Door Lisette van Gemert-Pijnen, Hoogleraar in eHealth en Bart Nieuwenhuis, Hoogleraar in Business en IT, beiden aan de Universiteit Twente.

Digitalisering in de gezondheidszorg wordt als veelbelovend beschouwd voor passende zorg, zorg die betaalbaar en effectief is, die continuïteit biedt en voldoet aan hoge kwaliteitsnormen. Juist de recente pandemie, COVID-19, heeft laten zien dat de inzet van digitale zorg efficiënt en effectief kan zijn, vooral voor de thuisbehandeling van Covidpatiënten. De Universiteit Twente heeft in opdracht van het Ministerie van VWS vier casestudies gedaan. Een literatuuronderzoek naar de digitalisering in de zorg laat zien dat Nederland te veel oog heeft voor de technologie alleen en te weinig aandacht heeft het veranderingsproces en de impact op gedrag, attitude, cultuur, arbeidsmarkt, zorgorganisatie en interoperabiliteit. Nederland loopt achter, heeft nog te weinig geleerd van de pandemie. De Twentse hoogleraren Lisette van Gemert-Pijnen en Bart Nieuwenhuis vatten hieronder de conclusies van de literatuurstudie samen. Op verzoek van de redactie laten zij de verantwoording van de zoekstrategie en de uitwerking van de onderzoeksmethodologie achterwege. Die zijn te vinden in het oorspronkelijke document.   

Positionering van Nederland

Toepassingen zoals telemonitoring en beeldbellen konden tijdens de pandemie versneld worden door versoepeling van wet- en regelgeving en proactieve medewerking van de overheid, de zorg en systeem partijen zoals Nederlandse Zorg Autoriteit en Zorgverzekeraars Nederland. VWS heeft specifiek gevraagd te onderzoeken wat de impact is van technologieën die als veelbelovend naar voren kwamen tijdens de pandemie zoals telemonitoring en beeldbellen, maar ook te kijken naar nieuwe technologieën die de zorg kunnen innoveren zoals Kunstmatige Intelligentie. De  literatuurstudie   omvat (inter)nationale wetenschappelijke publicaties (tussen 2016-2021) en artikelen uit de “grijze literatuur” die vooral visies en praktijkinzichten weergeven (rapporten, niet-commerciële publicaties en documenten van overheidsinstellingen). De literatuurstudie richt zich met name op telemonitoring, beeldbellen, blended care (hybride vorm van traditionele en digitale zorg) en kunstmatige intelligentie.

Om zicht te krijgen op de positionering van Nederland ten opzichte van andere landen zijn indexen beschikbaar, zoals de Digital Health Index van de Bertelsmann Stiftung,gebaseerd op een holistisch model voor digitalisering en de Future Health Index  2020van Philips en de Government Readiness Index, gebaseerd op negen parameters verdeeld over drie terreinen: (1) In welke mate is de publieke dienstverlening voorbereid op AI, (2) In welke mate zijn de economie en de vaardigheden op de arbeidsmarkt voorbereid op AI, en (3) In welke mate is de digitale infrastructuur voorbereid op Artificiële Intelligentie. Het gaat om een multidimensionaal en holistisch perspectief om digitalisering te bevorderen met aandacht voor veranderingen in de manier van werken, verschuivingen op de arbeidsmarkt en financiering van integrale zorg (zorg over de domeinen van eerste, tweede, derde lijn heen).

Digitalisering heeft een ander aanpak nodig

Nederland loopt voor in het gebruik van patiënten apps, wearables en automatisering van klinische taken. De Nederlandse zorgconsumenten kunnen relatief goed overweg met digitale toepassingen, vergeleken met andere landen in Europa. Nederlanders zoeken ook naar verhouding het meeste online naar gezondheidsinformatie. Digitalisering in de zorg in Nederland wordt echter gehinderd door een gefragmenteerde aanpak. Het zorgbeleid is complex, er is een gebrek aan consistentie in regulering en beleid vanwege de grote diversiteit aan publieke en private organisaties, zoals overheden, zorgverzekeraars, zorgaanbieders en belangengroepen. Er is een diversiteit aan stakeholders die beslissingen vanuit de politiek vertragen en er is onvoldoende interdepartementale samenwerking voor de aanpak van complexe, lange termijn problemen. Een infrastructuur voor zorgsystemen die met elkaar “kunnen praten” en om data uit te wisselen en te benutten voor onderzoek en behandeling is nog niet beschikbaar, met als gevolg dat het gebruik van digitale zorgtoepassingen achterblijft in vergelijking met andere Europese landen.  Scandinavië en Estland kennen een nationale aanpak voor digitalisering. Zij hebben een autoriteit voor standaardisatie, een integrale aanpak van de zorg en wet- en regelgeving voor het delen van data (interoperabiliteit, standaardisatie).  Enkele links met interessante informatie over Scandinavische landen en Estland zijn de volgende:

Verschuivingen op de arbeidsmarkt

Hoewel AI als veelbelovend wordt gezien, ontbreekt het aan inzicht in kwaliteit van algoritmes (transparantie), is er onvoldoende begrip van wat AI wel en niet kan, is er te weinig bekend welke strategieën beschikbaar zijn om AI goed te integreren en te implementeren, en is er tekort aan personeel dat kan ondersteunen bij de implementatie van AI. Gebrek aan goede en bruikbare data en privacy kwesties hinderen de inzet van AI. Aansluiting bij Europese netwerken voor data gestuurde zorg (zoals EU4Health en Strategisch Actieplan AI (SAPAI is cruciaal voor het aantrekken en behoud van medisch technisch personeel en het bevorderen van digital literacy. Digitalisering vraagt om personeel dat vaardig en bereid is om data te interpreteren en toe te passen in de werkprocessen. Nederland blijft echter achter in de opleiding en training van medisch personeel (Future Health Index).  De krapte op de arbeidsmarkt en digitalisering vragen om de inzet van meer medisch-technisch opgeleid personeel en dataspecialisten die met afstandszorg (telemonitoring, beeldbellen) en AI kunnen omgaan in de zorg.

Veranderingen in financiering

Er zijn onvoldoende financiële prikkels om te investeren in digitalisering. Het beloningssysteem in de zorg is te veel volume-gedreven en te weinig gericht op integrale aanpak van zorg, over de zorgdomeinen heen. Beloning van digitale zorg die waarde toevoegt zou het vertrekpunt moeten zijn. Vooralsnog leveren afzonderlijke technologieën te weinig op, in termen van bekostiging, omdat het vaak extra werk oplevert en de verdiensten niet altijd terecht komen bij degenen die erin investeren. Subsidiegelden zijn vooral gericht op kortlopende pilots en reductie van kosten. Subsidies zouden zich echter ook moeten richten op het opschalen van waardevol gebleken technologie en op het vergoeden van kosten achteraf in plaats van het opstellen van een business case vooraf. De overheid zou een organiserende rol op zich kunnen nemen om financiering en uitrol te coördineren bij complexe zorg, zoals zorgketen-overstijgende initiatieven. Dergelijke initiatieven zijn complex omdat de kosten en baten niet op dezelfde plek vallen. Het is aan zorgverzekeraars en zorgaanbieders om afspraken te maken over nieuwe beloningsmodellen en facultatieve prestaties waarbij de overheid kan als partner een proactieve aanjaagfunctie vervult.

Versnelling van digitalisering

Het Internationaal befaamde onderzoeksinsituut King’s Fund stelde in 2021 voor om digitalisering te beschouwen als een veranderingsproces waar digitaal leiderschap voor nodig is, en waarbij auditing en re-examination nodig is op nationaal en lokaal niveau van bestaande systemen en processen. De overheid dient doelstellingen te herijken met focus op veranderingsprocessen die het gevolg zijn van nieuwe technologie en richting te geven in de samenwerking met partners (zorg, systeem partijen). De in het WRR-KNAW rapport   geschetste scenario’s voor het voorbereid zijn op een pandemie kunnen als leidraad dienen voor een lang termijnbeleid van digitalisering van de zorg en de inzet van technologie in crisistijd. De scenario’s voor digitalisering zouden moeten focussen op het creëren van vertrouwen, het benoemen van capaciteiten en sleutelfactoren voor succesvolle inzet van digitalisering. De overheid kan daar dan gericht op sturen.

Effecten beter meten

De effectiviteit van toepassing van technologie in de gezondheidszorg is sterk afhankelijk van de context, de technologie zelf, hoe de technologie opgenomen is in het zorgproces en hoe de communicatie verloopt. In studies naar effectiviteit of impact van digitalisering op de zorg(organisatie) worden die aspecten niet of nauwelijks meegenomen. Daarnaast zijn studies moeilijk vergelijkbaar door diversiteit aan methoden, een meta-analyse heeft daardoor een beperkte waarde. Studies bieden nog te weinig aanknopingspunten over effecten van digitalisering op kosten/baten en op de sociaal- maatschappelijke implicaties van digitalisering. Er zijn methoden nodig die vanuit een multidimensionaal en holistisch perspectief naar transitie en implementatie kijken. Er is behoefte aan praktijkonderzoek, lab-, en veldstudies om te kunnen voorspellen welke doelgroepen het meeste baat hebben bij digitalisering, zowel op korte als lange termijn, en welke opties er zijn voor opschaling.

Kortom

Het onderzoek van de UT laat zien dat digitalisering in de zorg vraagt om een andere aanpak, in het bijzonder samenwerking tussen overheid, zorg- en systeempartijen. Digitalisering is meer dan de inzet van technologie. Een veranderingsproces van de zorg vraagt om regie, visie, ruimte om te experimenteren met op waarde gedreven beloningsmodellen, een adequate infrastructuur voor data gestuurde zorg en robuuste, holistische meetmethoden om de impact op zorg en maatschappij vast te stellen.

Informatie over de auteurs

  • Deze blog is gebaseerd op Digitalisering nader beschouwd. Rapporten van of voor het ministerie van VWS 2022 | Rapport | Rijksoverheid.nl   
  • Lisette van Gemert-Pijnen is hoogleraar eHealth en leidt onderzoek naar de implementatie en evaluatie van gezondheidstechnologie. Het onderzoek richt zich op factoren die de acceptatie en adoptie van technologie in de zorgpraktijk beïnvloeden en de impact die technologie heeft op verandering in de zorg en maatschappij.  Lisette van Gemert was adviseur voor VWS over de inzet van digitale middelen tijdens corona. Zij is naast het onderzoek bij de UT, lid van raad van toezicht bij ZorgTTP en adviseur bij diverse internationale eHealth programma’s (Denemarken, Noorwegen en Oostenrijk). Voor een indruk zie de websites https://www.utwente.nl/en/bms/ehealth/research/persuasive-health-technology/ en https://www.utwente.nl/en/techmed/research/research-programmes/sht/ Contact: j.vangemert-pijnen@utwente.nl 
  • Bart Nieuwenhuis is hoogleraar op het gebied van kwaliteit van telecomdiensten bij de afdeling Hightech Business & Entrepreneurship van de BMS Faculteit aan de Universiteit Twente. Hij is momenteel actief bij het Europese onderzoeksproject dRural, dat serviceplatforms ontwikkelt (onder meer gericht op digitale zorg) gericht op economische ontwikkeling van plattelandsgebieden binnen Europa. Zijn interesses richten zich specifiek op service innovaties, business model innovaties, en de economische impact van cybercriminaliteit. Bart Nieuwenhuis is eigenaar van het advieskantoor Knowledge for Business (info@k4b.nl), dat consultancy-diensten op dit gebied verleent aan de publieke en private sector.