Door Aniek de Lange, Marieke Rombouts en Maartje van den Essenburg, allen werkzaam bij het Trimbos Instituut.

De mentale gezondheid van jongeren staat al enkele jaren hoog op de maatschappelijke agenda. Regelmatig verschijnen nieuwe cijfers uit verschillende monitors, vaak gevolgd door alarmerende krantenkoppen en Kamervragen. Recent sloeg de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) alarm over een ‘hypernerveuze samenleving’, waarbij zij onder meer de ervaren prestatiedruk onder jongeren uitlicht (RVS, 2025). Wat zeggen recente cijfers over de mentale gezondheid van de jeugd? Wat zijn mogelijke verklaringen en wat is belangrijk bij het versterken van hun mentale gezondheid?

Wat zeggen de cijfers?

Recente onderzoeken laten zien dat het niet goed gaat met de mentale gezondheid van jongeren. In de Monitor mentale gezondheid zijn deze cijfers gebundeld. Scholieren van 12 tot en met 16 jaar ervaren in 2023 meer emotionele problemen zoals stemming- en angststoornissen dan 20 jaar geleden (Boer e.a., 2021; Rombouts e.a., 2023). Vooral tussen 2017 en 2021 en met name bij meisjes was de stijging van mentale problemen groot. Dit geldt niet alleen voor Nederland, maar ook voor andere Europese landen (Cosma e.a., 2025). Verder voelde in 2021 18% van de Nederlandse jongeren en jongvolwassenen zich psychisch ongezond, terwijl dit percentage in 2019 en 2020 nog 11% bedroeg (CBS, 2022). Uit de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen blijkt daarnaast dat slechts de helft van de jongeren van 16 tot en met 25 jaar in 2024 hun eigen mentale gezondheid als goed ervaart.

Deze negatieve trend lijkt zich in 2022 en 2023 niet voortgezet te hebben: hoewel de mentale gezondheid onder jongeren nog niet op het oude niveau terug is, lijkt deze zich wel te stabiliseren (Coumans, 2024, Rombouts e.a., 2023). Ook zijn er op andere gebieden van mentale gezondheid positievere cijfers. Zo geven scholieren hun leven gemiddeld een 7,4 (Rombouts e.a., 2023) en is 83% van de jongeren tevreden met hun eigen leven (RIVM, 2024).

Balans in beeldvorming

Deze cijfers leidden in de afgelopen jaren tot veel aandacht voor mentale gezondheid in de media. Steeds vaker klinkt daarbij de verklaring dat de verslechterende mentale gezondheid mogelijk voortkomt uit een overinterpretatie van ‘normale’, tijdelijke klachten. Hierbij is de aanname dat jongeren alledaagse gevoelens zoals stress, somberheid of onzekerheid sneller als een psychisch probleem zien. Verder laat onderzoek zien dat jongeren last hebben van beeldvorming: ze zouden massaal lijden aan stress en psychische problematiek, en worden de sneeuwvlokjesgeneratie of pechgeneratie genoemd. De manier waarop we spreken over mentale gezondheid doet er dus toe. Ook op sociale media, zoals TikTok, komen klinische termen als depressie en trauma geregeld voor en zijn zelfdiagnoses populair. Het risico is dat normale onzekerheden en worstelingen die bij het opgroeien horen, worden uitvergroot. Tegelijkertijd kan bewustwording ook voordelen hebben: het kan leiden tot minder stigma en meer kennis over mentale problemen. Het is belangrijk om hierin de juiste balans te vinden.

Er is meer dan één oorzaak

In de publieke opinie en de media is er soms de neiging om problemen rondom de mentale gezondheid van jongeren toe te schrijven aan één oorzaak, zoals sociale media. Onderzoek laat inderdaad zien dat mentale problemen samenhangen met problematisch sociale mediagebruik (Appel e.a., 2020; Meier & Reinecke, 2021). De groep jongeren die problematisch sociale mediagebruik laat zien is echter klein: in 2023 ging het om 5% van de scholieren van 12 t/m 16 jaar. Het gaat hierbij om jongeren die regelmatig de controle verliezen over het sociale mediagebruik of wanneer dit ten koste gaat van belangrijke leefgebieden of hobby’s (Rombouts, e.a., 2023). Ook kan gezond sociale mediagebruik positief bijdragen aan sociale contacten en ontspanning (Het digitale prisma belicht, 2025).

De stijging van mentale problemen onder jongeren laat zich niet verklaren door één enkele oorzaak. Er spelen verschillende factoren mee. Bijvoorbeeld individuele factoren, zoals ingrijpende levensgebeurtenissen. Maar ook omgevingsfactoren, zoals gezinssamenstelling en materiële welvaart hebben invloed. Daarnaast zijn er in de laatste jaren grote maatschappelijke ontwikkelingen geweest die impact kunnen hebben op jongeren. Denk aan de coronapandemie, oorlogen, klimaatverandering, maatschappelijke druk om te presteren en zorgen over bestaanszekerheid en armoede (Stevens, 2024).

Welke (beleids)initiatieven zijn er?

Vanwege de gevolgen die mentale problemen voor de jeugd kunnen hebben, zijn er de afgelopen jaren verschillende lokale en landelijke initiatieven opgezet om de mentale gezondheid en de zorg daarvoor te versterken, zoals de Hervormingsagenda Jeugd (2023) , het Gezond en Actief Leven akkoord (GALA 2023), het Integraal Zorgakkoord (IZA 2021), de Versterkingsagenda Mentale gezondheid en ggz (2025) en de Wet integrale suïcidepreventie (2026). Ook vond afgelopen jaar een interdepartementaal beleidsonderzoek mentale gezondheid en ggz plaats. Dit rapport bevat verschillende beleidsopties, waaronder voorkómen door middel van preventie.

Een concrete werkwijze voor gemeenten is ‘Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO)’, die gemeenten op basis van cijfers over de lokale jeugd helpt om te werken aan gezonde en gelukkige jongeren en te voorkomen dat zij alcohol of drugs gebruiken of roken. Ook kan er gedacht worden aan laagdrempelige inkoopvoorzieningen zoals @ease, inzet van praktijkondersteuners jeugd bij huisartsen en aanbod via wijkteams. Daarnaast is het belangrijk dat verschillende beleidsdomeinen samenwerken en een gedeelde visie hebben op mentale gezondheid, zoals wordt beoogd met de Mental Health in All Policies – aanpak. Specifiek voor de schoolcontext bieden kennis- en ondersteuningsprogramma’s zoals Welbevinden op School, Stijn en Gezonde School praktische handvatten om integraal te werken aan het welzijn van kinderen en jongeren.

Het is van belang dat de initiatieven die de afgelopen jaren zijn opgezet voort blijven duren en zijn ingebed in onderwijs, zorg en de leefomgeving van de jeugd. Daarvoor is structurele financiering en aandacht noodzakelijk.

Kortom

De mentale gezondheid van jongeren hangt nauw samen met de samenleving waarin zij opgroeien. Factoren zoals bestaansonzekerheid, woningmarkt, zorgen over oorlog en klimaatverandering, prestatiedruk en een continue stroom aan online informatie vormen de dagelijkse realiteit voor veel jongeren. Mentale gezondheid is daarmee geen individueel of zorgvraagstuk, maar een collectieve maatschappelijke verantwoordelijkheid. Oplossingen zouden niet primair gezocht moeten worden bij het signaleren en behandelen van individuele klachten, maar in het versterken van beschermende factoren op collectief niveau. De uitdaging ligt dus niet alleen in meer aandacht voor mentale gezondheid, maar in andere aandacht: minder gericht op symptoombestrijding en meer op het creëren van sociaaleconomische – en onderwijscontexten waarin jongeren zich gezond kunnen ontwikkelen.

Dit alles vraagt om samenhangend beleid, langdurige investeringen en om mentale gezondheid als een gedeelde maatschappelijk verantwoordelijkheid te zien. Het gaat om structurele financiering van langlopende programma’s, ingebed in onderwijs, zorg en leefomgeving. Vanuit een sterke, toekomstgerichte en duurzame visie op het welzijn van de jeugd.

Daarin hebben we iedereen nodig: ouders/verzorgers, (zorg)partners (zoals jongerenwerk, GGD en jeugdhulp), de wijk en de gemeente. En natuurlijk is het van belang om jongeren zelf te betrekken: bijvoorbeeld bij initiatieven als Nationale Jeugdstrategie. Waar hebben zij behoefte aan? Het gaat immers om hún mentale gezondheid.

Over de auteurs

Aniek de Lange, MSc – Wetenschappelijk medewerker bij het Trimbos-instituut. Is betrokken bij Welbevinden op School, Stijn en verschillende andere onderzoeks- en implementatieprojecten rondom de mentale gezondheid van jeugd. Maildres: ALange@trimbos.nl

Marieke Rombouts, MSc – Wetenschappelijk onderzoeker bij het programma Epidemiologie, Data, Evaluatie en Monitoring van het Trimbos-instituut en promovendus bij Interdisciplinaire Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht. Mailadres MEssenburg@trimbos.nl

Maartje van den Essenburg, MSc – Senior projectleider en teamcoördinator bij het Trimbos-instituut. Is betrokken bij Welbevinden op School, Stijn en verschillende andere (onderzoeks)projecten die zich richten op de mentale gezondheid jeugd. Mailadres: MRombouts@trimbos.nl

Zoektermen op internet: 

Aniek de Lange, Marieke Rombouts, Maartje van den Essenburg, patiëntaspecten, preventie, mentale gezondheid jongeren cijfers, Trimbos Instituut jongeren, prestatiedruk jeugd, psychische problemen scholieren 2024, collectieve verantwoordelijkheid mentale gezondheid, invloed sociale media jongeren, welbevinden op school, versterkingsagenda mentale gezondheid, pechgeneratie mentale gezondheid, preventie psychische klachten jeugd