Door Henk Nies.
Inleiding: personeelstekorten en maatregelen
Personeelstekorten staan samen met betaalbaarheid al een hele poos op de nummers 1 en 2 van de knelpunten van de zorg. Of er nu wel of niet op de zorg bezuinigd wordt, die personeelstekorten blijven nog wel een tijd zo. Eind 2025 waren er zo’n 60.000 vacatures in deze sector. De langdurige zorg nam bijna de helft voor haar rekening met 20.000 vacatures in de verpleging, verzorging en thuiszorg en meer dan 8.500 in de gehandicaptenzorg. Dit alles terwijl – misschien wat tegen ons gevoel – sinds 2017 meer mensen de zorg instromen dan uitstromen. De sector blijft immers groeien. Daarbij komt dat het personeel ook nog eens behoorlijk vergrijst en het ziekteverzuim al jarenlang hoog is. Het tikt soms maar liefst de 10% aan.
Het is dus al een hele tijd alle hens aan dek om mensen voor de zorg te behouden. Onderzoek naar vertrekredenen laat zien dat medewerkers de sector vooral verlaten vanwege ‘de organisatie’, wisselend en niet goed functionerend management, een onveilige werksfeer, agressie, gebrek aan waardering, werkdruk, registratiedruk, te beperkte arbeidscontracten, en te lage salariëring.
De overheid zet daarom onder andere in op campagnes, technologische innovaties, minder regeldruk, meer werkplezier, meer ontwikkelmogelijkheden, betere waardering van zorgmedewerkers, en allerlei andere goede voornemens. Ook wil ze een grotere inzet van burgers, zoals recent ook nadrukkelijk verwoord in het Coalitieakkoord van D66, CDA en VVD. Het zal allemaal zeker bijdragen, maar het is de vraag of dat alles voldoende is en op tijd komt.
Zorgmigranten heel gebruikelijk in de EU
Een krappe arbeidsmarkt is niet een typisch Nederlands probleem. In heel Europa zijn er grote tekorten aan zorgmedewerkers. Overal worden vergelijkbare oplossingen gezocht. Op één uitzondering na: de inzet van migranten als zorgmedewerkers. Ons land is daarin a-typisch. Het recente rapport ‘Invisible no more: Let’s see & value Migrant Care’ van Eurocarers, de Europese organisatie voor mantelzorg, laat zien dat de inzet van zorgmigranten heel gebruikelijk is in de EU. Maar liefst twee miljoen van de 14,2 miljoen zorgmedewerkers werkten in 2018 niet in het land waar ze geboren waren. Van hen kwam ongeveer twee derde van buiten de EU. Sindsdien zijn die aantallen nog verder toegenomen, al zijn exacte cijfers niet bekend. Veel zorgmigranten werken immers on-gedocumenteerd. Ze tellen letterlijk en figuurlijk niet mee. Maar dat het om grote aantallen gaat staat vast.
We weten dat in landen als Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje zeer veel zorgmigranten worden ingezet. In landen als Luxemburg, Zweden, Ierland en Zwitserland zijn maar liefst vier van de tien zorgmedewerkers in de langdurige zorg niet geboren in het land waar ze werkzaam zijn. Even een voorbeeld. In Italië draait de zorg voor een belangrijk deel op zogeheten badanti en colfs (collaboratore familiare). Dit zijn particulier ingehuurde medewerkers die bij mensen thuis werken en hen en hun mantelzorgers ondersteunen. Ze bieden respectievelijk persoonlijke zorg en verrichten huishoudelijke werkzaamheden. Dikwijls wonen ze bij mensen in en zijn ze zeven dagen per week beschikbaar. Ongeveer driekwart van de ongeveer een miljoen badanti en colfs zijn ingezetene van een ander land. Ze worden vaak als ‘zwartwerkers’ buiten de reguliere zorg ingezet. Dat is een stuk goedkoper. Betaal je bijvoorbeeld in Italië voor een reguliere zorgmedewerker ca. € 1.800 per maand, voor iemand in het zwarte circuit liggen die tarieven op € 1.000 tot € 1.200. Van de zorgmedewerkers die wél een Italiaans paspoort hebben, heeft een aanzienlijk aantal een migratie achtergrond, maar is de afgelopen jaren genaturaliseerd. Op dit moment zijn er in Italië zorgen over de houdbaarheid van de zorg, omdat er te weinig instroom van migranten is! En dan hebben we het nog niet eens gehad over de verpleeghuizen en instellingen voor gehandicaptenzorg in dit land.
Er zijn grote migratiestromen tussen Europese landen onderling en van buiten Europa. Zo komen veel zorgmigranten in Italië uit Midden- en Oost-Europa (Roemenië, Moldavië, Oekraïne, Albanië), in Spanje uit Zuid-Amerika, in Oostenrijk uit Roemenië, Slowakije en Tsjechië, om maar wat voorbeelden te noemen.
Typering van de zorgmigranten
Er is zo een flinke ‘zorgmigratie-industrie’ ontstaan van honderden betrouwbare en minder betrouwbare bemiddelingsbureaus met een omzet van jaarlijks vele miljarden. Oostenrijk telt bijvoorbeeld meer dan negenhonderd van dergelijke bureaus, Duitsland ruim vierhonderd. De overgrote meerderheid zorgmigranten zijn vrouwen. Hun arbeidsomstandigheden, salariëring, huisvesting en sociale rechten zijn vaak slecht. Dikwijls werken ze drie maanden in een huishouden en gaan daarna weer drie maanden naar hun eigen land, om vervolgens weer voor drie maanden terug te komen. Dat gaat vaak jarenlang zo door. Dit betekent dat ze al gauw de helft van hun tijd zonder hun familie (partner, kinderen, ouders) leven. Bovendien zijn ze vaak goed geschoold. De tekorten in de zorg in de landen van herkomst, worden daardoor dus ook weer groter. Naar die landen ontstaat dan weer een migratiestroom vanuit landen waar de inkomens nóg lager liggen. Kortom, als we het over zorgmigratie hebben, dan is er een grote beweging van armere naar rijkere landen gaande.
EU Care Strategy en Nederland
De Europese Commissie heeft daarom in 2022 in haar zogeheten EU Care Strategy uitgesproken dat er ‘duurzame en legale wegen’ gevonden moeten worden om mensen van buiten de EU in de zorg in te kunnen zetten. De Nederlandse overheid gaat hier niet in mee: ‘The government sees labour migration from outside the European Economic Area (with the exception of highly skilled workers) as a last resort in alleviating labour market shortages’, zo schrijft Nederland in haar rapport over de implementatie van de European Care Strategy. Het politieke en maatschappelijke klimaat tegenover migranten in het algemeen, waaronder arbeidsmigranten en mensen die ‘onrechtmatig’ in ons land verblijven, staat dat in de weg.
Afwegingen
Maar is dat niet tegen beter weten in? Slachterijen, tuindersbedrijven, de bouwsector, distributiecentra en allerlei andere sectoren kunnen ook niet zonder arbeidsmigranten. Het zal niet lang duren voordat de zorg in Nederland daar ook toe over gaat. Onze buurlanden – het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en België – gaan ons voor. Waarom zou het in Nederland anders gaan? We betalen naar internationale maatstaven behoorlijk goed in de zorg en we hebben mensen nodig. Als we moeten bezuinigen en de arbeidsmarkttekorten opvangen, dan ligt hier een mogelijkheid.
Is het wenselijk om meer zorgmigranten aan te trekken? De bezwaren liggen voor de hand: verschillen in taal, cultuur en professionele achtergrond, arbeidsomstandigheden (waaronder wonen, arbeidstijden, uitbuiting) die slecht te waarborgen zijn, de ‘braindrain’ in de landen van herkomst, discriminatie en racisme bij zorggebruikers en in de samenleving.
Vaak wordt aangevoerd dat het arbeidsmarktprobleem beter op te lossen is als ‘onze’ zorgmedewerkers beter betaald zouden worden. Overigens is dat zeker niet de belangrijkste reden dat zorgmedewerkers de zorg verlaten. Het zou helpen als zorgmedewerkers niet alleen de sector minder vaak verlaten, maar ook als ze minder parttime zouden werken. In de Westerse landen is Nederland met kop en schouders kampioen parttime werken. We hebben in principe genoeg zorgmedewerkers, mits ze meer zouden werken of zouden kúnnen werken. In andere landen kan dat wel. Maar misschien moeten we zeggen: daar móet het wel, omdat daar slechter wordt betaald.
Zorgmigratie komt er zomaar toch, dan maar goed reguleren
Niet één maatregel zal toereikend zijn om het arbeidsmarktprobleem en de betaalbaarheid van de zorg aan te pakken. Nog meer arbeidsmarktcampagnes zullen het probleem niet oplossen. Er zullen fundamentele veranderingen nodig zijn, in de zorg en in de samenleving. Een inzet op zorgzame buurten en een zorgzame samenleving, zoals via burgerinitiatieven, vrijwilligerswerk en gestutte mantelzorg, zoals het coalitieakkoord bepleit, kan bijdragen. Zoals gezegd, het is de vraag of dat snel en ver genoeg zal gaan. Bovendien is de kans groot, dat als de eigen bijdragen in de langdurige zorg omhoog gaan en de ontkoppeling tussen zorg en wonen en verblijf verder wordt doorgevoerd, steeds meer mensen zélf buiten de reguliere kanalen hulp gaan inhuren. Het kan zomaar een autonome beweging worden.
Dit betekent ook dat we ons moeten voorbereiden op zorgmigratie, ondanks het ongemak dat er waarschijnlijk bij komt kijken. Dat moet dan wel goed georganiseerd en geregeld worden. De Adviesraad Migratie heeft daar enkele jaren geleden verstandige aanbevelingen over gedaan. Het nieuwe kabinet heeft nu de kans om ‘aan de slag’ te gaan met het beste migratiebeleid ooit!
Deze bijdrage is een bewerking van het eerder verschenen opinieartikel ‘Onze gezondheidszorg kan niet zonder zorgmigrant’ in het Financieele Dagblad van 6 januari 2026
Over de auteur
Henk Nies is emeritus bijzonder hoogleraar organisatie en beleid van zorg, Vrije Universiteit Amsterdam, en bestuurslid van Eurocarers, Europese organisatie voor mantelzorg.
Zoektermen op internet:
Henk Nies, beleidsontwikkeling, zorgmigranten personeelstekort, arbeidsmigratie in de zorg, personeelstekort zorg Nederland, Eurocarers migrant care, EU Care Strategy Nederland, arbeidsmarkt zorg en welzijn, migratiebeleid zorg, vacatures zorgsector, buitenlandse zorgmedewerkers
