Door Hedwig Vos, hoogleraar huisartsgeneeskunde bij het LUMC. 

Inleiding van de redactie

Eind 2024 werd Hedwig Vos hoogleraar huisartsgeneeskunde. Op vrijdag 21 november 2025 sprak zij haar oratie uit. Die heeft de titel Strijd voor gezondheid. Op verzoek van de redactie vat Vos de oratie hieronder samen voor leidinggevenden in de zorg. In de samenvatting ligt de focus op de leeropdracht van Vos en op de studies en onderwijstaken die zij onder handen heeft. Wie een helder overzicht wil krijgen hoe gezondheidsverschillen in de huisartsenpraktijk aan de orde komen, raden wij aan de, goed leesbare, volledige tekst van de oratie te raadplegen.

De inhoud van de leeropdracht

De zorg staat voor grote uitdagingen. Vergrijzing, personeelstekorten en toenemende gezondheidsverschillen vragen om nieuwe manieren van denken en organiseren. In mijn werk als hoogleraar huisartsgeneeskunde en hoofd van de afdeling Public Health en Eerstelijnsgeneeskunde van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) beweeg ik mij dagelijks op het snijvlak van wetenschap, zorgpraktijk en bestuur. Die combinatie vormt de kern van de leeropdracht en bepaalt de richting van onderzoek en onderwijs. En helpt mij in de dagelijkse praktijk als huisarts in Den Haag.

Een belangrijk uitgangspunt in mijn werk is dat gezondheidsverschillen geen toeval zijn. Ze ontstaan in de manier waarop samenleving en zorgsysteem zijn ingericht. Preventie, populatiegericht werken en aandacht voor sociale determinanten van gezondheid zijn daarom geen ‘extra’s’, maar essentieel voor toekomstbestendige zorg.

UItgangspunten die mooi passen binnen de thema’s van de afdeling waar ik leiding aan geef, namelijk population health, huisartsgeneeskunde, ouderengeneeskunde en data and digital innovation. In mijn onderzoek richt ik mij onder meer op cardiovasculaire preventie, vrouwengezondheid, inclusief opleiden en de vraag hoe zorgprofessionals omgaan met verschillen tussen patiënten.

Richtlijnen, onderzoekspopulaties en zorgpaden zijn vaak gebaseerd op een beperkte norm, waardoor gezondheidsproblemen bij bepaalde groepen, zoals vrouwen, mensen met een lagere sociaaleconomische positie of een migratieachtergrond, minder goed worden herkend of behandeld. Dit vraagt om kritisch kijken naar wat we als vanzelfsprekend beschouwen, en om ruimte voor andere perspectieven in zowel onderzoek als praktijk. Een rode draad in deze onderzoeksprogramma’s is dat medische kennis niet waardevrij is.

De leerstoel als onderdeel van de LUMC-afdeling Public Health en Eerstelijnsgeneeskunde

Mijn leeropdracht is huisartsgeneeskunde. Een brede opdracht, maar dat is niet ongewoon voor afdelingshoofden in een universitair medisch centrum. Ook al is het een brede leeropdracht, de afdeling Public Health en Eerstelijnsgeneeskunde kent wel een paar aandachtsgebieden, zoals Population Health over de aanpak van gezondheidsverschillen en de proactieve aanpak van de gezondheid van populaties. Het andere grote aandachtsgebied van de afdeling is ouderengeneeskunde. En ik denk dat het geen betoog behoeft dat zowel gezondheidsverschillen als ouderenzorg van groot belang zijn voor het Nederlandse volksgezondheidsbeleid. Ik hoefde dan ook niet heel lang na te denken om te solliciteren op de functie van afdelingshoofd en hoogleraar.

De onderzoeksactiviteiten tot nu toe

Mijn academische carrière begon na mijn huisartsopleiding toen ik besloot te promoveren. Uiteindelijk heb ik als buitenpromovendus een promotieonderzoek (Vos, 2014) gedaan aan de Radboud Universiteit naar gender en preventie. Ik heb gekeken naar de zogenaamde ‘windows of opportunity’ om als huisarts proactief aan de slag te gaan met de gezondheid van vrouwen. Immers die komen vaker bij de huisarts dan mannen, en vaker rondom periodes dat gezondheid meer voorop staat, zoals bij een kinderwens of een zwangerschap. Een ander window of opportunity is het koppelen van gezondheidsrisico’s zoals roken, botontkalking, onvoldoende beweging en ongezonde voeding aan een bezoek aan de huisarts bijvoorbeeld vanwege een vraag over anticonceptie, afwijkend uitstrijkje of de overgang.

Eén van de onderzoeken die ik heb opgezet na mijn promotie is het kijken naar genderverschillen en stoppen met roken , waaruit blijkt dat stoppen met roken voor mannen vaak een andere benadering nodig heeft dan voor vrouwen (Dieleman LA, PG van Peet en HMM Vos, 2021). Een ander onderzoek dat duidelijk voortkomt uit mijn promotie is het PROACTIVE project, waarin we een interventie ontwikkelen om het risico op hart- en vaatziekten te verkleinen voor vrouwen die tijdens de zwangerschap hoge bloeddruk, zwangerschapsvergiftiging of suikerziekte gehad hebben (van Smoorenburg S, Kist JM, Vos RC, et al, 2023). Dat zijn we in het klein in Den Haag gestart, en willen we nu voor het hele land organiseren (Petrus A en H Vos, 2025).

Liefde voor besturen was al aanwezig en werd aangewakkerd

 Een van de hoofdstukken in mijn proefschrift beantwoordt de vraag hoe preventie in Nederland bij de huisarts terecht is gekomen (Vos HHM, IMA Adan, FG Schellevis et al, 2013). Dat had met verschillende factoren te maken. Niet alleen met geld, maar ook met het feit dat huisartsen preventie steeds meer tot hun taak gingen beschouwen. Zij kregen de mogelijkheid om patiënten die in aanmerking komen voor bijvoorbeeld de griepprik te detecteren en uit te nodigen. Het doen van deze studie heeft mijn liefde voor besturen en governance en voor dingen voor elkaar krijgen verder aangewakkerd. Het vuur voor bestuurlijk werk brandde bij mij al: Tijdens en na mijn studie geneeskunde had ik al vaak bestuurlijke functies verworven zoals bestuur Medische Faculteit der Leidse Studenten, faculteitsbestuur, bestuur Landelijk overleg van AIOS Huisartsgeneeskunde (Lovah) en daarna de Vereniging voor Nederlandse Vrouwelijke Artsen, toezichthouder bij het Nederlands Huisartsengenootschap en voorzitter van het bestuur van de Huisartsenkring Haaglanden. Daar heeft ook mijn ervaring als PvdA-gemeenteraadslid (2006- 2010) in Den Haag bij geholpen. Allemaal ervaring die mij heeft geleerd hoe je dingen voor elkaar krijgt, zoals agenderen, alle stemmen horen en niet te snel gaan, maar vooral samen.

De onderzoeken die nu lopen

De combinatie van wetenschap en bestuurlijke ervaring maakte het goed mogelijk om op het snijvlak van de geneeskunde en de bestuurskunde onderzoek te doen, zoals:

Een andere promovendus gaat starten met onderzoek naar hoe we deze zorg integraal organiseren in de eerste, tweede en derde lijn en het sociaal domein.

  • Ik ben ook betrokken bij studies naar de rol van de huisarts bij kinderen met overgewicht, de behandeling van hoge bloeddruk en een studie naar hoe we huisartsen in opleiding kunnen leren omgaan met een steeds veranderende wereld door middel van ondernemend leiderschap. Ook weer zo’n onderzoek op het snijvlak van de zorg en bestuurskunde.
  • We doen ook onderzoek inclusief opleiden naar duurzaamheid in de huisartsopleiding, gezondheidsverschillen, het gebruik van onze Extramuraal LUMC Academische Netwerk (ELAN) data-infrastructuur.
  • Veel mensen op de afdeling doen onderzoek naar eHealth bij ons Nationale eHealth Living Lab (NeLL).
  • Tenslotte: Onze twee academische werkplaatsen (UNC-ZH) voor de ouderenzorg en AWH voor de huisartsenzorg) en onze Health Campus Den Haag bieden mooie infrastructuren om onderzoek te doen in en samen met de regio.

Vrouwengezondheid krijgt meer prioriteit

De komende jaren wil ik me meer toeleggen op onderzoek naar de relatie vrouwengezondheid en intersectionaliteit, de onderwerpen van mijn oratie. Zorg en gezondheid zijn ongelijk verdeeld en ik zou heel graag ook hier weer op het snijvlak van de zorg en andere vakgebieden willen kijken hoe we gezondheidsverschillen kunnen aanpakken.

Onderwijs en bestuurlijk werk: ik ga er tijd voor vrij maken

Op het gebied van onderwijs probeer ik af en toe ‘ja’ te zeggen tegen het doen van studentenonderwijs, maar eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik na een jaar nog steeds voel dat ik aan het inwerken ben. Dus ik hoop hier in de toekomst meer tijd voor te kunnen creëren. Dat geldt ook voor onderwijs in onze huisartsopleiding, waar ik tot eind 2024 het hoofd van was. Ook voor bestuurlijke en maatschappelijke taken moet ik echt ruimte creëren. Dat lukt nu eigenlijk alleen voor het toezichthouderschap van de Stichting Gezondheidscentra Amsterdam (SAG) waar ik vicevoorzitter van ben. Ad hoc denk ik graag mee over maatschappelijke kwesties, zoals een hele actieve groep in het Haagse stadsdeel Laak, een deel van Den Haag met grote uitdagingen, waar een aantal vrijwilligers ontzettend actief is. Ik vind het leuk en waardevol om mee te denken over een plan van aanpak om de leefomstandigheden te verbeteren.
En ik hoop in de toekomst weer wat meer maatschappelijke functies op te pakken. Zo ben ik lange tijd voorzitter van het bestuur van Stichting Yasmin geweest, een participatiecentrum voor vrouwen in Den Haag, dat helaas heel recent vanwege politieke keuzes gestopt is met te bestaan. Doodzonde, want ook als huisarts stuurde ik af en toe vrouwen hierheen voor cursussen en begeleiding naar werk. Want zoals inmiddels toch wel bekend mag verondersteld: we verbeteren gezondheid bij voorkeur niet met een pilletje, maar met zingeving.

Over de auteur

Hedwig Vos is te mailen op mailadres: h.m.m.vos@lumc.nl

Zoektermen op internet: 

Hedwig Vos, Eerste Lijn, Preventie, oratie, huisartsgeneeskunde LUMC, gezondheidsverschillen aanpakken, vrouwengezondheid onderzoek, sociale determinanten van gezondheid, population health Nederland, preventie in de eerste lijn, inclusief medisch onderwijs, cardiovasculaire preventie vrouwen, zorginnovatie huisarts