Print Friendly, PDF & Email

Door Henk Schers, hoogleraar regionale netwerkvorming vanuit de huisartsgeneeskunde (Radboudumc).  

Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) heeft onlangs een rapport verspreid met mogelijke bouwstenen voor de toekomstige organisatie van de huisartsenzorg. Dat lijkt misschien wat vreemd. Het NHG is traditioneel immers van de inhoud, en wanneer het over de organisatie gaat, dan zijn de Landelijke Huisartsenvereniging en InEen aan zet. Toch? Nee, het blijkt niet zo zwart-wit en voor dit rapport was er wel degelijk een aanleiding.  

NHG-werkgroep over visie en organisatie van de eerstelijn 

Meer dan een jaar geleden startten de gesprekken met diverse eerstelijnszorgpartijen over de uitwerking van het Integraal Zorg Akkoord. En daar hoorde natuurlijk ook een nieuwe visie op de zorg bij. De LHV zat nog niet aan de tafel, maar het NHG had besloten om dit wel te doen. Het bleek al snel dat de gesprekken aan tafel behalve over inhoud vooral over de organisatie van de eerstelijn ging. Om hier wat meer grip op te krijgen installeerde het NHG een werkgroep, en gaf deze de opdracht mee om een verkenning te doen naar mogelijke organisatieveranderingen in de eerstelijn, vooral binnen de huisartsenzorg, en deze waar mogelijk te onderbouwen met bewijs uit wetenschappelijk onderzoek. 

Hoe is het nu? 

De werkgroep had er een hele kluif aan. Over de meeste organisatiemodellen bleek nauwelijks relevante literatuur voorhanden, en áls er al onderzoek was gedaan, dan bleek dat vaak uitgevoerd in een heel andere zorgcontext dan de Nederlandse. Dat maakt dat het rapport uiteindelijk ook sterk leunt op de uitkomst van de discussies in de werkgroep. Het rapport bevat ook een inleiding voor de leek. Hierin staat beschreven hoe de huisartsenzorg er op dit moment uitziet en waarom dat van waarde is. Ook valt te lezen dat er veel wetenschappelijk bewijs is dat poortwachterschap en continuïteit van huisartsenzorg er toe doen, en misschien zelfs wel de kern zijn van de waarde en doelmatigheid van onze eerstelijnszorg. Een conclusie die de Raad Volksgezondheid Samenleving ook al eerder trok in het rapport van 2023 “de basis op orde, uitgangspunten voor toekomstgerichte eerstelijnszorg”.  

Problemen en oplossingen op de weegschaal 

Vervolgens kijkt het rapport aan de hand van bedreigingen en problemen naar mogelijke oplossingsrichtingen. Die worden steeds tegen een beoordelingskader aangehouden: 1. Lost een oplossingsrichting daadwerkelijk een probleem op? 2. Hoe valt een oplossingsrichting te beoordelen vanuit het perspectief van de burger, de maatschappij, en de huisarts zelf. Daarbij is dus ook steeds gezocht naar wetenschappelijke onderbouwing en de kernwaardes van de huisarts. 

Zes kansrijke oplossingsrichtingen 

Het rapport komt na weging van allerlei opties tot een zestal kansrijke oplossingsrichtingen. Het gebruikmaken van digitale triage is er daar één van (1). In potentie kan digitale triage de druk op de voordeur van de huisartsenpraktijk verlagen. Het geeft de patiënt meer regie en het kan de patiënt helpen om de weg te vinden naar de juiste zorg. Tegelijkertijd blijkt er nog nauwelijks bewijs dat het ook echt werkt. Er wordt nauwelijks onderzoek naar gedaan. Een andere oplossing zoekt de werkgroep in (2) de mogelijkheid om de apotheker meer dan nu de regie te laten hebben over de medicatiebewaking; de apotheker zou meer verantwoordelijkheden kunnen krijgen dan nu het geval is; het gaat niet ten koste van de continuïteit van zorg en de kernwaarden van de huisartsenzorg én bevordert de samenwerking. (3) De werkgroep adviseert om verantwoordelijkheid op regionaal niveau te nemen voor de continuïteit van huisartsenzorg en dit niet over te laten aan de huisartspraktijken zelf. De Regionale Huisartsen Organisaties zouden dat naar zich toe kunnen trekken. Daarmee kunnen startende huisartsen ondersteund worden en blijft de huisartsenzorg voor iedere Nederlander intact. (4) Nog een andere oplossingsrichting zoekt de werkgroep in het organiseren van de chronische zorg – voor niet complexe patiënten- buiten de huisartsenpraktijk, bijvoorbeeld in grotere regionale centra en zorg en monitoring op afstand. Dat beïnvloedt weliswaar de continuïteit van zorg voor deze groep, maar de betekenis daarvan voor de niet-complexe patiënten lijkt beperkt. (5) Ook pleit het rapport voor een intensievere samenwerking tussen thuiszorg, maatschappelijk werk, apotheek, en huisartsenpraktijk; en voor onderzoek hoe modellen hiervoor kunnen leiden tot échte gezamenlijke verantwoordelijkheid op wijkniveau. (6) Tenslotte wordt geadviseerd de mogelijkheden van Thuisarts.nl nog veel meer te benutten en daarmee de eigen regie van de patiënt te versterken en het beroep op de huisarts te verminderen.  

Pas op voor substitutie, versnippering en verlies van de medisch generalistische beoordeling 

De werkgroep ziet weinig heil in veranderingen die delen van de huidige huisartsenzorg naar andere professionals of andere locaties toe willen leiden. Dat geldt bijvoorbeeld voor de eerste beoordeling van klachten van het bewegingsapparaat door de fysiotherapeut, voor beoordeling van psychische klachten door de psycholoog, maar ook voor het organiseren van acute zorg tijdens kantooruren buiten de huisartsenpraktijk. Versnippering van deze zorg over meerdere professionals is ongewenst tenzij die in een duidelijk samenwerkingsverband georganiseerd worden. Dat heeft vooral te maken met het belang dat de werkgroep hecht aan een eerste medisch-generalistische beoordeling van gezondheidsklachten door de huisartsenzorg, waar context en voorgeschiedenis van klachten en problemen al bekend zijn. Bovendien kan de huisarts het complete palet van behandelopties met de patiënt bespreken, inclusief de vaak effectieve opties nietsdoen en afwachten. 

Behoedzaam verder 

De grote winst van het rapport is dat hiermee een transparant wegingskader wordt aangereikt voor de partijen die moeten nadenken over organisatieveranderingen in de eerstelijn. Het kan behulpzaam zijn bij het creatief denken in bouwblokken en het operationaliseren van de Visie Eerstelijnszorg 2030. Daar zijn natuurlijk meer partijen bij betrokken dan de huisartsen alleen. En dat kan meteen ook de kritiek zijn op dit rapport. Het richt zich bijna geheel op de huisartsenzorg en is in die zin misschien wat behoudend te noemen. De werkgroep heeft daar uitgebreid bij stilgestaan en heeft op dit punt vooral de wetenschappelijke onderbouwing laten meewegen. Het Nederlandse zorgsysteem staat mondiaal hoog aangeschreven. Continuïteit van zorg met inschrijving op naam bij één huisartsenpraktijk, de huisarts als entree voor gezondheidsklachten en de huisarts als poortwachter naar de dure tweede lijn zijn elementen van het zorgsysteem waarvan de waarde in heel veel onderzoek is aangetoond. Het loslaten van deze principes gaat dus gepaard met het risico op kwalitatief mindere, duurdere, en versnipperde zorg. Dergelijke beslissingen moeten niet lichtzinnig worden genomen. De werkgroep adviseert om vooral experimenten te doen en deze goed te evalueren voordat het hele zorgsysteem op zijn kop wordt gezet. En dat lijkt mij als voorzitter van de werkgroep een wijs advies. 

Zoektermen op internet:

Henk Schers, huisartsenzorg, NHG, eerstelijn, werkgroep, visie, rapport

Schrijf u in voor de nieuwsbrief


En ontvang elke 2 weken de nieuwsbrief met de meest recente artikelen in je mailbox!

Klik hier om in te schrijven

Dit zal sluiten in 10 seconden