Guus Schrijvers interviewt Otto Maarsingh, hoogleraar huisartsgeneeskunde te Amsterdam.

Besproken artikelen:

Inleiding van de redactie

Onlangs verschenen twee alarmerende artikelen over de continuïteit van de huisartsenzorg in Noorwegen en Engeland. Hieronder volgen eerst de conclusies daarvan. Daarna volgt een interview met Otto Maarsingh over de betekenis van deze twee artikelen voor Nederland.

De Noorse auteurs onderzochten in de hierboven genoemde publicatie de relaties tussen drie databestanden over de periode 5 december 2023 tot 3 april 2024. Het eerste bestand betreft een nationale steekproef naar de ervaringen van patiënten met hun huisartsen. De onderzoekers gebruikten daarvoor de gevalideerde vragenlijst uit 2017 van (Holmboe en collega’s). Daarnaast gebruikten zij uit dezelfde steekproef de antwoorden op de vraag Ziet u normaal gesproken uw eigen huisarts als u een afspraak heeft?” De antwoordopties waren: “Ja”, “Nee – een permanente vervanger”, “Nee – andere artsen” en “Niet van toepassing”. Als derde bestand gebruikten zij het populatiebestand van alle Noorse huisartspatiënten over genoemde periode. Dat registreert onder meer of het contact wel of niet met de eigen huisarts was. Zij koppelden met toestemming van ethische commissies de gegevens per patiënt uit de steekproef met dezelfde patiënten in het derde bestand. Voor de onderzoeksmethode en statistische analyses kan de lezer terecht bij het oorspronkelijke artikel. Hier volgen de conclusies:

  • Hogere continuïteit was geassocieerd met betere patiëntervaringen.
  • Associaties waren sterker voor zelfrapportage dan voor registraties van continuïteit inhet derde bestand.
  • De verbanden waren sterker bij patiënten met langdurige aandoeningen.
  • Registergebaseerde en zelfgerapporteerde continuïteit toonden matige overeenstemming.
  • De twee maten omvatten verwante maar niet-uitwisselbare aspecten.

De hierboven genoemde Engelse studie vond plaats omdat de Engelse overheid drie grote hervormingen nastreeft voor de zorg: 1. van analoge naar digitale zorg, 2. Van ziekenhuis naar wijkgezondheidscentra, en 3. van ziekte naar preventie. De Nieuwsbrief publiceerde hierover uitgebreid in mei 2026 en in juni 2026. Over deze beleidsvoornemens hebben de onderzoekers zeventig semigestructureerde kwalitatieve interviews afgenomen met een diverse mix van patiënten, verzorgers en personeel. De 41 patiënten en verzorgers (27 vrouwen, 14 mannen) die werden geïnterviewd, kwamen uit diverse gebieden van Engeland. De steekproef van patiënten en verzorgers omvatte twaalf verschillende etnische groepen en mensen met beperkingen. In totaal interviewden de onderzoekers ook 29 huisartsenpraktijken uit dertien groepspraktijken, waaronder tien huisartsen, vijf verpleegkundigen, één apotheker, één welzijnscoach, zeven praktijkmanagers en vijf bestuurders. Deze praktijken omvatten tussen de 5001 en meer dan 30.000 geregistreerde patiënten. De onderzoekers analyseerden al hun interviews met behulp van de Grounded Theory-aanpak (Charmaz, 2024). Tabel 2, 3 en 4 tonen de belangrijkste bevindingen, samen met illustratieve citaten. hieronder staan alleen de conclusies:

  • Geen van de drie verschuivingen die de overheid voorstelt heeft waarschijnlijk een betekenisvolle invloed op de publieke ontevredenheid over toegang tot de huisartsenzorg. Een fundamentele uitdaging was dat meer digitale toegang weinig deed om de fundamentele mismatch tussen de vraag naar een huisarts (bij voorkeur een huisarts die de patiënt kent) en het aantal beschikbare afspraken aan te pakken.
  • De ziekenhuis verplaatste zorg naar grote wijkgezondheidscentra brachten meerdere praktische en logistieke problemen met zich mee, variërend van ruimtegebrek en complexiteit van coördinatie tot onvermogen van patiënten om te reizen.
  • Preventieve interventies waren bij de Engelse huisartsen al vaak aanwezig. Patiënten ervaren deze soms als te veel gericht op één enkele ziekte of lichaamsdeel. Zij komen vooral op afspraken als zij symptomen ervaren en niet op periodieke afspraken. De vraag naar afspraken voor door patiënten geïnitieerde of acute zorg vinden zij waardevoller dan de beschikbaarheid van preventieve interventies. De artsen zagen veel van de bredere sociale en economische factoren die de gezondheid van hun patiënten beïnvloeden als buiten het bereik van eerstelijnszorg.
  • Sommige aspecten van de drie verschuivingen zullen waarschijnlijk ongelijkheden vergroten en andere creëren onbedoelde gevolgen, zoals een toegenomen werkdruk in de huisartsenpraktijk, nieuwe vraag en behandellas zwaardere patiënten.
  • Er is meer duidelijkheid nodig over wat de voordelen voor patiënten zijn van de drie hervormingen gelet op hun wensen over de toegang tot een eigen huisarts vermeld in een recente review (Atherton,2024).

Naar aanleiding van deze twee publicaties vond een interview plaats met Otto Maarsingh, hoogleraar huisartsgeneeskunde te Amsterdam met onder meer aandachtsgebied continuïteit van zorg.

Het is niet eenvoudig voor huisartsen in Noorwegen en Engeland om de continuïteit van de “eigen huisarts” overeind te houden. Vooral mensen met chronische aandoeningen hechten daaraan. Komt jou dit bekend voor? Verrassen deze bevindingen jou?

OM: ”Dit is inderdaad bekend en verrast mij niet. Het realiseren en borgen van persoonlijke continuïteit – het hebben van een vaste huisarts die je kent en volgt – vormt steeds meer een uitdaging voor huisartsen, zowel nationaal als internationaal. Dit schuurt met name bij degenen van wie we weten dat continuïteit meerwaarde heeft, zoals mensen met chronische aandoeningen, ouderen of mensen met psychische klachten.”

Bestaan er studies in Nederland met vergelijkbare uitkomsten?

OM: ”Ja, er komt steeds meer wetenschappelijk bewijs – zowel kwalitatief als kwantitatief – dat de mate van persoonlijke continuïteit in de huisartsenpraktijk afneemt. Twee onderzoekers uit onze onderzoeksgroep hebben recent gekeken naar het 10-jaars verloop van persoonlijke continuïteit bij 193.000 patiënten in 48 huisartsenpraktijken in de regio Amsterdam. Uit het onderzoek komt naar voren dat persoonlijke continuïteit jaarlijks significant afneemt en op een schaal van 0 tot 1 is afgenomen van 0,68 naar 0,57. Dat lijkt niet zoveel, maar inmiddels weten we dat een afname van 10% al geassocieerd is met bijvoorbeeld significant méér zorggebruik. Overigens verschilt het belang van continuïteit per klacht. Uit onderzoek van Lex Groot (Groot L en collega’s, 2023) een huisarts-onderzoeker uit onze onderzoeksgroep, komt naar voren dat huisartsen en patiënten veel waarde toekennen aan een eigen huisarts wanneer sprake is van een ernstige ziekte of een psychische klacht, terwijl zij dat veel minder belangrijk vinden bij een verstuikte enkel of een splinter in het oog.“

Is gebrek aan persoonlijke continuïteit een ernstig probleem voor de gezondheid van huisartspatiënten? Is daar onderzoek over?

OM: ”Ja, het is op basis van de beschikbare wetenschappelijke literatuur zeer waarschijnlijk dat afname van persoonlijke continuïteit op termijn zal leiden tot problemen voor de gezondheid van patiënten, zoals minder kwaliteit van leven, meer overdiagnostiek, meer SEH bezoek, meer ziekenhuisopnames en meer sterfte. Ik schreef hierover in 2024 een artikel in The Annals of Family Medicine met de titel: The Wall of Evidence for Continuity of Care: How Many More Bricks Do We Need? De robuustheid van de empirie zit ‘m niet alleen in het aantal studies en systematische reviews die zijn verschenen, maar ook in het feit dat deze effecten steeds vaker worden gereproduceerd en gerepliceerd in verschillende onderzoekspopulaties. Verder verschijnt er steeds meer onderzoek waaruit naar voren komt dat de effecten van persoonlijke continuïteit zich gedragen volgens een zogenaamde dosis-responsrelatie. Hiermee wordt bedoeld dat naarmate een patiënt ergens meer aan wordt blootgesteld, het bijbehorende effect ook toeneemt.”

Wordt het werkplezier van huisartsen beïnvloed als de continuïteit afneemt en patiënten niet meer op naam bij een huisarts staan ingeschreven? 

OM: ”Ik verwacht van wel. Er zijn diverse kwalitatieve studies waaruit naar voren komt dat persoonlijke continuïteit een belangrijke rol speelt bij het werkplezier van de huisarts. Daarnaast is continuïteit van zorg natuurlijk al langdurig een kernwaarde van het huisartsenvak. Dit werd in 2019 nog weer eens opnieuw bevestigd tijdens de herijking van kernwaarden en kerntaken van de huisartsenzorg. Uit een recente survey onder 1000 Engelse huisartsen kwam continuïteit van zorg naar voren als het meest lonende aspect van hun carrière, waarbij dit thema bijna twee keer zo vaak werd genoemd als werk-prive balans. Ook jonge dokters-in-opleiding vinden continuïteit van zorg belangrijk. In 2022 zette de LOVAH een enquête uit onder huisartsen in opleiding, waarbij 62% zichzelf over 5 jaar als praktijkhouder zag werken en 83% over 10 jaar. Wat betreft het tweede deel van je vraag: op naam inschrijven is een middel, maar geen doel op zich. Het gaat er uiteindelijk om dat een patiënt zoveel mogelijk gezien wordt door dezelfde huisarts, los van het feit of deze huisarts degene is bij wie hij/zij staat ingeschreven.”

Hoe zit het met continuïteit van zorg bij de POH?

OM: ”Hoewel er op dit moment veel meer onderzoek is gedaan naar de effecten van continuïteit door de huisarts dan van andere praktijkmedewerkers, is het op basis van alle wetenschappelijke literatuur zeer waarschijnlijk dat alle benoemde mechanismen en bijbehorende effecten ook gelden voor de zorg bij de POH.”

Bestaan er overheidsprogramma’s, initiatieven van zorgverzekeraars of NHG-plannen om continuïteit van de eigen huisarts te borgen?

OM: ”We zijn op de goede weg. Zo noemt de Visie Huisartsenzorg 2035 – een initiatief van de LHV, InEen en de NHG – het borgen van persoonlijke continuïteit als hoofddoel. En eerder brak de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving al een lans voor continuïteit in haar rapport De basis op orde. Tegelijkertijd zie je dat er, ondanks alle goede bedoelingen, nog regelmatig spraakverwarring is over wat we nu precies bedoelen met continuïteit van zorg. Huisartsen bedoelen met continuïteit van zorg vaak een vaste zorgverlener die je kent en volgt, terwijl zorgverzekeraars vaak toegankelijkheid bedoelen – dus zorg an sich, los van wie die zorg levert. Dit is natuurlijk een wezenlijk verschil, ook vanuit het perspectief van de te verwachten gunstige effecten. Eén van onze onderzoekers, Annemoon Jonker, doet hier onderzoek naar en heeft sinds de Woudschoten conferentie in 1959 zes zogenaamde discourses over continuïteit van zorg geïdentificeerd.”

Zie jij uiteindelijk wel of geen mogelijkheden om de vermindering van de continuïteit van de “eigen huisarts” tegen te gaan?

OM: ”Die zijn er zeker. Laaghangend fruit is bijvoorbeeld de vervolmaking van het duo-schap, waarbij je bijvoorbeeld met je vaste collega vakantie en nascholing optimaal afstemt – en dit ook duidelijk op de praktijkwebsite zet, het duo-schap duidelijk naar je patiënten communiceert en je simpelweg ook gewoon investeert in de relatie met je vaste collega. Daarnaast biedt onze TOOL-kit een mooie handreiking wat betreft strategieën die je als huisarts kunt toepassen om continuïteit van zorg te verbeteren. Een vertaling van dit onderzoek is te vinden in Huisarts & Wetenschap (L.Groot en collega’s, 2025). Als onderzoeksgroep zijn we momenteel bezig met de ontwikkeling van een dashboard voor huisartsen die real-time een visualisatie geeft van de ‘continuïteit status’ van de patiënt, zodat je hier – indien nodig – gelijk op kunt sturen.”

Bedankt voor het interview

OM: “Graag gedaan”.

Over de geïnterviewde

Otto Maarsingh is huisarts, epidemioloog en hoogleraar huisartsgeneeskunde aan het Amsterdam UMC. Zijn onderzoeksprogramma betreft continuïteit van zorg en diagnostiek en behandeling van duizeligheid. Hij beschouwt het als zijn missie om theorie te vertalen naar de dagelijkse (huisartsen)praktijk. Hij is bereikbaar via o.maarsingh@amsterdamumc.nl  

Zoektermen voor het internet:

Otto Maarsingh, Guus Schrijvers, Eerste Lijn, Persoonlijke continuïteit huisartsenzorg, Otto Maarsingh interview continuïteit zorg, vaste huisarts effecten zorggebruik, continuïteit van zorg Noorwegen Engeland, Visie Huisartsenzorg 2035 LHV NHG, duo-schap huisartsenpraktijk borgen, continuïteit POH chronische aandoeningen, digitalisering eerstelijnszorg toegankelijkheid, werkplezier huisartsen behouden, continuïteit dashboard TOOL-kit huisartsen