Door Bart van Pinxteren, huisarts, Hans Peucker, huisarts en Rube van Poelgeest, Zorg ICT-expert.  

Achtergrond 

In oktober 2021 verrichtte, mede op initiatief van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), een onderzoeksteam van de vakgroep Huisartsgeneeskunde van de Universiteit Maastricht onderzoek naar de bruikbaarheid en effectiviteit van digitale toepassingen in de huisartsenzorg. Gezien de korte looptijd van dit onderzoek hebben de onderzoekers er op voorhand voor gekozen zich te beperken tot de volgende vier vormen van digitale huisartsenzorg:  

  • Contact op afstand in de vorm van een e-consult  
  • Contact op afstand in de vorm van een videoconsult  
  • Telemonitoring (bijv. monitoring van glucose of bloeddruk op afstand)  
  • Digitale zelftriage (bijv. door middel van gerichte vragen waaruit een urgentie en advies volgt)  

De conclusie van het onderzoek is dat er geen concrete opsomming te geven valt over wanneer, waarvoor en met welke mogelijke gevolgen een digitale zorgtoepassing wel of niet bruikbaar kan worden ingezet. Telemonitoring is wellicht de enige uitzondering. Het leent zich met name voor eenvoudige metingen bij chronische aandoeningen en heeft zich enigszins, maar niet significant, bewezen bij inzet in de diabeteszorg (afname in HbA1c). Er is ook geen bewijs gevonden dat de onderzochte digitale zorgtoepassingen werkdruk verminderen en daarmee behulpzaam zijn om personeelstekorten in de huisartsenzorg te verminderen. 

DiDia 

Mede op grond van dit onderzoek heeft het NHG in het ZonMw-project ‘Digitale zorg op afstand in Diabetes richtlijnen’ (DiDia) onderzocht of en hoe zorg op afstand kan worden ingezet bij diabetespatiënten. De belangrijkste bevinding van dit project was dat de zorg voor diabetespatiënten zich goed leent voor digitale zorg. Dit hang samen met de chronische aard van de aandoening, het veelvuldige contact en de meestal niet-acute aard van de zorgvraag. De opgedane kennis en ervaringen van patiënten en zorgverleners zijn vervolgens gebruikt om aanbevelingen te formuleren voor de landelijke diabetes richtlijnen in eerste en tweede lijn. 

NHG-Standaard 

Uiteindelijk heeft dit ertoe geleid dat in december 2024 de volgende aanbeveling is opgenomen in de herziene NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2

Overweeg zorg op afstand voor de controles (uitzondering: de jaarcontrole inclusief voetonderzoek) indien de patiënt dit wenst. Bespreek desgewenst de voor- en nadelen van zorg op afstand.

De NHG-Standaard Diabetes is hiermee de eerste grote huisartsenrichtlijn die plaats inruimt voor digitale zorg op afstand. 

Commentaar 

Naar aanleiding van deze mijlpaal stelden wij onszelf een aantal vragen, die we hieronder zullen proberen te beantwoorden. 

Is de inhoud van deze richtlijn uitgebreid genoeg of te uitgebreid? 

De aanbeveling is erg bondig en biedt weinig concrete handvatten voor de praktijk. Hoewel het begrijpelijk is om een open benadering te kiezen gezien de diversiteit aan patiënten en situaties, had een iets uitgebreidere uitwerking waardevol kunnen zijn. Bijvoorbeeld criteria of praktische voorbeelden van situaties waarin zorg op afstand wel/niet passend is. 

Daarnaast hebben medewerkers van de huisartsenpraktijk vermoedelijk behoefte aan expliciete voorbeelden van de voor- en nadelen van zorg op afstand om die te kunnen bespreken met hun patiënten. 

Is de gehanteerde bewijsvoering voldoende voor dit voorkeursadvies? 

Gezocht werd naar onderzoek dat de volgende uitgangsvraag beantwoordde: “zijn tussentijdse controles door middel van zorg op afstand aan te bevelen bij patiënten met diabetes mellitus type 2 in de eerste lijn?”. Er werd 1 systematische review gevonden, waarin een meta-analyse werd verricht van 23 RCT’s die plaats vonden in Europa, Noord-Amerika, Australië en Azië. Er werd vooral aangetoond dat zorg op afstand niet of nauwelijks onderdoet voor gebruikelijke zorg. 

Wij zijn van mening dat als er tenminste sprake is van non-inferiority op het gebied van gezondheidsuitkomsten, er voldoende bewijs is om een dergelijke aanbeveling te kunnen doen. Dit heeft te maken met de te anticiperen bijkomende voordelen van zorg op afstand, zoals op het gebied van kosten en duurzaamheid. 

Moeten huisartsen wachten met aanschaf van nieuwe software tot opname in een vernieuwde NHG-richtlijn? 

Wachten lijkt niet altijd verstandig. Digitale innovaties volgen elkaar sneller op dan de cycli van richtlijnen. Huisartsen moeten zelf – samen met hun RHO en kaderhuisartsen/CMIO’s kritisch kijken naar functionaliteit en aansluiting bij hun praktijk. Daarbij kunnen NHG-richtlijnen een leidraad worden gezien, maar niet als enige bron van waarheid. 

Wat is een verstandige en haalbare methode om medische richtlijnen te toetsen op wenselijkheid voor voorkeursadviezen over digitale communicatie? 

Een systematische en haalbare aanpak zou het volgende kunnen omvatten: 

  • Multidisciplinaire werkgroepen: Betrek huisartsen, specialisten, patiëntenorganisaties, eHealth-experts en methodologen bij de evaluatie. 
  • Standaard beoordelingskader: Gebruik een uniforme methodologie (bijv. GRADE of AGREE) voor het beoordelen van digitale innovaties. 
  • Continue feedbackcycli: Verwerk input van gebruikers in de praktijk en monitor hoe goed de aanbevelingen functioneren. 
  • Publiceren van pilots en reviews: Zorg dat de effectiviteit en praktische toepasbaarheid van digitale oplossingen gepubliceerd en peer-reviewed zijn. 
  • Continu bijwerken: Werk richtlijnen modulair bij, zodat digitale adviezen sneller ingevoegd kunnen worden. 
  • Meten is weten: Meet gebruik en effecten van digitale toepassingen. Een handig tool hiervoor is ‘de ICT-ladder’ (https://www.ictladder.nl/) die inmiddels bij 500 huisartsenpraktijken periodiek het gebruik en het effect meet van digitale toepassingen. Klik hier voor een eerder artikel hierover in de Nieuwsbrief.  

Over de auteurs 

Bart van Pinxteren is werkzaam als huisarts in Utrecht en als Chief Medical Information Officer (CMIO) van de Huisartsen Stad Utrecht (HUS en Sterkzorg). 

Hans Peucker werkt als huisarts in Houten; hij is voorzitter van de SHH (Samenwerkende Houtense Huisartsen) en bestuurlijk actief binnen diverse werkgroepen en commissies voor de eerstelijnszorg in Houten.  

Rube van Poelgeest is afgestudeerd aan de Technische Universiteit Delft. Hij werkte vele jaren als Chief Information Officer (CIO) bij tal van grote bedrijven. Na en tijdens zijn promotie is hij druk met een volwassenheidsmodel voor de eerste lijn en als publicist ICT-vakbladen. Hij promoveerde eind december 2022 op Volwassenheid van IT-systemen in de zorg.  

N.b.: deze auteursontwikkelden met SpinDok, in opdracht van de LHV Kring Midden-Nederland de ICT-Ladder, een volwassenheidsmodel voor ICT in de ‘huisartsenpraktijk’. In de Nieuwsbrief Zorg en Innovatie publiceerden zij hierover (klik hier).

Zoektermen op internet:

Digitalisering, Hans Peucker. Bart van Pinxteren, Rube van Poelgeest, DiDia, digitale communicatie, telemonitoring