Door Petrie Roodbol, em. hoogleraar verplegingswetenschappen UMCG.
Samenvatting
De arbeidsmarktproblematiek van de medisch ondersteuner in de ziekenhuizen zal ongetwijfeld leiden tot ernstige beperkingen in de capaciteit voor operaties en ingrepen. De huidige vorm van opleiding kan de huidige en toekomstige tekorten van deze beroepsbeoefenaren niet opheffen.
Medisch technisch ontwikkelingen leiden tot steeds nauwere samenwerking van verschillende medisch specialisten en medisch ondersteuners. De inzet van laatstgenoemden kan aan efficiëntie winnen wanneer zij taken van elkaar overnemen. Omdat er ook vaardigheden van hen gevraagd gaan worden als het begeleiden van patiënten, adviseer ik om hen op te leiden tot een verpleegkundige-plus: een beroepsbeoefenaar met twee diploma’s: van verpleegkundige en van medisch ondersteuner.
Historisch krappe arbeidsmarkt
Hoewel personeelsschaarste in de zorg niets nieuws is, zijn de prognoses op dit moment somberder dan ooit. Het huidige tekort van 48.000 van de medewerkers zorg en welzijn samen, loopt naar verwachting van abf-research op tot bijna 117.000 in 2030. Uitgesplitst naar branches worden de grootste tekorten verwacht in de verpleging en verzorging en in de thuiszorg. Maar ook in de relatief kleine groep medisch ondersteuners waaronder anesthesieassistenten, operatieassistenten en radiodiagnostisch laboranten waar we ons in dit artikel op richten, loopt het tekort op van 900 (7,5%) beroepsbeoefenaren nu naar 2600 (20%) in 2030 aldus abf-research.
Dit leidt ongetwijfeld tot capaciteitsproblemen voor ingrepen en operaties, ondanks dat het aantal beschikbare medisch specialisten in de ziekenhuizen min of meer gelijk zal blijven.
Oplossingen voor de krappe arbeidsmarkt wordt door de overheid gezocht in het behoud van zorgmedewerkers, regionalisering, leven lang ontwikkelen, opschalen van technologische innovaties en in zeggenschap, zoals te lezen staat in de hoofdlijnen brief “Toekomstige Arbeidsmarkt Zorg” van minister Helder (mei 2022). Daarbij moeten zorgopleidingen flexibel zijn en aansluiten op het continu veranderde zorglandschap.
De vraag is hoe dit beleid geconcretiseerd kan worden voor de groep medisch ondersteuners en ook of dit voldoende zal zijn.
Om deze vragen te beantwoorden maken wij nader kennis met de groep medisch ondersteuners en hun opleidingsstelsel. Vervolgens richten we ons op medisch technische ontwikkelingen om te komen tot aanbevelingen ter verbetering van het arbeidspotentieel.
Medisch ondersteuners in de ziekenhuizen
Medisch ondersteuner is in arbeidsmarktrapportages een overkoepelende term voor een aantal verschillende assisterende beroepsgroepen, ieder van beperkte omvang, maar tegelijkertijd onmisbaar voor de facilitering van ingrepen en operaties, zoals anesthesieassistenten (landelijke omvang beroepsgroep ongeveer 2500 fte), operatieassistenten en radiodiagnostisch laboranten (landelijke omvang beide ruim 4000 fte). Medisch specialisten zijn voor verrichtingen in hoge mate afhankelijk van deze gespecialiseerde medewerkers die zich soms nog verder kunnen bekwamen in het assisteren van specifieke, complexe ingrepen. Verder is hun carrièreperspectief met uitzondering van de anesthesiemedewerker, zeer beperkt.
Er zijn in de ziekenhuizen ook tal van specialistisch opgeleide verpleegkundigen, die niet tot de groep van medisch ondersteuners worden gerekend maar wel een vergelijkbare assisterende taken bij ingrepen uit oefenen, zoals verpleegkundigen bij de interventiecardiologie, op de endoscopie afdeling en functieafdelingen als urologie.
Opleidingen
De opleidingen tot medisch ondersteuner worden hoofdzakelijk verzorgd door de ziekenhuizen zelf in combinatie met een opleidingsinstituut, dat meestal gelieerd is aan een universitair medisch centrum. Het zijn initiële driejarige inservice-opleidingen waarbij de student in dienst is van het ziekenhuis, een salaris ontvangt en van wie een bepaalde productiviteit wordt verwacht. Ziekenhuizen bepalen zelf op basis van de prognoses van het Capaciteitsorgaan hun instroom en ontvangen via de NZa een vergoeding per student. Opmerkelijk is dat de opleidingen onder VWS vallen en daarmee buiten de BaMa structuur (Bachelors en Masters) van OCW zijn gepositioneerd. Aan het wel landelijk erkende diploma is geen titel verbonden en de mogelijkheid door te stromen naar bijvoorbeeld een masteropleiding is beperkt. Minors worden niet aangeboden. Daarentegen is de aansluiting van de opleiding op het specifieke werkveld optimaal. Bij voldoende aanbod van studenten worden er meerdere startmomenten per jaar aangeboden. Het opleidingsrendement ligt rond de 65%. De aanbevolen instroom van het Capaciteitsorgaan wordt echter doorgaans niet gerealiseerd door te weinig geschikte studenten of gebrek aan begeleidingscapaciteit op de werkvloer. Het aantal studenten dat in moet stromen om te voldoen aan de vervangingsvraag is hoog en wordt door de tekorten ook steeds hoger. Voor de anesthesiemedewerker ligt dit bijvoorbeeld rond de 325 per jaar en voor de operatieassistent rond de 700. Afgezet tegen de omvang van de beroepsgroepen en de driejarige duur van de opleiding komt de verhouding gediplomeerde student steeds meer in de knel en de vraag is of het werkbaar blijft.
Sinds een paar jaar biedt een aantal Hogescholen eveneens opleidingen aan tot medisch ondersteuner. Verpleegkundestudenten die de ambitie hebben om ook als anesthesieassistent dan wel als operatieassistent te gaan werken kunnen een speciaal programma volgen zodat ze na afloop van hun vier of vijf jaar durende studie twee diploma’s krijgen; een verpleegkundige-plus variant. Daarnaast bestaat sinds een paar jaar de vierjarige opleiding Bachelor Medische Hulpverlener met een afstudeerrichting anesthesie.
De inservice-variant is verreweg de meest gevolgde opleiding, maar de verpleegkunde-plus variant lijkt aan te slaan. Het dubbele diploma geeft de afgestudeerden ongekend veel kansen op de arbeidsmarkt en zij zijn heel breed en flexibel inzetbaar. De Bachelor Medische Hulpverlener kampt in de meeste ziekenhuizen nog met adoptieproblemen en is minder breed inzetbaar. Voor de opleiding tot radiologie assistent bestaat eveneens een Hogeschool variant.
Medisch technische ontwikkelingen
In 2017 is al voorspeld dat de minimale invasieve chirurgie met beeldgeleide navigatie steeds verder zal worden uitgebreid en zal worden toegepast evenals het aantal en soort endoscopische ingrepen. Het arsenaal specifieke randapparatuur wordt uitgebreid door de ontwikkeling van operatierobots. De verdere ontwikkeling van interventieradiologie heeft in toenemende mate invloed op specialismen als neurochirurgie, urologie, gynaecologie, vasculaire geneeskunde. Behandeling van patiënten wordt minder invasief waardoor ingrepen in toenemende mate poliklinisch worden gedaan. Medisch specialisten moeten intensiever met elkaar gaan samenwerken. Medisch ondersteuners zullen steeds vaker op elkaars werkterrein gaan komen zoals de radiologisch laborant op de operatiekamer en de functieafdeling. De ouder wordende patiënt vraagt daarbij om méér dan een medische behandeling alleen; er is ook tijd en aandacht nodig voor bijvoorbeeld psychologische begeleiding wanneer de patiënt niet meer onder algehele narcose gaat. Daardoor verandert ook het karakter van het werk van de medisch ondersteuner; deze moet zich zowel op het assisteren van de medisch specialist als op de patiënt zelf richten waarvoor vaardigheden vereist zijn die meer op het verpleegkundig terrein liggen. Het werk gaat steeds meer overeenkomsten vertonen met dat wat specialistisch opgeleide verpleegkundigen nu doen zoals bij de interventiecardiologie, de endoscopie en de functieafdelingen.
Taakverbreding in de verpleegkunde plusvariant
Het moge duidelijk zijn dat beleidsvoornemens als regionalisering, een leven lang ontwikkelen, het opschalen van technologische innovaties en zeggenschap volstrekt onvoldoende zullen zijn om het tekort aan medisch ondersteuners op te heffen. De inservice-opleidingen tot medisch ondersteuners voldoen aan het criterium de opleiding zoveel mogelijk aan te laten sluiten op het werkveld, maar deze aansluiting is tegelijkertijd zo nauw dat de beroepsbeoefenaren worden opgeleid voor smalle, gerichte taakpakketten. Daarnaast is de opleidingscapaciteit onvoldoende voor de huidige vraag. Door de medisch technische ontwikkelingen gaan de verschillende typen medisch ondersteuners elkaar steeds vaker tegenkomen. Taken die op elkaar lijken zouden zij van elkaar over kunnen gaan nemen. Door taakverbreding en flexibilisering van inzet kan het arbeidspotentieel optimaler worden benut. Wel moet de opleiding dan worden verbreed. Het volledig overstappen naar de verpleegkunde-plus variant biedt veel voordelen: meer opleidingscapaciteit, breed inzetbare functionarissen en meer dan voldoende carrièreperspectief. Daarnaast kan het aanbod van de meer technische verpleegkunde-plus variant een aantrekkelijk alternatief zijn voor studenten die nu een andere richting kiezen. Kortom, een win-win situatie die zal bijdragen de arbeidsmarktproblematiek van de medisch ondersteuner te verlichten.
