Door Maria Achterbosch, medisch socioloog en verpleegkundige te Groningen.
Samengevat artikel:
- Achterbosch M, N Aksoy, GD Obeng et al, Clinical and economic consequences of medication nonadherence: a review of systematic reviews, Front Pharmacol. 2026 Maart 2026. Gratis te downloaden.
Inleiding
Medicatie is een fundamenteel onderdeel van de behandeling van vele chronische ziekten zoals astma, diabetes en osteoporose. Ondanks het belang van medicatie voor vele patiënten wordt door de Wereld Gezondheidsorganisatie geschat dat maar rond de 50% van de chronische patiënten hun medicatie goed gebruikt (WHO, 2023). Het goed gebruiken van medicatie wordt ook wel medicatietrouw genoemd en omschreven als ‘de mate waarin iemands gedrag – zoals het innemen van medicatie – overeenkomt met de afgesproken aanbevelingen van een zorgverlener’ (Vrijens et al., 2012). De vele negatieve gevolgen van medicatieontrouw zijn niet onbekend; er is al veel onderzoek gedaan naar zowel de economische en klinische gevolgen van medicatieontrouw binnen verschillende chronische ziekten. Een meer compleet en holistisch overzicht van de gevolgen van medicatieontrouw over de verschillende patiëntgroepen ontbrak echter tot dusver, wat het maken van een relatieve vergelijking vrijwel onmogelijk maakt. Een meer compleet overzicht zou beleidsmakers en zorgprofessionals kunnen ondersteunen in het prioriteren en opstellen van zorgbeleid. Op basis van recent literatuuronderzoek is een aanzet gegeven tot dit meer complete overzicht waarin zowel de klinische als economische gevolgen van medicatieontrouw worden weergeven over verschillende chronische aandoeningen. Het originele artikel van dit onderzoek staat hierboven vermeld.
Bevindingen van het onderzoek
In totaal zijn 39 systematische literatuurstudies meegenomen in het overzicht. Van deze onderzoeken werd er in 31 gekeken naar de klinische gevolgen en in twaalf naar de economische gevolgen. In acht studies werd er gekeken naar beide type gevolgen van medicatieontrouw. Met deze literatuurstudies is data van in minimaal 430 unieke experimentele onderzoeken (meegenomen over de klinische gevolgen van medicatieontrouw en 174 over de economische gevolgen. De geïncludeerde literatuurstudies gingen voornamelijk over patiënten met cardiovasculaire aandoeningen (N=6), patiënten met hypertensie (N=3), transplantatiepatiënten (N=3) en patiënten met chronische longziekten (N=3).
Klinische gevolgen van medicatieontrouw
De gerapporteerde klinische gevolgen waren te onderscheiden in twee typen: generieke en ziekte-specifieke klinische uitkomsten. De generieke uitkomsten die met name werden onderzocht waren kwaliteit van leven (N=7), ziekenhuisopnames (N=12), spoedeisende hulp bezoeken (N=5), polikliniek bezoeken (N=2), langdurige of permanente opname in een zorginstelling (N=1) en mortaliteit (N=15). Naast de meer algemene uitkomsten werd er in een aantal onderzoeken ook gekeken naar de ziekte-specifieke uitkomsten zoals ziekte-relateerde complicaties symptomen, bio-markers en gezondheidsgedrag in relatie tot de aandoening.
Medicatieontrouw gaat samen met een lagere kwaliteit van leven…
Een positieve relatie tussen een lagere kwaliteit van leven en medicatieontrouw werd gevonden in patiënten met (arteriële) hypertensie, astma, chronische obstructieve longziekte (COPD), thalassemie (chronische bloedarmoede) en (pediatrische) hart- en lever-transplantatiepatiënten. Bij patiënten met astma, COPD, chronische inflammatoire aandoeningen (CID) of systeemziekten, cardiovasculaire aandoeningen en hypertensie, diabetes, een harttransplantatie (pediatrisch) en depressie werd medicatieontrouw in verband gebracht met een grotere kans op ziekenhuisopname. Dit laatste werd ook gevonden in de algemene oudere populatie.
…en met meer polikliniek en SEH-bezoeken…
Daarnaast werd aangetoond dat onder medicatieontrouwe patiënten met COPD, diabetes, depressie en algemene oudere populatie in relatie staat tot meer of een toename van poliklinische bezoeken en bezoeken aan de spoedeisende hulp. Opvallend was dat bij patiënten met diabetes juist ook een negatief verband tussen medicatieontrouw en poliklinische bezoeken werd gevonden; patiënten die meer medicatietrouw waren bezochten vaker de polikliniek.
…en ook met het medicatiegebruik zelf…
In een andere patiëntgroep werd een soortgelijke schijnbare tegenstelling gevonden. Zo bleek dat astmapatiënten die medicatieontrouw waren meer medicatie (noodmedicatie of orale ontstekingsremmers) gingen gebruiken al was het verschil met medicatietrouwe patiënten niet significant.
…met ziekenhuisopnamen…
Bij patiënten met dementie werd alleen een positieve en significante relatie gevonden tussen onjuist medicatiegebruik en langdurige of permanente opname in een zorginstelling. Voor zowel de ziekenhuisopnames, spoedeisende hulp bezoeken als polikliniek bezoeken werd overigens niet altijd vermeld of dit ging om opnames en bezoeken specifiek gerelateerd aan de aandoening en het medicatiegebruik.
…en tot slot ook met een verhoogd risico op sterfte.
Met betrekking tot mortaliteit werd het verschil tussen mortaliteit gerelateerd aan de specifieke aandoening en mortaliteit in het algemeen wel gemaakt en beide bleken negatief gerelateerd aan medicatieontrouw. Voor patiënten met hartritmestoornissen (atriumfibrilleren), hypertensie en andere cardiovasculaire aandoeningen, astma, COPD, tuberculose, borstkanker, en hart- of stamceltransplantatie bleek zowel de kans op sterfte veroorzaakt door de specifieke aandoening als de kans op sterfte zonder specifieke oorzaak hoger wanneer er sprake was van medicatieontrouw.
Niet optimaal medicatiegebruik gaat ook samen met meer symptomen en klachten…
Er werd onder andere geconstateerd dat medicatieontrouwe patiënten met COPD, CID en depressie meer of ernstigere ziekte-gerelateerde klachten en symptomen ervaren in vergelijking met medicatietrouwe patiënten.
…meer complicaties en gezondheidsrisico’s…
Daarnaast toonden verschillende studies aan dat ziekte-gerelateerde complicaties en gezondheidsrisico’s samenhangen met medicatieontrouw bij met name patiënten met cardiovasculaire aandoeningen. Medicatie-ontrouw werd bij deze patiënten onder andere in verband gebracht met een verhoogd risico op een acuut hartinfarct en een verhoogd risico op cerebraal vasculair lijden, bijvoorbeeld herseninfarct. Ook bij patiënten met hart-, lever- en stamceltransplantaties, patiënten met borstkanker, hypertensie, thalassemie, tuberculose en diabetes bleek onjuist medicatiegebruik relatie te hebben met ernstige of zelfs levensbedreigende complicaties. Daarentegen toonde één van de studies aan dat goed medicatiegebruik juist ook samen kan gaan met een verhoogd risico op complicaties; medicatietrouwe patiënten met hartritmestoornissen (atriumfibrilleren) bleken een hoger risico op interne bloedingen te hebben.
…en sterker afwijkende normaalwaarden.
Naast complicaties is medicatieontrouw ook in verband gebracht met het terugkeren en verslechteren van verschillende aandoeningen. Dit werd aangetoond bij patiënten met borstkanker, CID en depressie. Als laatste werd er met verschillende onderzoeken ook gekeken naar het een verband tussen medicatieontrouw en bio-markers zoals forced expiratory volume in 1s (FEV1) of éénsecondewaarde bij astma en botdichtheid bij osteoporose. Bio-markers zoals deze bleken slechter (i.e. meer af te wijken van de normaalwaarden) bij medicatieontrouwe patiënten met COPD, diabetes, jicht (i.e. ontstekingsreuma), thalassemie, hypertensie en dus bij patiënten met astma en osteoporose.
Economische gevolgen van medicatieontrouw: hogere kosten
Van de economische gevolgen van medicatieontrouw kon ook een tweedeling worden gemaakt: medicatieontrouw werd in verband gebracht met zowel directe als indirecte gezondheidszorgkosten.
Directe zorgkosten
De directe kosten in de studies bestonden uit kosten van opname in ziekenhuis of andere zorginstelling, kosten van poliklinische bezoeken en onderzoeken, kosten behorend bij een opname op de spoedeisende hulp en medicatie-gerelateerde kosten. Daarnaast werd in een aantal studies ook gekeken naar de totale kosten van de zorg of naar de (algemene) medische kosten (waarin de kosten voor medicatie geëxcludeerd werden).
Uit alle onderzoeken bleek dat medicatieontrouw samengaat met een significante verhoging van vrijwel alle directe kosten. Dit werd aangetoond bij patiënten met diabetes, tuberculose, cardiovasculaire aandoeningen waaronder ook hartfalen, hypertensie en dyslipidemie (verhoogde cholesterolwaarden), CID, leukemie, COPD, depressie en schizofrenie. Voor de totale zorgkosten lieten de verschillende studies zien dat de verschillen niet significant waren tussen medicatietrouwe en medicatieontrouwe patiënten. De geschatte verhoging van de gemiddelde kosten per patiënt door medicatieontrouw liepen uiteen van $8,327 bij patiënten met diabetes tot $43,372 bij patiënten met osteoporose. Deze bedragen zijn aangepast naar de US-dollar van 2024.
Indirecte zorgkosten
Slechts twee studies bleken de indirecte kosten onder de loep hebben genomen. Eén van deze studies had betrekking op patiënten met chronische longziekten (i.e. astma en COPD). Hierin werd aangetoond dat niet optimaal medicatiegebruik samenging met een verhoogd arbeidsverzuim. De kosten door het hogere arbeidsverzuim werden geschat op zo’n $2,504 per werknemer (ook aangepast naar de US-dollar van 2024). De andere studie bracht wel het type indirecte kosten die geassocieerd waren met medicatieontrouw in kaart (o.a. verlies van arbeidsproductiviteit, betaald verzuim, werknemers compensatie), maar niet de effectgrootte en de geschatte kosten.
Medicatieontrouw is de investering waard
De vraag of het het waard is om te investeren in de preventie van medicatieontrouw en medicatiegebruik te optimaliseren lijkt onweerlegbaar. Ja, het is het waard.
Het overzicht laat zien dat medicatieontrouw een probleem is onder vele chronische patiëntgroepen. Medicatieontrouw leidt niet alleen tot ernstige complicaties en fysieke of mentale verslechtering voor veel chronische patiëntgroepen; het is voor een aantal patiëntgroepen zelfs van levensbelang. Daarnaast leidt het ook tot beduidend hogere zorgkosten en maatschappelijke kosten. De vraag bij welke patiëntgroepen er meer of minder prioriteit ligt, is daarentegen een stuk complexer.
Zo is er allereerst over al deze studies geen eenduidige definitie en meting van medicatieontrouw gebruikt. De gevolgen per aandoening zijn enorm divers, maar ook de therapeutische gevolgen van medicatie-ontrouw verschillen per medicijn. Zo is het niet innemen van een dosis immunosuppressiva (i.e. anti-afstootmedicatie) bij mensen met orgaantransplantaties sneller problematisch en zijn de gevolgen ernstiger dan het niet innemen van een dosis cholesterolverlager bij iemand met risico op hart- en vaatziekten. Daarnaast is het ook de vraag of meer zorggebruik, zoals meer polibezoeken, of meer medicatiegebruik altijd als negatief gevolg geïnterpreteerd kan worden. Meer polibezoeken van patiënten kunnen immers ook ingang bieden tot vroegtijdige detectie van problemen met medicatiegebruik en kunnen een teken zijn van een actief betrokken patiënt.
Om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen in de verschillen van de gevolgen van medicatietrouw tussen patiëntgroepen moeten factoren als deze dus worden meegenomen, net als andere kenmerken van de behandeling. Vanzelfsprekend zijn ook omgevingsfactoren zoals de fysieke en financiële toegankelijkheid van zorg, culturele factoren en milieufactoren van invloed op de prevalentie van de besproken aandoeningen, op het medicatiegebruik en op de relatie tussen medicatieontrouw en zowel de klinische als economische gevolgen. Hoe de resultaten uit deze studies zich dus ook precies verhouden tot de Nederlandse populatie en het Nederlandse zorglandschap is het verder onderzoeken waard.
Kortom
Het goed gebruiken van medicatie blijft een belangrijk aandachtspunt binnen vele chronische patiëntgroepen. Bij welke patiënten en in welke zorgsettingen er nu in Nederland de meeste urgentie is, blijft een complexe vraag en vraagt om vervolgonderzoek. Gelukkig zijn er wel al vele interventies en praktische hulpmiddelen ontwikkeld en in praktijk gebracht om medicatieontrouw laagdrempelig aan te pakken. Klik hier en hier voor een aantal voorbeelden uit de onderzoeksgroep waaraan ik verbonden ben. Of lees dit NIVEL- rapport uit 2024 over implementatie van medicatietrouw-interventies in verschillende Nederlandse zorgsettingen.
Over de auteur
Maria Achterbosch is medisch socioloog en verpleegkundige. Zij promoveerde op de onderwerpen gezamenlijke besluitvorming en medicatietrouw in 2025 en is nu werkzaam als postdoctoraal onderzoeker bij de Rijksuniversiteit Groningen. Hier werkt zij binnen de afdeling sociale psychologie aan onderzoeksprojecten over lange termijn gedragsverandering m.b.t. gezondheid, leefstijl en leefstijlcoaching. Contact opnemen kan via; m.achterbosch@rug.nl
Zoektermen op internet:
Maria Achterbosch, Patiëntaspecten, Medicatieontrouw chronische patiënten metastudie, klinische gevolgen therapietrouw WHO, economische kosten medicatieontrouw US dollar 2024, biomarkers forced expiratory volume FEV1 astma, cardiovasculaire aandoeningen mortaliteit therapietrouw, immunosuppressiva orgaantransplantatie therapietrouw risico, indirecte zorgkosten arbeidsverzuim astma COPD, Nivel rapport implementatie medicatietrouw interventies 2024, paradox polikliniekbezoek diabetes therapietrouw, atriumfibrilleren bloedingen therapietrouw.
