Print Friendly, PDF & Email

Besproken rapport: Jaarlijkse RIVM e-health monitor, gepubliceerd 11 april 2024 

Door Jan Christiaan Huijsman, strategisch adviseur digitale zorg bij Achmea Zilveren Kruis.

Geen substantiële voortgang met digitale zorg 

Er staat weinig nieuws in het Rivm rapport E-health-monitor 2023. Na de opsomming van de bekende dreigingen – vergrijzing, personeelstekorten en de hoge kosten – lezen we in de publiekssamenvatting zinnen als: 

  • Zorgverleners zijn in 2023 niet veel meer digitale zorg gaan gebruiken dat het jaar ervoor; 
  • Vergeleken met 2021 zijn iets meer patiënten digitale middelen gaan gebruiken; 
  • Voor de toekomst is het nodig digitale zorg meer een onderdeel te maken van de zorg als geheel. Verder is het belangrijk dat patiënten makkelijk digitale zorg kunnen gebruiken. 

Het echte nieuws is dat we ondanks die dreigingen, toegankelijkheidsproblemen, de verder oplopende zorgpremies, vergrotende gezondheidsverschillen, geen substantiële significante voortgang maken met digitale zorg ten opzichte van de gestelde doelen in het IZA. 

Vier panels bevraagd over hun gebruik van digitale zorg 

Voor het onderzoek zijn vier panels middels een steekproefonderzoek bevraagd: zorggebruikers, mensen met een chronische aandoening, verpleegkundigen & verzorgenden en artsen. De data in deze E-healthmonitor betreft het aanbod en gebruik van digitale toepassingen in de tweede helft van 2022, en de eerste helft van 2023. 

De monitor geeft antwoord op twee onderzoeksvragen:  

1. Wat is het huidige digitale zorggebruik en welke ontwikkelingen zien we over de tijd? Qua digitale zorg toepassingen worden behandeld, digitale zelfhulp, – communicatie, – toepassingen voor zorgondersteuning, telemonitoring, patiëntenportaal, PGO, en verwachtingen in de toekomst.  

2. Wat is de rol van digitale zorg ten aanzien van een aantal relevante maatschappelijke uitdagingen in de zorg? Daartoe heeft Rivm zeven maatschappelijke uitdagingen gedefinieerd: Attitude, Arbeidsmarktuitdagingen, Kwaliteit van zorg, Regie van de patiënt, Preventie van meer zorg, Toegankelijkheid, Organiseerbaarheid van zorg (met als belangrijke indicatoren: betaalbaarheid en bekostiging van digitale toepassingen)  

Niet in monitor opgenomen: ontwikkelingen in AI en in digitale triage 

Opmerkelijk in het rapport is de afwezigheid van AI als digitale zorg toepassing evenals digitale triage. Daardoor zijn dit soort teksten te lezen: “Ook medisch specialisten kunnen gebruikmaken van arbeidsbesparende toepassingen, al zijn dit vaker toepassingen die onderdeel zijn van de (aangeboden) zorg. Er kan bijvoorbeeld (steeds meer) gebruik worden gemaakt van online informatiemateriaal, zoals instructievideo’s voorpatiënten. Naast een afname van simpele/repetitieve taken of consulten kan dit ook de kwaliteit van zorg verhogen, aangezien het materiaal beter afgestemd kan worden op de patiënt.” Elders stelt het rapport: “Bij de huisartsen zijn er minder arbeidsbesparende toepassingen beschikbaar.” Het ontbreken van AI en digitale triage is een serieuze omissie van de monitor en haar onderzoeksopzet. Ze mist door de bevraging van vier panels met zorgverleners en -gebruikers een aantal wezenlijke en relevante digitale ontwikkelingen die zich wel voordoen maar hier afwezig zijn. 

E-health monitor is lastig te lezen 

Het rapport is lastig leesbaar omdat de hoofdstructuur de reeks digitale toepassingen en de zeven maatschappelijke uitdagingen omvat en daar doorheen huisartsen, verpleegkundigen en medisch specialisten wisselend aan bod komen. Vaak is niet duidelijk welk type verpleegkundige het betreft (intramuraal, extramuraal/wijk, MSZ of HA-praktijk bijvoorbeeld). Toepassingen komen soms wel en dan weer niet aan bod. Sommige aspecten, zoals digitale gegevensuitwisselingen, blijken in vorige jaren niet uitgevraagd te zijn en verschijnen incidenteel. Bij de maatschappelijke uitdaging arbeidsmarkt wordt de relatie tussen digitale toepassingen, werkdruk en werkplezier geduid. Resultaten zijn hierbij heel wisselend tussen type zorgverleners. Dit roept de vraag op of werkprocessen wel optimaal zijn ingericht. Daar wordt niet op ingegaan. 

Innovatietheorie van Rogers is van toepassing 

Opvallend is dat door het hele rapport heen de meningen van zowel de zorgverleners (huisartsen, medisch specialisten, verpleegkundigen) als zorgverbruikers heel vaak gelijk verdeeld zijn over een drie- of vijfpuntsschaal (negatief-neutraal-positief). Het maakt het lezen van de monitor eerlijk gezegd weinig inspirerend. Als ik deze uitkomsten echter naast de bekende Diffusie van innovatietheorie van Rogers leg, wordt het wel interessant. De Innovatietheorie – ook wel het adoptiemodel genoemd – stelt dat de acceptatie en verspreiding van nieuwe producten of ideeën altijd op een gelijke wijze verloopt. Dit is de bekende levenscyclus van de innovatie, via de hele kleine groep innovators gevolgd door de early adopters, early majority, late majority en de laggards. Deze verdeling is niet alleen tijdsbepaald maar ook functioneel. Er zullen altijd laggards blijven bijvoorbeeld. Mijn hypothese is dat de gelijke responseverdeling die we door het hele Rivm-rapport zien relateert aan de verspreiding van een innovatie in vijf stadia conform de Innovatietheorie van Rogers. Oftewel, de respondenten die veel werkplezier ervaren aan digitale zorg of ‘erg enthousiast’ zijn hebben het profiel van een innovator of early adaptor. 

De adoptie van digitale zorg loopt fors achter op de IZA-doelstellingen 

Als we deze gedachtelijn volgen roept dat de vraag op welke innovatie- en transformatie-strategie gehanteerd wordt, in het bijzonder in het IZA- akkoord, en of we ons hier überhaupt bewust van zijn. De belangen zijn zeer groot evenals de toegekende middelen (2.8 miljard euro). Het IZA akkoord stelt in paragraaf I (Digitalisering en gegevensuitwisseling) dat 70% van de daartoe geschikte zorg gehybridiseerd moet zijn in 2026 met minimaal 50% inclusie van patiënten. Dat geldt voor alle segmenten. In de praktijk zien we niet alleen dat de voortgang van deze doelstelling fors achterloopt maar ook dat er grote verschillen zijn in attitude, aanpak, adoptie en impact. Er zijn huisartspraktijken en initiatiefnemers die – bij wijze van spreken – lichtjaren vooroplopen ten opzichte van een grote groep ‘laggards. Er zijn ziekenhuizen die vijfmaal zoveel patiënten telemonitoren dan andere ziekenhuizen met een – ogenschijnlijk – zelfde profiel. Er zijn VVT-instellingen die digitale zorg toepassingen op grote schaal inzetten terwijl een directeur van een andere VVT-instelling de inzet van digitale zorg al jaren uitstelt en mij eerder toevertrouwde dat haar mensen bang zijn voor verlies van werk en omzetverlies.  

Bieden de IZA-doelen wel meerwaarde voor de beoogde doelgroepen 

In haar slotbeschouwing lijkt het Rivm bovenstaande ook te beseffen. Want ze formuleert: “In deze meting van 2023 geeft ongeveer de helft van de zorgverleners aan dat maximaal 20 procent van de zorg mogelijk te vervangen is door digitale zorg. Slechts 1 op de 10 zorgverleners is van mening dat meer dan 60 procent van de zorgpaden waarmee ze werken, hybride aan te bieden is. Daarom is het van belang te bekijken hoe, en in welke mate, het in het IZA gestelde doel behaald kan worden en in hoeverre dit meerwaarde biedt aan de beoogde doelgroepen. Dat laatste is nu niet meegenomen in dit onderzoek, omdat deze vragen alleen zijn gesteld aan zorgverleners. Bovendien moet er nog een eenduidige definitie komen van wanneer een zorgpad daadwerkelijk hybride te noemen is.” 

Kortom: Hoogste tijd voor een midterm evaluatie van het IZA  

Is het effectief en verantwoord om zoveel energie en middelen over de volle breedte in te zetten op zo’n cruciale kwestie, de toegankelijkheid en betaalbaarheid van onze zorg door zorgtransformatie? Of moeten we een andere strategie volgen? De monitor lijkt een antwoord te geven en Rogers (van de innovatietheorie) kan ons toewerpen dat we weinig evidence- based met innovatie en transformatie bezig zijn. Hoogste tijd voor een echte midterm evaluatie van het IZA en de voortgangsresultaten versus de doelstellingen. 

Zoektermen op internet:

Jan Christiaan Huijsman, digitalisering, e- health, monitor, RIVM, IZA, digitale triage

Schrijf u in voor de nieuwsbrief


En ontvang elke 2 weken de nieuwsbrief met de meest recente artikelen in je mailbox!

Klik hier om in te schrijven

Dit zal sluiten in 10 seconden