Door Samuel Briones, onderzoeker.

Samengevat proefschrift:

Inleiding van de redactie

Het beleid van overheden in heel Europa verschuift meer naar zorg aan huis. Dit komt grotendeels vanwege de voorkeur van ouderen om zelfstandig thuis te blijven wonen. Deze transitie betekent dat lokale langdurige zorg gericht op het verlichten van taken van werkende mantelzorgers zoals respijtzorg, dagcentra voor volwassenen en thuiszorg, steeds belangrijker worden. Dit proefschrift richt zich voornamelijk op de rol van flexibele werkregelingen (FWRs) in diverse landen, waaronder de mogelijkheid voor werknemers om hun werktijden, roosters en werkplek aan te passen. In onderstaande samenvatting ligt de focus op de onderzoeksvraag en -resultaten. Op verzoek van de redactie blijven verantwoording van de onderzoeksmethoden, statistische en andere analysemethoden en verwijzingen naar andere publicaties achterwege. Daarvoor verwijst de auteur naar het oorspronkelijke artikel.

Achtergrond van het proefschrift

In Nederland zijn er momenteel 2,7 miljoen werkende mantelzorgers die betaald werk combineren met het verlenen van onbetaalde zorg aan familieleden, vrienden of buren. Volgens het CBS is dit aantal in 2024 13 procent van de beroepsbevolking. In de hele Europese Unie vormen de werkende mantelzorgers ongeveer 17% van de beroepsbevolking, waarbij vrouwen (20%) vaker dan mannen (15%) deze rol op zich nemen. De uitdagingen waarmee deze groep wordt geconfronteerd, worden steeds groter door een samenloop van demografische- en beleidsveranderingen. Omdat mensen langer leven, komen chronische aandoeningen zoals dementie steeds vaker voor, waardoor de maatschappelijke behoefte aan zorg in het algemeen toeneemt. Tegelijkertijd verschuift het beleid van overheden in heel Europa meer naar zorg aan huis. Dit komt grotendeels vanwege de voorkeur van ouderen om zelfstandig thuis te blijven wonen. Deze transitie betekent dat lokale langdurige zorg, zoals respijtzorg, dagcentra voor volwassenen en thuiszorg, steeds belangrijker worden bij de ondersteuning van werkende mantelzorgers.

Deze verschuivingen zorgen voor een groeiende zorgkloof. Momenteel wordt ongeveer 80% van alle langdurige zorg in Europa verleend door familieleden. In Nederland neemt het aandeel werkende mantelzorgers dat zich overweldigd voelt door hun werk en zorgtaken toe, met name in de gezondheids- en onderwijssector (SCP, 2025). Wanneer zorgtaken te zwaar worden, verminderen werkende mantelzorgers vaak hun werkuren of verlaten de arbeidsmarkt volledig. Dit leidt tot aanzienlijke economische verliezen voor huishoudens en de samenleving als geheel. Tevens leidt dit bij mantelzorgers tot ernstige gevolgen voor hun gezondheid, loopbaanontwikkeling en financiële zekerheid. Onderzoek toont aan dat ondersteuning door leidinggevenden en toegang tot flexibel werken cruciale middelen zijn die mantelzorgers in staat stellen het door hen gewenste werkniveau te handhaven. Mijn onderzoek richtte zich voornamelijk op de rol van flexibele werkregelingen (FWRs), waaronder de mogelijkheid voor werknemers om hun werktijden, roosters en werkplek aan te passen. Deze regelingen zijn echter niet voor alle beroepen en genders even toegankelijk, en kunnen paradoxaal genoeg leiden tot een grotere vermenging van werk en privé.

Onderzoeksaanpak

Om te begrijpen hoe dit beleid effectief kan dienen als hulpmiddel voor werkende mantelzorgers bij het combineren van werk en zorg, in lijn met hun waarden, prioriteiten en voorkeuren, staat de volgende vraag centraal; hoe beïnvloeden flexibele werkregelingen en langdurigezorgsystemen het vermogen van werkende mantelzorgers om zorgverlening en werk te combineren?

Om deze vraag te beantwoorden, heb ik de Capability Approach toegepast, die is ontwikkeld door de econoom en filosoof Amartya Sen. Dit raamwerk gaat verder dan het uitsluitend beschouwen van formele beleidsrechten en evalueert wat mensen, gegeven hun sociale en institutionele context, in de praktijk daadwerkelijk kunnen realiseren. Dit onderzoek maakte deel uit van het Horizon 2020 ERC-CAPABLE-project en maakte gebruik van een kwalitatieve methodologie, waaronder documentanalyse en diepte-interviews met belanghebbenden en werkende ouders en mantelzorgers in vier Europese landen: Nederland, Spanje, Slovenië en het Verenigd Koninkrijk. Mijn proefschrift richt zich specifiek op de Nederlandse, Spaanse en Sloveense context. Lezers kunnen het volledige proefschrift raadplegen voor een uitgebreide beschrijving van de onderzoeksmethodologie (Briones, 2026).

FWRs zijn geen wondermiddel

Wanneer we Nederland vergelijken met Slovenië en Spanje, lijkt het Nederlandse beleid op het eerste gezicht zeer toegankelijk. In Nederland zijn flexibele werkregelingen beschikbaar voor de meeste werknemers die aan de basiscriteria voldoen, ongeacht hun specifieke zorgverantwoordelijkheden. Daarentegen beperken Spanje en Slovenië vaak de wettelijke toegang tot ouders van jonge kinderen of mensen met specifieke zorgverantwoordelijkheden, waardoor andere mantelzorgers aangewezen zijn op individuele onderhandelingen en ondersteuning van het management.

Echter, de onderzoeksresultaten tonen aan dat de universele beschikbaarheid van beleid niet automatisch leidt tot een gelijke mogelijkheid om van deze regelingen gebruik te maken. Uit mijn onderzoek blijkt dat zelfs wanneer beleid op papier bestaat, verschillende factoren – zoals sectorspecifieke verschillen, dynamiek op de werkplek en culturele verwachtingen – bepalen of werknemers toegang hebben tot flexibiliteit. Zo hebben kantoormedewerkers meer kans op flexibiliteit dan fabrieksarbeiders, ondanks formele nationale regelgeving.

Ervaringen van werkende mantelzorgers laten zien dat flexibele werkregelingen op zichzelf vaak onvoldoende helpen. In tegenstelling tot kinderopvang is de zorg voor een volwassene met chronische gezondheidsproblemen inherent onvoorspelbaar wat betreft timing, duur en intensiteit. Onvoorziene acute zorgsituaties houden zich niet aan flexibele werkroosters. Daardoor zijn werknemers, zelfs wanneer ze universele toegang hebben tot telewerken en flexibele roosters, vaak afhankelijk van ondersteuning op de werkplek om op acute situaties te reageren. Als alternatief worden ze gedwongen om tijdens deze periodes andere vormen van betaald of onbetaald verlof op te nemen.

Navigeren door het doolhof van de langdurige zorg in Nederland, Spanje en Slovenië

De tweede cruciale pijler van het onderzoek betrof de langdurige zorgstelsels in de drie landen: Nederland, Spanje en Slovenië. In 2015 begon Nederland met een ingrijpende decentralisatie van de langdurige zorg, waarbij verantwoordelijkheden werden overgedragen aan gemeenten onder de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) en aan zorgkantoren onder de Wet Langdurige Zorg (WLZ). Hoewel deze decentralisatie bedoeld was om de zorg dichter bij het lokale niveau te brengen, heeft het onbedoeld geleid tot een sterk gefragmenteerd landschap voor werkende zorgverleners. Mijn onderzoek belicht drie grote uitdagingen bij de lokale uitvoering van de langdurige zorg in Nederland.

Ten eerste is informatie over ondersteunende diensten verspreid over meerdere aanbieders en instanties, voornamelijk gemeenten, zorgverzekeraars en de centrale overheid. Hoewel Nederlandse buurtteams en mantelzorgmakelaars essentiële hulp bieden bij het navigeren door het systeem, dragen werkende mantelzorgers nog steeds een aanzienlijke organisatorische last. Zij moeten veel managen voor de persoon voor wie zij zorgen, zo moeten ze voortdurend opkomen voor de zorgontvanger en ook zelfstandig afstemmen met andere verzorgers en diverse diensten.

Ten tweede beschouwen gemeentelijke WMO-consulenten mantelzorgers vaak in de eerste plaats als “medeproducenten” van zorg en als potentiële hulpbronnen voor mensen die zorg nodig hebben. Langdurigezorgsystemen gaan er vaak vanuit dat familieleden, met name vrouwen, van nature over de capaciteit en de tijd beschikken om uitgebreide zorgtaken op zich te nemen. Dit institutionele kader houdt geen rekening met de eigen werkverplichtingen, persoonlijke ondersteuningsbehoeften en voorkeuren van de mantelzorger. Dit kan leiden tot een groot risico op overbelasting en op het in versterken van traditionele genderrollen in werk en zorg

Ten derde hebben lokale zorgverleners in de landen die ik heb bestudeerd moeite om tegemoet te komen aan de behoeften van diverse groepen mantelzorgers. In Nederland bijvoorbeeld sluiten zorgaanbieders niet altijd aan bij de culturele waarden van mantelzorgers met een migratieachtergrond, die institutionele interventie wellicht zien als een inbreuk op de familiesfeer. Dit kan aanzienlijke belemmeringen opwerpen voor de toegang tot ondersteuning voor deze mantelzorgers.

Beleidsimplicaties van dit onderzoek

Deze bevindingen bieden mogelijkheden voor innovatie en systeemverbetering voor managers en beleidsmakers in het sociale domein en de gezondheidszorg in Nederland. Het huidige beleid behandelt werk en zorg doorgaans als afzonderlijke domeinen, waarbij niet wordt erkend dat werkende mantelzorgers voortdurend een evenwicht tussen beide moeten vinden. Deze gefragmenteerde aanpak dwingt werkende mantelzorgers om als onafhankelijke managers op te treden, waarbij ze voortdurend moeten onderhandelen tussen werkgevers, formele zorgverleners en familienetwerken.

Effectieve ondersteuning vereist een geïntegreerde aanpak die de dubbelrol van werkende mantelzorgers als werknemers en zorgverleners erkent. Dit betekent dat er beoordelingsprocedures moeten worden ontworpen die rekening houden met hun werkverantwoordelijkheden, dat er werkplekbeleid moet worden opgesteld dat de onvoorspelbaarheid en uitdagingen van de zorgbehoeften van volwassenen erkent en dat zorg op lokaal niveau toegankelijk moet zijn.

Om een duurzame beroepsbevolking te bevorderen en de economische participatie van mantelzorgers te beschermen, moeten we de uitvoering van de lokale zorg hervormen:

  1. Geïntegreerde zorgbeoordelingen: Beleidsmakers moeten pleiten voor zorgbehoeftebeoordelingen die expliciet de werkverplichtingen van mantelzorgers evalueren. Als een zorgplan een aanzienlijke betrokkenheid van het gezin vereist, moet de beoordelaar waarborgen dat de mantelzorger de nodige flexibiliteit en ondersteuning op de werkplek heeft om dit vol te houden zonder zijn of haar levensonderhoud in gevaar te brengen of in conflict te komen met zijn of haar voorkeuren.
  2. Gecentraliseerde informatiehubs: Om de navigatielast drastisch te verminderen, moeten gemeenten en zorgorganisaties hun informatiesystemen centraliseren. Het creëren van één aanspreekpunt waar mantelzorgers naadloos alle soorten ondersteuning kunnen regelen en overzien, zou de noodzaak om met bureaucratische complexiteit om te gaan verminderen.
  3. Van medeproducenten naar mede-cliënten: Er is een paradigmaverschuiving nodig om werkende mantelzorgers te positioneren als mede-cliënten van langdurigezorgsystemen, met specifieke ondersteuningsbehoeften die losstaan van die van de ontvanger van langdurige zorg. Door werkende mantelzorgers die ondersteuning nodig hebben actief te benoemen, kunnen organisaties gerichte interventies aanbieden om burn-out en sociaal isolement te voorkomen.

Toekomstig onderzoek en projecten in Nederland

Toekomstig onderzoek in Nederland moet zich richten op de volgende cruciale gebieden:

  1. het ontwikkelen via projecten van praktische mechanismen om participatie van werkende mantelzorgers in de indicatiestelling te bevorderen, zodat hun stem invloed heeft op de vormgeving van zorg en ondersteuning.
  2. onderzoek naar hoe diverse gemeenschappen beter kunnen worden bereikt, zoals mantelzorgers met een migratieachtergrond die mogelijk extra uitdagingen ondervinden in de langdurige zorg die meer afgestemd is op de waarden van de meerderheidsgroep
  3. het uitwerken van interventiestrategieën om het bewustzijn te vergroten van de uitdagingen waarmee werkende mantelzorgers worden geconfronteerd en ondersteuning op de werkplek voor zorgverantwoordelijkheden te bevorderen, rekening houdend met zorgtekorten.

Conclusie

Om het beleid voor sociale zorg om te zetten in effectieve middelen is een fundamentele, samenhangende hervorming nodig van zowel flexibele werkregelingen (FWRs) als langdurige zorg, waarbij de diepe onderlinge verbondenheid wordt erkend in het vormgeven van de mogelijkheden van werkende mantelzorgers. Dit vereist dat we verder kijken dan economische overwegingen en zorgverlening, sociale participatie en persoonlijk welzijn omarmen als geldige levenskeuzes. Door het beleid voor werkende mantelzorgers fundamenteel te herzien, kunnen we ervoor zorgen dat langdurigezorgbeleid en toegankelijke flexibele werkregelingen hen daadwerkelijk in staat stellen om werk en zorg op een zinvolle manier te combineren.

Over de auteur

Samuel Briones (1987) is onderzoeker bij het Inclusive AI Lab aan de Universiteit Utrecht, waar hij onderzoekt hoe generatieve AI-chatbots gezelschap en ondersteuning kunnen bieden aan werkende mantelzorgers. Onlangs rondde hij zijn promotieonderzoek af in het kader van het Horizon 2020 ERC-CAPABLE-project aan de Universiteit Utrecht, waarbij hij zich richtte op de mogelijkheden van werkende mantelzorgers in heel Europa. Samuel Briones is bereikbaar via s.i.brionesbarrales@uu.nl

Zoektermen voor internet

Samuel Briones, beleidsontwikkeling, werkklimaat, Briones proefschrift mantelzorg 2026, Capability Approach Amartya Sen zorg, flexibele werkregelingen FWR mantelzorg, SCP rapport werkende mantelzorgers 2025, decentralisatie Wmo WLZ knelpunten, mantelzorgers als mede-cliënt, organisatieoverstijgend mantelzorgbeleid, Horizon 2020 ERC CAPABLE.