een beperkt aantal projecten zal kunnen worden gefinancierd om te leren hoe de richtlijn uitpakt en hoe beleidsmakers er vervolgens hun voordeel mee zouden kunnen doen. Ook weer geen duidelijk verplichtend karakter, ondanks dat we al zoveel weten over de(directe) oorzaken van (on)gezondheid als ongezond eten, weinig bewegen, overmatig alcohol gebruik en roken. We kennen bovendien feitelijk de determinanten van deze determinanten, dat wil zeggen de onderliggende factoren die hele groepen in de samenleving de verkeerde kant op duwen of verleiden. We hebben het dus in belangrijke mate over commerciële determinanten van gezondheid waar de overheid willens en wetens van heeft weggekeken en GiAB tegenover zou moeten stellen voor herstel.
Beschouwing met het coalitieakkoord in de hand
Er is voorlopig nog geen wet die zegt: “beleid móet gezondheid meenemen” en niet alle ministeries worden ertoe verplicht. Goede voornemens en pilots zijn er. Veel zo niet bijna alles is doorgeschoven naar volgende kabinetten. Laten we daarom het coalitie akkoord van D66, CDA en VVD van 2026 er op na slaan. Wat staat daar in over GiAB?
Gaan we nu “Aan de slag” met gezondheid in alle beleidsdomeinen? Dat valt te bezien. Er staat impliciet wel het een en ander in over gezondheid die thuis, op school, op het werk en in de buurt ontstaat, maar nog steeds niets concreets. GiAB komt niet terug als leidend principe voor alle ministeries en van een instrument of instrumentarium als gezondheidstoetsen, een impactanalyse of wettelijke borging blijft men weg. De oeroude commerciële belangen lijken het wederom te hebben gewonnen, en ministeries blijven individueel vrij (en verantwoordelijk) om er al dan niet mee aan de slag te gaan.
Kortom
Tenzij de oppositie zich structureel en stevig opstelt om GiAB te verankeren zullen we waarschijnlijk onze lange adem moeten oefenen, geduld betrachten en roeien met de riemen die we (lokaal) hebben. Dit is ook wat de “Landelijke Nota Gezondheidsbeleid 2025-2028” stelt. Gemeenten móeten binnen 2 jaar lokaal beleid maken (Wet publieke gezondheid), en aan de slag met bepaalde gestelde prioriteiten: vaccinatie, overgewicht en mentale gezondheid. Maar dit is nog geen GiAB. Gemeenten krijgen grote verantwoordelijkheden, maar of de daarvoor benodigde middelen en expertise er wel zijn is afwachten. Het debacle met jeugdzorg heeft hopelijk genoeg leergeld opgeleverd.
Over de auteur
Erik Buskens is arts en hoogleraar Population Health Management UMCG en Faculteit Economie en Bedrijfskunde aan de Rijks Universiteit Groningen. Hij is ook Scientific Director Aletta Jacobs School of Public Health. Buskens is bereikbaar via e.buskens@umcg.nl
Zoektermen voor internet
Erik Buskens, beleidsontwikkeling, voortgangsbrief GiaB 2026, Gezondheid in alle Beleidsdomeinen, Judith Tielen preventie, bestaanszekerheid en gezondheid, gezondheidseffectrapportage GER, klimaat en gezondheid beleid, commerciële determinanten van gezondheid, sociale agenda 2026, integrale aanpak preventie, Wet publieke gezondheid gemeenten
