Print Friendly, PDF & Email

Door Leonie van Vuuren, Saskia Mérelle en Manon Merkus, allen werkzaam bij 113 Zelfmoordpreventie.  

Elke dag overlijden er gemiddeld vijf mensen door zelfdoding in Nederland. En elke zelfdoding raakt 135 mensen in diens omgeving. Bij mannen komt zelfdoding al decennialang ongeveer twee keer zo vaak voor als bij vrouwen. Mannen gebruiken meer gevaarlijke methoden om een einde aan hun leven te maken. Bij jongeren tot 30 jaar is zelfdoding doodsoorzaak nummer 1. Bij tieners gaat het om 1 op de 5 sterfgevallen, bij jongvolwassenen tussen de 20 en 30 jaar gaat het zelfs om 1 op de 3 sterfgevallen. Tegelijkertijd lijkt er nog altijd een taboe te liggen op het praten over zelfdoding. Terwijl het gesprek hierover juist een belangrijke stap kan zijn en kan helpen om de wanhoop die iemand voelt niet langer alleen te hoeven ervaren.  

Niemand hoeft eenzaam en radeloos te sterven 

Sinds 2009 zet 113 Zelfmoordpreventie (voorheen 113Online) zich in om ervoor te zorgen dat niemand eenzaam en radeloos hoeft te sterven door zelfdoding. Mensen die kampen met suïcidaliteit kunnen contact zoeken met de hulplijn om hun gedachten hierover bespreekbaar te maken. Niet alleen de afdeling Hulpverlening richt zich op de preventie van suïcide. Denk bijvoorbeeld aan de afdeling Onderzoek, de Academy, Marketing en communicatie en de kwartiermakers, die elk vanuit hun eigen expertise bijdragen aan de preventie van suïcide. Bijvoorbeeld door het vergroten van wetenschappelijke kennis, taboedoorbrekende campagnes, het scholen van professionals en de samenwerking zoeken binnen verschillende projecten zoals de Landelijke Agenda, Supranet Communities en Supranet GGZ (actienetwerken). 

Hulpverlening

Als zorgaanbieder biedt 113 Zelfmoordpreventie laagdrempelige hulpverlening door professionals en vrijwilligers. Mensen met suïcidale gedachten en hun naasten kunnen 24 uur per dag en 7 dagen per week anoniem en gratis gebruik maken van de hulplijn. Sinds 6 juli 2020 kan dat via het directe nummer 113 en het gratis telefoonnummer 0800-0113. De langer bestaande wens om het nummer 113 ook gratis te maken, lijkt sinds 2023 een stap dichterbij. Staatssecretaris Paul Blokhuis kondigde in oktober 2019 al aan zich in te zetten voor het gratis beschikbaar maken van telefoonnummer 113. In 2023 heeft demissionair premier Rutte financiële steun toegezegd om de volgende stappen hierin te ondernemen. 

Vijfhonderd gesprekken per dag

Gemiddeld vinden er circa 500 hulplijngesprekken (telefoon en chat) per dag plaats, met een totaal van ruim 150.000 gesprekken in het jaar 2022. Een stijging van 9% ten opzichte van 2021. Ongeveer 50% van de gesprekken vindt plaats met jongeren onder de 30 jaar oud, waarbij 77% zich identificeert als vrouw, 19% als man en 4% met een andere genderidentiteit. De groei van de hulplijngesprekken hangt waarschijnlijk samen met het beschikbaar maken van het nummer 113 en de groeiende naamsbekendheid (naar 81%), maar ook met de mentale druk op jongeren en jongvolwassenen. 

Ook online therapie beschikbaar

De afdeling hulpverlening biedt, naast de gesprekken in de hulplijn ook aan hulpvragers de mogelijkheid om gebruik te maken van de eveneens gratis en anonieme Online Therapie. Ook is er een Overleg- en advieslijn voor professionals op werkdagen beschikbaar voor professionals. 

Expertisecentrum met twee onderzoeksthema’s

Om het aantal zelfdodingen en suïcidepogingen in Nederland te verminderen, voert 113 Zelfmoordpreventie wetenschappelijk onderzoek uit. In een team van senior- en junior- onderzoekers, promovendi en stagiaires, allen met verschillende wetenschappelijke achtergronden, wordt praktijkgericht onderzoek gedaan ter verbetering van suïcidepreventie. Op hoofdlijnen is het onderzoek van 113 in te delen in twee thema’s: onderzoek naar groepen bij wie suïcide of suïcidaal gedrag vaak voorkomt, en onderzoek naar effectieve interventies om het aantal suïcides in Nederland terug te dringen.  

Microdata van het CBS, psychosociale autopsie en CANS

Met behulp van de microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) wordt inzicht verkregen in de risico- en beschermende factoren van suïcide. Met de psychosociale autopsie worden aanvullende factoren en de aanleiding tot suïcide in kaart gebracht. Daarnaast monitort de Commissie Actuele Nederlandse Suïcideregistratie (CANS) maandelijks, sinds de start van de coronapandemie de suicidecijfers in Nederland. De commissie doet dat zowel in de hele bevolking als in hoogrisicogroepen: jongeren en jongvolwassenen tot dertig jaar en mannen van middelbare leeftijd (40–70 jaar).  

Universele, selectieve en geïndiceerde preventie zijn beschikbaar

Voor een daling in het aantal suïcides is een grootschalige implementatie nodig van meerdere universele, selectieve en geïndiceerde interventies. Een goed voorbeeld van universele preventie is de onlinetraining suïcidepreventie met de naam VraagMaar training, waarin gatekeepers van jongeren het gesprek leren te voeren over suïcidaliteit en jongeren helpen hulp te zoeken. Rond selectieve preventie is 113 Zelfmoordpreventie een implementatieonderzoek gestart in samenwerking met het Trimbos instituut naar een interventie op de werkvloer voor mannen van middelbare leeftijd. Verder werkt 113 aan meer kennis over geïndiceerde preventie, dat wil zeggen hoe kunnen we de zorg optimaliseren voor mensen met suïcidaal gedrag? Een goed voorbeeld hiervan is een database over de effectiviteit van psychotherapie en farmacotherapie in samenwerking met de VU, waarmee meta-analyses kunnen worden gedaan om meer zicht te krijgen op welke therapie het beste werkt voor wie.  

Strong Teens and Resilient Minds

De STORM-aanpak (Strong Teens and Resilient Minds) is een multimodale aanpak waarin universele, selectieve en geïndiceerde preventie in één aanpak worden ingezet, met daarbij de kracht van een netwerksamenwerking in de regio. STORM heeft als doel jongeren op het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs veerkrachtiger en weerbaarder te maken. Daarnaast is deze aanpak erop gericht om depressieve klachten en suïcidaliteit vroegtijdig te signaleren en te verminderen en te zorgen dat jongeren die hulp nodig hebben eerder terechtkomen op een voor hen passende plek. Scholen, GGD, GGZ en andere partners zorgen er in hun regio samen voor dat signalen van somberheid bij jongeren snel worden opgepikt én aangepakt. STORM is inmiddels uitgebreid onderzocht. De resultaten laten zien dat de interventies binnen STORM zorgen voor een aantoonbare daling van depressieve symptomen en angstklachten onder jongeren. Vanuit de Derde Landelijke Agenda Suïcidepreventie wordt STORM nu breder uitgerold over Nederland.  

Weten wat werkt

Tot slot is Sure-Net, een consortium van Nederlandse wetenschappers onder leiding van hoofdonderzoeker dr. R. Gilissen, opgericht om het suïcideonderzoek binnen Nederland meer onder de aandacht te brengen en te verbinden. In de toekomst is het hard nodig om preventie breed in te zetten: van het algemene publiek dat oplettend is en leert hoe je het gesprek over suïcide kunt voeren, tot handelingsbekwame professionals die met risicogroepen werken. Zoals dr. Gilissen stelt: We staan voor de uitdaging om meer bewijs te leveren voor wat werkt, en voor wie, en om implementatie ook op een grotere schaal te realiseren.  

Samen Minder Suïcide

Naast het toepassen van de verschillende vormen van preventie, is met elkaar bouwen aan suïcidepreventie ook van belang, waarbij partners de eigen expertise en die van netwerken combineren. In de derde Landelijke Agenda Suïcidepreventie 2021-2025, genaamd Samen Minder Suïcide, staat de versterking van een dergelijke netwerkaanpak centraal, zodat nog meer mensen, bedrijven en organisaties zich aansluiten. In de Landelijke Agenda, waarvan 113 de aanjager en coördinator is, trekken tal van maatschappelijke organisaties binnen en buiten de zorg samen op om suïcidepreventie in verschillende domeinen stevig op de kaart te zetten. Zo kunnen we vanuit verschillende hoeken van de maatschappij de risico’s en signalen, leren herkennen en handelingsperspectief bieden. Een voorbeeld hiervan is de suïcidepreventie voor jongvolwassenen. Daarnaast is de agenda bedoeld om alle plannen te voorzien van een overkoepelend en richtinggevend kader en opgebouwd rond strategische doelstellingen. De agenda bouwt logisch voort op alles wat er met de twee eerder uitgebrachte agenda’s sinds 2014 in Nederland is neergezet binnen de zorg, het onderwijs, de sociaaleconomische sector en de media. Alle activiteiten binnen Samen Minder Suïcide werken toe naar drie grote maatschappelijke veranderingen om het aantal suïcides en suïcidepogingen in Nederland terugdringen: durven en leren praten over suÏcide, bij risicogroepen doorvragen en hen helpen hulp te zoeken en (3) veiligheid en goede zorg bieden aan mensen met suïcidaliteit.  

Wat zou 113 Zelfmoordpreventie doen met een miljoen?

De Nieuwsbrief-redactie legde ons de vraag voor: Wat zou je met een miljoen euro extra doen? Het antwoord is: 113 Zelfmoordpreventie kan daarmee veel doen. Denk bijvoorbeeld aan het uitbreiden van de psychosociale autopsie. Met dit verdiepend onderzoek na elke suïcide worden ervaringen van nabestaanden bij elkaar gebracht om van te leren en kan nóg beter inzichtelijk worden gemaakt op welke momenten en door wie of wat suïcides voorkomen hadden kunnen worden. Of een nieuwe regio toevoegen die aan de slag gaat met het verder versterken van de netwerksamenwerking en het suïcidepreventiebeleid in het onderwijs. Een nieuw programma ontwikkelen rond de mentale gezondheid van jongeren of professionals uit de sociaaleconomische sector trainen om suïcidaliteit te herkennen, bespreekbaar te maken en door te verwijzen. Met een miljoen kan ook een publiekscampagne worden gestart om te zorgen dat Nederlanders weten wat te doen bij signalen van suïcidaliteit. Plannen en ideeën zijn er bij 113 Zelfmoordpreventie in ieder geval genoeg! 

Over de auteurs 

Leonie van Vuuren werkt als kwartiermaker bij 113 Zelfmoordpreventie en heeft als aandachtsgebieden suïcidepreventie bij jongeren en in het onderwijs. Verder is ze coördinator van de Landelijke implementatie van de STORM-aanpak. Hiervoor werkte Leonie bij de GGD Amsterdam waar zij onder andere promotieonderzoek heeft gedaan naar suïcidaal gedrag bij adolescenten. Leonie van Vuuren is bereikbaar via l.vanvuuren@113.nl 

Saskia Merelle werkt als Senior Onderzoeker bij 113 en heeft als aandachtsgebieden suïcidepreventie bij jongeren, de hulplijn van 113, de psychosociale autopsie en netwerkziekenhuizen. Daarnaast werkt ze als docent bij Amsterdam UMC, afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie. 

Manon Merkus werkt als GZ-psycholoog bij 113 Zelfmoordpreventie, waar zij zich, verbonden aan de afdeling Hulpverlening, richt op de kwaliteit van de Hulplijn en de Online Therapie. Hiervoor werkte zij bij verschillende grote GGZ-instellingen, met expertisegebied kind & jeugd.  

Zoektermen op internet: 

Leonie van Vuuren, Saskia Merelle, Manon Merkus, 113, suïcide, suïcidepreventie, hulplijn, zelfmoordpreventie, patiëntaspecten, STORM, Sure-Net

Schrijf u in voor de nieuwsbrief


En ontvang elke 2 weken de nieuwsbrief met de meest recente artikelen in je mailbox!

Klik hier om in te schrijven

Dit zal sluiten in 10 seconden