Print Friendly, PDF & Email

Door Guus Bannenberg.  

De roep om burgers meer te betrekken bij de toekomst van wonen, zorg en welzijn wordt steeds luider. Onder andere in het manifest “Gezond ouder worden doe je samen in de buurt”, opgesteld door Marcel Canoy en onlangs ondertekend door meer dan 60 prominenten. Vrijwel tegelijkertijd overhandigden een delegatie van tal van ouderenzorginstellingen en ondertekenaars een petitie van dezelfde strekking aan leden van de Tweede Kamer.  

Het zorginfarct: ook in de ouderenzorg 

De crisis in de zorg is al geruime tijd aan de gang maar wordt steeds zichtbaarder. De wachtlijsten in de verpleeghuiszorg en de thuiszorg nemen toe en de mantelzorg staat onder druk. Nieuwsuur besteedde onlangs een uitzending aan de overbelasting van de eerste hulp in ziekenhuizen door kwetsbare senioren die het thuis niet meer redden. En het hoogtepunt van de zorgcrisis zal nog komen als binnen enkele jaren vele zorgmedewerkers en vooral huisartsen met pensioen gaan. 

De zorgcrisis leidt tot paniekreacties in de politiek, waarbij nu voorgesteld wordt om de bejaardenoorden weer terug te laten keren. Een volstrekt onrealistisch perspectief gelet op de personeelstekorten, het gebrek aan bouwlocaties, financiële middelen en de lange voorbereidingstijd tot realisatie. Nieuwe bejaardenoorden gaan ons niet redden. Daar moeten we ook niet rouwig om te zijn, want het is zeer de vraag is of de senioren van de toekomst die eigenlijk wel willen. 

Zorgzaamheid dichtbij: de grijze motor en de VWS-motor 

Een veel realistischer perspectief zijn hofjes en zorgzame buurten. Natuurlijk, er komen steeds meer zorgbehoeftige senioren en de mantelzorg staat nu al onder druk. Maar de huidige babyboomgeneratie brengt ook een grijze motor op gang van proactieve senioren die vol in het leven staan en van betekenis willen zijn voor de samenleving en voor elkaar. Een mooi voorbeeld is de grote belangstelling bij die generatie voor het wonen in hofjes en andere nieuwe vormen van collectief wonen. Het is vooral zaak de kracht van de grijze motor te zien en te benutten op lokaal niveau. 

Dat brengt me bij de echte uitdaging voor wonen, zorg en welzijn in de toekomst: hoe benut je de kracht van proactieve burgers? Voor mij als initiatiefnemer van verschillende burgerinitiatieven voor hofjes en zorgzame buurten is duidelijk dat die kracht op lokaal niveau niet altijd gezien en gewaardeerd wordt. Het begint er al mee dat burgers niet aan tafel zitten bij het opstellen van plannen en het verdelen van de middelen voor het uitrollen van de VWS-akkoorden: het IZA, het GALA en het WOZO. Overigens: ook welzijnsorganisaties en woningcorporaties over het algemeen niet! De oplossingen voor de zorgcrisis worden nog veel te veel gezocht in het afschalen en concentreren van zorg en (terechte?) verwachtingen van zorgtechnologie. Ik verwijs hier ook naar het recente boek van Steven de Waal. 

Successen en een RVS-advies 

Het kan echt anders als op lokaal niveau serieus en met visie geïnvesteerd wordt in hofjes en zorgzame buurten. In het land zijn vele succesvolle voorbeelden van burgerinitiatieven die hier in samenwerking met lokale partijen aan werken, denk bijvoorbeeld aan de successen van de wijk Ruwaard in Oss, het dorp Austerlitz of Apeldoorn-Zuid. De Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving pleitte in haar advies Met de stroom mee uit 2023 voor lokale samenwerking, een gedeelde zorgplicht voor zorgverzekeraars en gemeenten en het opheffen van belemmeringen voor samenwerking in de thuiszorg en eerstelijnszorg. 

Oegstgeest is onderweg 

In Oegstgeest werken we sinds ruim 2 jaar met alle maatschappelijke organisaties en de gemeente samen, in een pact op het gebied van wonen, zorg en welzijn. De ambitie voor hofjes staat opgenomen in het coalitieakkoord van de gemeente en het blijkt heel goed mogelijk om in Oegstgeest binnen enkele jaren 5 hofjes te realiseren. Dit door een creatieve samenwerking met de woningcorporatie en projectontwikkelaars. De volgende stap is een pilot voor een zorgzame buurt in een van de wijken van Oegstgeest. Daarin werkt het burgerinitiatief samen met de thuiszorg en de welzijnsorganisatie aan voorzorgcirkels, ontmoetingsplekken en afstemming tussen formele en informele zorg. 

De hofjes en de zorgzame buurten zijn er overigens voor iedereen: ook voor senioren met een laag inkomen. Sterker nog: de hofjes in Oegstgeest (niet bepaald een goedkope gemeente) worden gebouwd met de in de kern sociale huurwoningen, inclusief een ontmoetingsplek en tuin. Onze burgerinitiatieven zijn een volledige afspiegeling van de wijken waarin ze worden gerealiseerd. Binnen de burgerinitiatieven spelen afkomst en inkomen totaal geen rol. De financiering van het een en ander ligt bij investeerders, woningcorporaties en voor een deel ook bij particulieren. En mocht er toch zorgbehoefte ontstaan die buiten het bereik van de buurtbewoners valt dan wordt vooralsnog vanzelfsprekend teruggevallen op de bestaande zorgwetten. Onder meer worden afspraken gemaakt over het Volledig Pakket Thuis (VPT). 

Nederland kan volgen 

Is dit niet een enorme opgave in Nederland? Misschien wel. Het begint met de erkenning om burgers op lokaal niveau actief te betrekken. Vervolgens om als gemeenten en zorgverzekeraars samen met maatschappelijke organisaties en burgers de verantwoordelijkheid te nemen voor wonen, zorg en welzijn. De adviezen van de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving hierin, en ook zorgzame buurten en hofjes, vormen een prima basis voor een toekomstig regeerakkoord. Een veel beter perspectief dan de tijd terug te willen draaien door bejaardenoorden te willen realiseren. 

Over de auteur 

Guus Bannenberg is voorzitter burgerinitiatieven Langer Zelfstandig Leven Oegstgeest en Oegstgeester Hofjes en bereikbaar op voorzitter@oegstgeesterhofjes.nl  

Zoektermen op internet:

Guus Bannenberg, langdurige zorg, patiëntaspecten, hofjes, ouderenzorg, zorginfarct, Oegstgeest

Schrijf u in voor de nieuwsbrief


En ontvang elke 2 weken de nieuwsbrief met de meest recente artikelen in je mailbox!

Klik hier om in te schrijven

Dit zal sluiten in 10 seconden