Print Friendly, PDF & Email

Door Carin A. Uyl-de Groot, Pieter Bakx en Renaud Heine, onderzoekers bij de School of Health Policy & Management, Erasmus University Rotterdam.

Samengevat artikel: Landon BE et al, Differences in Treatment Patterns and Outcomes of Acute Myocardial Infarction for Low- and High-Income Patients in 6 Countries, Journal of the American Medical Association, 2023. pp 1088-1097. De drie auteurs van deze Nederlandse samenvatting zijn co-auteurs van het Engelse artikel.  

Achtergrond van de studie  

Er bestaat veel interesse in internationale vergelijkingen van gezondheidssystemen om beter inzicht te krijgen in de afwegingen tussen verschillende landen. Deze vergelijkingen kunnen mogelijkheden tot verbetering aan het licht brengen die binnen individuele analyses van landen moeilijk te vinden zijn. Opvallend is dat studies die gebruik maken van geaggregeerde gegevens van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) of de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) lieten zien dat de Verenigde Staten (VS) zowel hogere uitgaven als slechtere uitkomsten hadden, vergeleken met andere ontwikkelde landen.  

Zes landen vergelijken hun gezondheidsverschillen 

De International Health Systems Research Collaborative (IHSRC) is opgericht door onderzoekers van Harvard University en heeft als doel vergelijkingen tussen landen met een hoog inkomen (VS, Canada, Engeland, Nederland, Israël en Taiwan) te vergemakkelijken door patiënten met identieke diagnoses te identificeren en zo zorgprocessen, resultaten en efficiëntiemaatregelen tussen landen te vergelijken. De zes landen zijn gekozen vanwege hun sterk ontwikkelde gezondheidssystemen en toegankelijke administratieve gegevens, maar ze verschillen aanzienlijk qua financiering, organisatie en algemene prestaties in wereldwijde ranglijsten. 

De verschillen in de organisatie en financiering van gezondheidssystemen kunnen leiden tot betere of slechtere uitkomsten voor bevolkingsgroepen met hoog en laag inkomen. Het hier samengevatte onderzoek toont de eerste resultaten van de IHSRC hierover. Het doel van deze studie is te kijken naar behandelingen en resultaten van oudere patiënten met een hoog en laag inkomen in zes landen. In deze samenvatting ligt de focus op de Nederlandse resultaten.  

Onderzoeksmethode 

We hebben gebruik gemaakt van data over ziekenhuisopnamen van alle volwassenen van 66 jaar en ouder die van 2013 tot 2018 in de VS, Canada, Engeland, Nederland, Taiwan en Israël zijn opgenomen in het ziekenhuis met een acuut myocardinfarct (AMI). In de analyse is onderscheid gemaakt tussen patiënten met een ST-segment elevatiemyocardinfarct (STEMI) en patiënten met een non-STEMI (NSTEMI). Voor de niet medisch geschoolde lezer: Stemi en non-stemi betreffen beide een acuut hartinfarct. Bij een Stemi is het infarct zichtbaar op een Electro Cardioram (ECG). Bij een non-Stemi is dat niet het geval. De belangrijkste primaire uitkomstmaten waren: sterfte na 30 dagen en sterfte na 1 jaar. De secundaire uitkomsten omvatten kansen op coronaire katheterisatie zoals een dotterinterventie en re-vascularisatie zoals een bypassoperatie, gemiddelde duur van de ziekenhuisopname en de kansen op heropname. Voor een precieze verantwoording over de gebruikte onderzoeksmethoden en opzet van de studie verwijzen wij naar het oorspronkelijke JAMA-artikel.  

Hoog inkomen: internationaal betere overleving na een acuut hartinfarct 

De studie onderzocht 289.376 patiënten die waren opgenomen in het ziekenhuis met een STEMI en 843.046 opgenomen met een NSTEMI: tezamen meer dan één miljoen personen. Gecorrigeerde sterftecijfers na 30 dagen lagen over het algemeen 1 tot 3 procentpunten lager bij patiënten met een hoog inkomen. De verschillen in sterfte na één jaar waren zelfs groter dan die na 30 dagen. In alle landen waren de percentages van hartkatheterisatie en percutane coronaire interventie (Dotter interventie) hoger bij de bevolking met een hoog inkomen in vergelijking met die met een laag inkomen, met absolute verschillen variërend van 1 tot 6 procentpunten. De percentages van coronaire bypassoperatie voor patiënten met STEMI in de lage- versus hoog inkomensgroep waren vergelijkbaar. De heropnamepercentages na 30 dagen waren over het algemeen ook 1 tot 3 procentpunten lager en de ziekenhuisopnameduur was over het algemeen 0,2 tot 0,5 dagen korter voor patiënten met een hoog inkomen. 

Resultaten voor Nederland: hetzelfde beeld als internationaal 

In de tabel hieronder staan de belangrijkste Nederlandse resultaten weergegeven. We hebben de gegevens geanalyseerd van 30.699 patiënten die zijn opgenomen in het ziekenhuis met een AMI ofwel acuut hartinfarct. Hiervan waren 10.675 patiënten met STEMI en 20.024 patiënten met non-STEMI. In de groep met het laagste inkomen waren er meer vrouwen (50,5% versus 29,6%) en was er meer co-morbiditeit zoals hypertensie en diabetes, vergeleken met de groep met het hoogste inkomen. Het aantal opnames per 1.000 STEMI en non-STEMI-patiënten bedroegen 1,64 en 3,48 in de laagste inkomensgroep en 1,54 en 2,64 in de hoogste inkomensgroep. De voor leeftijd en sekse gestandaardiseerde sterfte na 30 dagen na opname onder patiënten met het hoogste inkomen die werden opgenomen met STEMI was 10,2% versus 13,1% voor degenen met het laagste inkomen. De verschillen in voor leeftijd en sekse gestandaardiseerde sterfte na één jaar voor STEMI bedroegen 14,3% voor de hoogste inkomensgroep versus 17,8% voor de laagste inkomensgroep. De uitkomsten bij NSTEMI geeft eenzelfde beeld (zie tabel). 

Tabel: Resultaten voor Nederland 

Bron: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37014339/ 

Het percentage STEMI-patiënten dat een katheterisatie kreeg, bedroeg 57,7% in de hoog inkomen groep en 53,7% in de laag inkomen groep. In de hoog inkomensgroep kregen naar verhouding meer patiënten een percutane coronaire interventie. De percentages van coronaire bypassoperatie voor patiënten met STEMI in de lage- versus hoog inkomensgroep waren vergelijkbaar (hoog inkomen 2,7% versus laag inkomen 2,6%), maar bij NSTEMI waren deze 0,8 procentpunten hoger bij patiënten met een hoog inkomen (3,2% versus 2,4%). De ziekenhuisopnameduur was 0,3 – 0,5 dagen korter voor patiënten met een hoog inkomen. De kansen op heropname verschilden 0,9% tot 1,8% ten gunste van de hoog inkomensgroep. 

Kortom 

Patiënten met een hoog inkomen hadden betere overlevingskansen en kregen vaker levensreddende operaties. Daarnaast hadden ze kortere ziekenhuisopnames en minder heropnames. Onze resultaten tonen aan dat er ook in Nederland inkomens-gerelateerde ongelijkheden waren. De oorzaak voor de hogere sterftecijfers bij patiënten met een lager inkomen komt niet alleen door kleinere kansen op levensreddende operaties, maar ook door andere factoren. Roken komt bijvoorbeeld vaker voor bij mensen met een lager inkomen. In een aantal landen zullen ook door geografische verschillen de toegang tot geavanceerde cardiovasculaire zorg kunnen beïnvloeden, ten nadele van de lagere inkomensgroepen. Hoewel er voor een aantal co-morbiditeiten is gecontroleerd, kunnen ongemeten gezondheidsproblemen ook een rol spelen. Onze bevindingen wijzen erop dat armoede en achterstelling ongeacht de oorzaak wereldwijd problemen zijn die alle landen treffen, los van historie, cultuur, gezondheidszorgsystemen en sociale vangnetten. 

Over de auteurs  

Carin Uyl-de Groot (1966) is hoogleraar Health Technology Assessment aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze is tevens directeur van het Institute for Medical Technology Assessment (iMTA b.v.). Carin studeerde gezondheidswetenschappen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en promoveerde daar op economische evaluaties van kankerbehandelingen. Ze is onder andere lid van de Gezondheidsraad en van de Commissie Beoordeling Oncologische Middelen (CieBOM). Als hoofdonderzoeker leidt ze het Europese Horizon-project ASCERTAIN en fungeert ze als site lead van het IHSRC-consortium. Haar artikelen in Nature Reviews over een nieuw prijsmodel voor (kanker)geneesmiddelen en in Cancers over ongelijke toegang tot nieuwe kankermedicijnen in Europa hebben veel aandacht gekregen. Voor meer informatie, zie: https://www.eur.nl/people/carin-uyl-de-groot of haar LinkedIn-profiel. Carin is bereikbaar via: uyl@eshpm.eur.nl.Top of Form 

Renaud Heine (1992) is promovendus bij de School of Health Policy & Management, Erasmus University Rotterdam. Hij studeerde Health Economics, Policy & Law en Health Care Management aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Renaud is te bereiken via: heine@eshpm.eur.nl 

Pieter Bakx is universitair hoofddocent gezondheidseconomie aan de Erasmus School of Health Policy & Management, Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij doet onderzoek naar de financiering en organisatie van gezondheidszorg, in het bijzonder van ouderen. Website: https://www.eur.nl/people/pieter-bakx. 

Zoektermen op internet: 

Carin Uyl- de Groot, Renaud Heine, Pieter Bakx, hartinfarct, gezondheidssystemen, inkomensgerelateerd, co-morbiditeit, preventie, patiëntaspecten

Schrijf u in voor de nieuwsbrief


En ontvang elke 2 weken de nieuwsbrief met de meest recente artikelen in je mailbox!

Klik hier om in te schrijven

Dit zal sluiten in 10 seconden