Door Simone van Dulmen, senior onderzoeker IQ healthcare Radboudumc.

Onlangs publiceerde een team van Nijmeegse onderzoekers een lijst van interventies die huisartsen beter achterwege kunnen laten.  De auteurs  publiceerden de lijst in een vooraanstaande internationaal peer reviewed tijdschrift. Eerste auteur Van Dulmen vat hieronder de onderzoeksresultaten samen. Op verzoek van de Nieuwsbrief-redactie gaat zij niet in op de gebruikte onderzoeksmethoden. Daarvoor verwijst zij naar het oorspronkelijke artikel. Wel voegt zij aan het einde van onderstaand artikel enkele beleidssuggesties toe voor het Nederlandse beleid van passende zorg.

Dertig aanbevelingen om niet-gepaste huisartsenzorg terug te dringen

Niet-passende zorg levert de patiënt weinig of geen voordeel op, verspilt middelen en kan schade bij de patiënt veroorzaken. Het identificeren van expliciete beter-niet-doen-aanbevelingen in richtlijnen is een eerste stap in het terugdringen van niet-passende zorg. Na de medisch-specialisten en de verpleegkundigen hebben nu ook de huisartsen een beter-niet-doen-lijst opgesteld. Hiermee hopen ze richting te geven aan welke niet-passende  zorg minder kan terwijl deze nu nog veel gegeven wordt in de huisartsenpraktijk.

Welke zorg kan volgens huisartsen minder en is volgens hen belangrijk om acties op in te zetten? Dat hebben  onderzoekers van het programma Doen of laten? van het Radboudumc in samenwerking met het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) onderzocht en in juni gepubliceerd in BMC Primary Care. Zij vonden in de NHG-richtlijnen 385 aanbevelingen voor huisartsen die opriepen om iets niet te doen of er terughoudend mee te zijn.

Via een vragenlijst hebben Nederlandse huisartsen daaruit dertig aanbevelingen geprioriteerd. Ze schatten hiervoor welke vormen van niet-passende zorg het vaakst voorkwamen, het meeste schade aan de patiënt konden teweegbrengen, en de meeste kosten opleverde. Op deze lijst van dertig  staan twaalf  aanbevelingen over behandelingen met geneesmiddelen, tien over diagnostiek, vijf  over een verwijzing naar andere zorgverleners en drie  over een behandeling zonder geneesmiddelen. Voorbeelden zijn ‘Geef geen antibiotica aan kinderen met een acute oorontsteking, ‘Voorkom het chronisch gebruik van maagzuurremmers zonder indicatie’ en ‘Wees terughoudend met beeldvormend onderzoek bij patiënten met niet-traumatische knieklachten’.

Waarom beter-niet-doen aanbevelingen

Er is de laatste maanden volop aandacht voor het terugdringen van niet-passende zorg, mede omdat het coalitieakkoord sterk inzet op passende zorg. Recent pleitte minister Kuipers om beter-niet-doen lijsten te gebruiken om passende zorg verder te stimuleren. Zeker wanneer het gaat om zorg láten, helpt het als er een duidelijke aanbeveling voor is geformuleerd, gebaseerd op het beste beschikbare wetenschappelijk bewijs. Daarbij kan een lijst met dertig beter-niet-doen aanbevelingen een overzichtelijk startpunt zijn voor huisartsen en huisartsennetwerken.

Bewustwording niet-gepaste zorg

In richtlijnen staat welke zorg er aanbevolen wordt, maar ook wat er expliciet afgeraden wordt. De redenen waarom deze aanbevelingen zijn geformuleerd als expliciete aanbevelingen om zorg niet meer te leveren lopen uiteen. Het kan zijn dat de wetenschappelijke bewijsvoering is veranderd, waardoor deze aanbevelingen richting geven aan welke zorg geen toegevoegde waarde is. Andere redenen zijn omdat er goedkopere of minder risicovolle alternatieven zijn, of omdat patiënten soms om bepaalde zorg vragen.

Daadwerkelijke omvang van beter-niet-doen-zorg inventariseren

De selectie van 30 beter-niet-doen-aanbevelingen geeft inzicht in de zorg waarvan huisartsen het belangrijk vinden om terughoudend te zijn. De lijst maakt huisartsen en patiënten bewust van niet-passende  zorg en geeft aan waar patiënten nog beter geïnformeerd kunnen worden over passende zorg. Het is belangrijk om als vervolgstap het daadwerkelijke volume van de niet-passende zorg op deze lijst in kaart te brengen. Dat inzicht is nodig om te weten wat van deze zorg als eerste omlaag moet om ruimte vrij te maken voor zorg die wel toegevoegde waarde heeft.

Soms minder werkdruk voor huisartsen en soms meer

Meer aandacht voor deze lijst kan in sommige gevallen de druk op de huisartsenzorg verminderen,  bijvoorbeeld wanneer ouders beter geïnformeerd zijn dat het voorschrijven van neusdruppels of antibiotica bij een middenoorontsteking van hun kind niet zinvol is. In sommige gevallen kost het de huisarts meer tijd om een patiënt uit te leggen dat aanvullende diagnostiek of behandeling geen toegevoegde waarde heeft. Het voorschrijven van een medicijn is soms een ‘quick fix’, daar waar het geven van leefstijladviezen op zijn plaats zou zijn maar meer uitleg en dus tijd kost. De website Thuisarts.nl   kan bijvoorbeeld een belangrijke rol vervullen bij het informeren van patiënten.

Een goed voorbeeld van een keuzehulp voor patiënten

Een mooi voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van een keuzehulp voor patiënten met maagklachten die is ontwikkeld door Thuisarts.nl en Doen of laten? Een van de beter-niet-doen aanbevelingen is het chronisch voorschrijven van maagzuurremmende medicatie. Dit gebeurt in Nederland negen  van de tien keer zonder duidelijke indicatie. De interactieve keuzehulp geeft patiënten meer informatie over de oorzaken van maagklachten en geeft adviezen wat patiënten zelf aan hun maagklachten kunnen doen. Ook is een doel van de keuzehulp om patiënten gerust te stellen door hen inzicht te geven in de werking van de maag en waar hun klachten vandaan komen. Dit kan uiteindelijk leiden tot minder zorg in de huisartsenpraktijk, meer zelfredzaamheid voor de patiënt, minder risico’s of bijwerkingen door zorg en minder zorgkosten.

Kortom

De hier opgestelde  lijst van dertig niet-doen-aanbevelingen is een eerste stap naar inzicht in niet gepaste zorg in de huisartsenpraktijk. Vervolgstappen zijn 1. Inventarisatie van de omvang van niet-gepaste zorg 2. Het verstrekken van informatie over deze lijst aan huisartsen en patiënten en 3. het ontwerpen van keuzehulpen en andere materialen die huisartsen ondersteunen met het opvolgen van de aanbevelingen.   

Lees het volledige artikel: Identifying and prioritizing do-not-do recommendations in Dutch primary care door Simone A. van Dulmen, Ngoc Hue Tran, Tjerk Wiersma, Eva W. Verkerk, Jasmine CL Messaoudi, Jako S. Burgers en Rudolf B. Kool. BMC Primary Care 23, 141 (2022). Klik hier  voor een digitale versie van het artikel.