Door Hiltje de Graaf, internist-oncoloog n.p. en zorgcriticus te Leeuwarden.

Besproken publicatie:

Dit artikel gaat over het comparator rapport on cancer uit 2025, waarbij aspecten over kankerdiagnostiek en behandeling binnen Europa vergeleken worden. Het comparator rapport on cancer is nu voor het twintigste jaar geschreven door The Swedish Institute for Health Economics (IHE). Mijn artikel focust zich op de problemen die er zijn om specifieke dure kankerpathologiediagnostiek binnen Europa te gebruiken. In Europa zijn er grote verschillen hoe pathologiediagnostiek ontwikkeld, geïmplementeerd, gestandaardiseerd en gebruikt wordt. Wat zijn de Europese ideeën? Hoe staat Nederland hierin en wat kunnen we van elkaar leren?

Inleiding

De kankerzorg verandert snel en in de afgelopen jaren is de rol van Predictieve Biomarker Diagnostiek (PBD) bij het inzetten van veelal dure kankermedicijnen (zoals doelgerichte medicijnen en immunotherapie) sterk gegroeid, waarbij ook deze diagnostiek zelf helaas duur is. Het doel van deze moleculaire- op genetische kenmerken van het kankerweefsel gebaseerde- diagnostiek is het preciezer kunnen maken van een kankerdiagnose en behandeling, waarbij het effect van de behandeling voorspeld kan worden en daarmee het wel of niet zinvol voorschrijven van bepaalde kankermedicijnen bepaalt. Ook kan gekeken worden naar de aanwezigheid van kenmerken, die een sterk vergroot risico op bijwerkingen van de kankermedicatie voorspellen, waardoor het middel niet veilig gegeven kan worden of in dosis aangepast moet worden. Ook kan de uitslag van de test van de Moleculaire Diagnostiek (MD) een voorspelling over de toekomstverwachting geven (over de prognose). Kankerspecialisten zijn dus geïnteresseerd om de speciale technieken te gebruiken en vragen de afdeling pathologie om extra testen uit te voeren op het kankerweefsel zodra een eerste diagnose gesteld is. Bij de ontwikkeling van nieuwe kankermedicijnen wordt sterk gekeken naar PBD, omdat daardoor veel gerichter behandeld kan worden en het overbodig inzetten van dure geneesmiddelen bijwerkingen en kosten bespaart. Het is logisch dat op dit terrein van duur wetenschappelijk gebied maar ook bij de implementatie van duur onderzoek ten behoeve van vaak dure behandelingen gekeken wordt naar Europese samenwerking.

Mijn eigen ervaring

Als internist-oncoloog heb ik gezien hoe snel de kankerzorg zich ontwikkelde en hoe steeds meer prachtige mogelijkheden tot onderzoek en behandeling ontstonden. Als lid van de geneesmiddelencommissie in ons ziekenhuis, het Medisch Centrum Leeuwarden, moest er een advies aan de directie gegeven worden welke medicatie wel of niet toegelaten kon worden en met de toestemming konden de protocollen gemaakt en uitgerold worden. De geneesmiddelencommissie liep er tegenaan, dat het steeds vaker niet meer alleen om de kosten van het geneesmiddel ging. De kosten van de pathologieafdeling werden een essentieel probleem en onderdeel van totale budgetafspraken en de pathologieafdeling moest eigen budgetafspraken maken, die al lang niet meer passend waren bij wat ze deden of zouden moeten doen. De pathologie wilde apart overleg met de aanvragend arts. Ook de zorgverzekeraars gingen per duur geneesmiddel en per dure bepaling aparte verklaringen met een pakket aan eisen vragen. Zij stelden de cieBAG in. Landelijk werd door de medisch oncologen beleid gemaakt via de commissie BOM en door de pathologen via cieBOD. Landelijke afspraken moesten per ziekenhuis vertaald worden. Als medisch manager van het Oncologisch Netwerk Friesland initieerde ik in 2022 de werkgroep Predictieve Biomarker Diagnostiek (werkgroep PBD) voor alle Friese ziekenhuizen en maakte met andere betrokkenen een tien-stappenplan om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen, waarbij plannen tot veranderde diagnostiek en geneesmiddel in allerlei gremia besproken, afgesproken, geïmplementeerd, geëvalueerd en gecheckt werden aan de budgetafspraken. Over administratieve werklast gesproken, terwijl vanuit patiënt en maatschappelijke betrokkenheid het belang van de diagnostiek en het doelmatig omgaan met middelen voor iedereen duidelijk was.

Moleculaire diagnostiek

Kankerweefsel wordt onderzocht door een patholoog, waarbij pathologie instituten meestal eigen instituten zijn met eigen productie en kwaliteitsafspraken. Al sinds in 1970 oestrogeenreceptoren (ER) op borstkankerweefsel geïntroduceerd werden als basis van behandeling en prognose, weten we dat het testen van kankerweefsel op specifieke kenmerken helpt bij diagnose en behandeling. Moleculaire Diagnostiek (MD) test op genetische kenmerken van de kanker en dit wordt inmiddels vaak ingezet. Onderscheid wordt gemaakt tussen enkel-gen-test en multigen-test. Een voorbeeld van een enkel-gen-test is de ER en de HER2 test bij borstkanker. Een voorbeeld van een multigen-test is next-generation-sequencing (NGS), die meer dan 50 genen test op bijvoorbeeld long, prostaat en darmkanker. Tussen 2015 en 2020 gold dit bij 47% van alle nieuwe EMA goedgekeurde solide kankermedicijnen. MD is een van de manieren om kankerweefsel te onderzoeken, maar het is belangrijk om hier apart naar te kijken gezien de grote en groeiende impact op diagnose en behandeling.

De beschikbaarheid van MD varieert in Europa.

Het comparator rapport 2025 heeft vastgesteld dat de enkele gen-testen bijna overal beschikbaar zijn in Europa. Er is geen informatie hoe goed dit gebruikt wordt. De nieuwere en duurdere testen zoals next-generation-sequencing (NGS) zijn onvoldoende beschikbaar binnen Europa. Het slechtst zijn ze beschikbaar in Midden-en Oost-Europa. Ook in Nederland is NGS niet altijd beschikbaar voor long, darm en borstkanker. In Polen is NGS altijd beschikbaar voor longkanker. In Duitsland is NGS wel altijd beschikbaar voor darmkanker. In België is NGS altijd beschikbaar voor borstkanker

Meer geld naar kankerzorg is geassocieerd met hogere overleving in Europa

Het comparator rapport 2025 heeft vastgesteld dat de landen in Europa, die meer geld uitgeven aan kankerzorg, betere overlevingscijfers laten zien. De winst op overleving buigt af boven een bepaald niveau aan kosten. In Zwitserland wordt twee keer zo veel geld aan kankerzorg uitgegeven ten opzichte van Zweden en beiden laten even goede overlevingscijfers zien. In Nederland is de 5-jaar-totale kankeroverleving 67%. Dit zit in de middenmoot van de 15 Europese landen, waarvan de nationale kankerregistratie cijfers aanlevert, waarbij de 5-jaar-totale kankeroverleving varieert van 51 tot 75%

De kosten voor kanker per patiënt zijn stabiel gebleven in Europa, maar de totale kosten voor kanker zijn gegroeid.

Het comparator rapport 2025 heeft vastgesteld, dat tussen 1995 en 2023 de kosten per nieuwe kankerpatiënt gelijk gebleven zijn met 70.000- 78.000 euro per nieuwe patiënt. Dit wordt verklaard door toename van het aantal kankerpatiënten. De totale kosten voor kanker stegen van 159 biljoen naar 228 biljoen euro. De directe kosten zijn gestegen. De indirecte kosten, bestaande uit behoud van productiviteit en langere levensduur van kankerpatiënten, zijn gedaald van 97 naar 82 biljoen euro in dezelfde periode. In Nederland zijn de kankerspecifieke kosten aangeleverd voor het comparator rapport tot 2019 en deze bedragen 7,2% van totale gezondheidskosten. In dit jaar was dit vergelijkbaar met Frankrijk en Polen. Deze laatste 2 landen zijn doorgegroeid naar 8% in 2022. Duitsland zit qua kosten met 7,7% boven Nederland.

Aangezien nog in veel landen onvoldoende gebruik gemaakt wordt van MD of andere PBD is het mijn vraag wat dit voor de kosten van de kankerzorg gaat betekenen.

Nieuwe middelen komen langzaam in de praktijk

Het comparator rapport 2025 geeft aan, dat voordat de patiënt toegang heeft tot nieuwe diagnostiek, behandelingen en innovaties er barrières zijn en er soms veel tijd mee gemoeid is. Dit heeft te maken met budgetten, te weinig updates van richtlijnen, gebrek aan samenwerking en lange administratieve tijdlijnen. NGS was in 2023 slechts bij 11 van de 24 Europese landen beschikbaar. Hun vraag is hoe dit proces versneld en gefaciliteerd kan worden.

Europa wil meer samenwerken op gebied kanker. Wil Nederland dat ook?

In het comparator rapport 2025 wordt gesteld, dat de Europese Unie (EU) meer wil samenwerken. In het Europese parlement is in 2021een plan getiteld ‘The Europe’s Beating Cancer Plan’ (EBCP) ingebracht en sindsdien wordt van hieruit wetenschap gestimuleerd en financiële middelen ter beschikking gesteld. Het doel is Europa een leidersrol op het gebied van kanker op het wereldtoneel te laten spelen. Door samenwerking kunnen procedures m.b.t. preventie, screening/ vroege detectie, nieuwe diagnostiek, behandeling waardoor die met geneesmiddelen simpeler en door Europese prijsafspraken goedkoper worden. Zij bevelen aan: 1. Deel ‘best practices’ 2. Pas de governance aan 3. Zorg voor voldoende Europese funding 4. Gebruik het EBCP model. De kwaliteit van leven en overlevingscijfers zouden positief beïnvloed kunnen worden en gesteld wordt dat alle Europese burgers evenveel rechten op gezondheid hebben. Ieder Europees land is nu nog te veel bezig met eigen belangen en doen veel dubbel werk hierdoor.

In Nederland is nog onvoldoende aandacht voor PBD en MD bij kanker. Pathologen pleiten als eerste voor het halen van winst op dit gebied. Maar het gaat niet alleen pathologen aan, ook andere zorgverleners zouden meer betrokken kunnen zijn. Het Nederlandse Zorginstituut(ZiN) heeft mei 2025 aan VWS een aanbiedingsbrief gestuurd over de Stand van Wetenschap en Praktijk (SWP) m.b.t . PBD. ZiN en de kankerregistratie lijken niet betrokken te zijn bij EBCP. Volgens het door het KWF gesubsidieerde project SMART-pathologie (dat in 2026 van start zal gaan) is er ruimte voor verbetering.

Beperkingen van het artikel

  1. De samenstelling van de commissie en de financiering van het comparator rapport wordt gedaan door ‘the European Federation of Pharmaceutical Industries and Associations’ (EFPIA). De vraag is hoe objectief de Farmaceutische industrie is bij het beoordelen van bepaalde diagnostiek, omdat deze diagnostiek effect heeft op het wel of niet gebruiken van bepaalde kankermedicijnen
  2. De gegevens van een land worden op een geaggregeerd niveau gebruikt, waarbij elk land anders registreert, waardoor er beperkingen in de vergelijking tussen landen zijn en specifiek op het gebied van PBD en MD geen kankerspecifieke informatie beschikbaar is.
  3. De toegang tot gegevens verschilt per land, waardoor grote verschillen in input in de registratie ontstaan. Het comparator rapport 2025 heeft vastgesteld, dat slechts 15 van de 31 Europese landen vijf-jaar-overlevingscijfers voor alle kankersoorten totaal en per kankertype; 3 alleen per type en 13 geen overlevingscijfers publiceren

Kortom

  • Het comparator rapport on cancer 2025 geeft voor een deel, maar een interessant inzicht in de Europese diagnose en behandeling van kanker.
  • De kosten per kankerpatiënt zijn in Europa tussen 1995 en 2023 stabiel. Wel wordt er meer geld aan kanker besteed, vooral omdat kanker vaker vastgesteld en behandeld wordt.
  • PBD, waaronder MD is een belangrijke manier om een preciezere diagnose en indicatiestelling voor de kankerbehandeling te stellen. Voor de patiënt is dit een kwaliteitsslag, want het voorkomt onnodige behandelingen en kan leiden tot minder ernstige bijwerkingen omdat tijdig tot een dosisaanpassing of afzien van een behandeling besloten kan worden.
  • De beschikbaarheid van MD in Europa is nog niet op niveau. Dat geldt ook voor Nederland. Het duurt lang voordat nieuwe innovaties doordringen op uitvoeringsniveau.

Wat het effect van het vaker inzetten van PBD of MD op de financiën van landen gaat hebben is onbekend. Wel is deze diagnostiek op dit moment erg duur. Samenwerking in Europa kan helpen om grootschaliger onderzoek te doen en in samenwerking sneller diagnose en behandeling naar een patiënt te brengen.

Zoektermen op internet:

Hiltje de Graaf, patiëntaspecten, medisch specialisten, artsen, docent, scholing zorg, zorg, innovatie, kanker, netwerken, kankernetwerken, kankerzorgnetwerken, Europa, Predictieve Biomarker Diagnostiek (PBD), Moleculaire Diagnostiek (MD), pathologie, dure geneesmiddelen, dure diagnostiek